Column

Circulair 3.0 moet toch mogelijk zijn

Irene van Staveren. Beeld Maartje Geels

In mijn studententijd kocht ik regelmatig tweedehandskleding. Niet alleen vanwege de kosten, maar ook omdat ik in die tijd even helemaal into rockabilly was. 

En daarvoor moest je in Rotterdam aan de Meent zijn, met een ruime keuze aan jaren vijftig baseball-jackjes, wijde rokken en strakke gebreide truitjes met korte mouwtjes. En bijbehorende haarrollen voor een hoog getoupeerde coupe. Ik had toen geen flauw benul dat ik circulair 1.0 bezig was.

Jaren later, toen ik door een scheiding met een enorme hypotheek kwam te zitten, volgde ik het advies van mijn zusje op, die de gave heeft om schijnbaar moeiteloos met weinig geld veel te doen. Ze raadde me aan om te gaan shoppen in mijn eigen kledingkast. Het bleek een geweldige tip. Ik kwam op de origineelste combinaties. Dat mijn kinderen daar soms anders over dachten, was natuurlijk gewoon de puberteit. Wie schaamt zich niet voor zijn moeder op die leeftijd? Nou ja, die afgeknipte spijkerbroek die maar bleef rafelen tot het wel een heel erge summer-of-love-hotpants werd, droeg ik niet zo lang. En die positiejurk die ik vijftien jaar eerder uit zuinigheid en nostalgie niet wilde weggooien, heb ik na een verjaardagsfeestje met nieuwsgierige blikken richting mijn buik ook maar weer teruggehangen achterin de kast.

Maar verder beviel circulair 2.0 me prima. Gewoon je eigen kleding hergebruiken simpelweg door nieuwe combinaties te verzinnen. Zo bleek zwart met bruin helemaal niet te vloeken en leefde het simpele zwarte wijde jurkje helemaal op met mijn cowboylaarzen en een bruine riem. En die groene fantasie-panty die nergens bij paste deed het geweldig met het saaie grijze rokje en dito groene coltrui. Sindsdien ben ik veel bewuster en minder kleding gaan kopen.

Consuminderen

Onlangs viel ik weer terug op de 1.0 versie uit mijn studententijd. Uit nieuwsgierigheid, want het was me opgevallen wat een variëteit er tegenwoordig is in tweedehands kledingwinkels. Van de licht zurig ruikende rekken bij de kringloopwinkel tot de tien keer zo dure merkkledingwinkel met aanbiedingen op Instagram in een chique wijk van Den Haag. Ik heb bij beide zaken een paar leuke kledingstukken gescoord. Dit keer niet uit geldgebrek, maar om te consuminderen. De circulaire economie begint tenslotte bij jezelf.

Maar toen ik toch wel een beetje zelfingenomen over mijn milieubewuste consumptiegedrag de laatste restjes yoghurt uit de beker schraapte alvorens deze in de bak met plastic afval te gooien, kwam de bekende druppel-op-een-gloeiende-plaat gedachte naar boven. Zou er niet een volgende fase van kledinggebruik mogelijk zijn?

Niet hapsnap maar systematisch? Ja, gebruikte kleding die ik echt niet meer draag doe ik netjes in de container van het Leger des Heils. Maar kleding die versleten is? Badhanddoeken waar rafeltjes aan zitten? Verschoten dekbedhoezen met losse naden?

Er moet toch een sluitend circulair textielhergebruik 3.0 mogelijk zijn? Zou ik niet met oude lappen de zolder kunnen isoleren? Of is dat tegen de regels van brandveiligheid? Zou je er dan vulling voor kussens van bankstellen van kunnen maken?

Van mij mag er wel een voddencontainer komen naast die van het Leger des Heils. Laat het aanbod de vraag maar creëren zoals de Wet van Say, van de Franse econoom uit de 18de eeuw, het zegt. Een gratis grondstof - daar moet toch een business model voor te bedenken zijn?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden