Cijfers ánders zien, wie weet komen we zo uit de woestijn

Een honkbalrevolutionair, Billy Beane, als adviseur bij AZ in de Noord-Hollandse polder - wat daarvan te denken en te vinden? Om te beginnen er vooral niet hard om lachen, en ook de schouders er niet over ophalen. Niet alleen omdat zoiets respectloos zou zijn, maar meer misschien wel omdat het clichébeeld van de conservatieve voetbalwereld ermee zou worden bevestigd.

Beane is synoniem met statistieken, de voetbalwereld niet, grof geschetst dan. Natuurlijk wordt er ook in het voetbal vandaag de dag veel gemeten en becijferd, maar het kan zelfverklaarde zieners lekker uitkomen om het voor te stellen alsof ze er hopeloos achterlopen, en niets liever blijven doen.

Laat ik me als een starre vertegenwoordiger van de voetbalwereld opstellen: één die niet warm wordt van cijfertjes en zich bij de meeste statistieken afvraagt wat ze nou werkelijk (kunnen) zeggen. Dat ligt vooral, lijkt me, aan de sport: voetbal, de contactsport met zijn oneindige wendingen - anders toch, en daar ga je al, dan het vrijwel contactloze en ook daardoor eenvoudiger te omvatten en te becijferen honkbal.

Laatst werd PSV-Ajax op de radio door een statisticus geanalyseerd, de wedstrijd waarin Ajax werd weggespeeld en won. De cijferaar zag er met een blik op de percentages balbezit een bewuste en effectieve strategie van Ajax in - alsof Frank de Boer er niet knap chagrijnig van was geweest dat zijn ploeg zo ver was teruggedrongen.

Zoiets helpt niet om bedenkingen bij dan wel aversie tegen cijfers weg te nemen. Veel ruis heeft in het voetbal de mode van het balbezit veroorzaakt, en de cultivering van de percentages daarvan.

Loze periodes van tikkies breed bij de middenlijn, stuk voor stuk geturfd, kunnen een schijn van overmacht aanwakkeren, net zo goed als ze de statistieken van passes per speler ernstig kunnen vertekenen.

Zo is er veel meer. Wat zegt het als een controlerende middenvelder veel duels wint, maar dat ene niet waaruit indirect (en daarmee niet meer in de statistieken af te lezen) het beslissende doelpunt valt?

Nu naar Billy Beane. Als manager met een beperkt budget laat hij de Oakland Athletics keurig meedraaien in de Major League. Op basis van statistieken bracht hij al veel voordien onopvallende spelers bijeen.

Beane analyseert de cijfers anders, en daar zit 'm de crux, begrijp je al snel. In de nooit geheel te ontsluieren materie bood AZ's uit het honkbal afkomstige directeur Robert Eenhoorn enige verheldering. "Het menselijk oordeel doet er nog steeds toe", zei hij in de Volkskrant. "Je koppelt de feiten aan het oog van de meester, omdat je niet alle zaken over een speler kunt aflezen aan de cijfers."

Dus zo verkeerd zien wij voetballers dat niet, denk je bij het laatste - en bij het eerste: het begint bij de meester, niet bij de computer. Logisch natuurlijk ook, anders hadden ze allemaal hun eigen ploegje wel kunnen beginnen, al die mechanische turvers, al die droogstoppels die ons platbombarderen met hun ambtelijke, eendimensionale lijstjes.

Reken maar dat ook Billy Beane er heel veel van wegkiepert. Beane is fan van Johan Cruijff. Dat zegt alles: dan ben je geen dorre cijferexegeet.

Laten we er niet om lachen, laten we er de schouders niet over ophalen. We mogen ons afvragen in hoeverre de honkbalmethode werkelijk op voetbal toepasbaar kan zijn. Het moet allemaal worden bezien, erkenden ze bij AZ ook zelf in de eerste onvermijdelijk vage commentaren.

Toch kan het nu al tot een dieper inzicht leiden: bekijk cijfers ánders. Het zou een eerste stap kunnen zijn om weg te komen uit de woestijn, waar onder meer het balbezitfetisjisme ons clubvoetbal heeft gebracht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden