Chronologie / Het spoor van Saddam

De geschiedenis van Irak was altijd al conflictueus, maar sinds Saddam Hoessein er in 1979 de leider werd, is het een ketting van strijd en machtsspelletjes. Een overzicht.

Irak heeft vanouds een afkeer van het Westen. Het beschouwt zichzelf als opvolger van het aloude Mesopotamië en daarmee als de bakermat van de geschiedenis. Het wordt sinds mensenheugenis geregeerd door een minderheid die het gebruik van harde middelen niet schuwt om er de baas te kunnen blijven over de meerderheid. En het beschikt over enorm rijke olievoorraden, waarop buitenlandse mogendheden als vliegen op de stroop afkomen.

Het zijn enkele ingrediënten die een belangrijke rol spelen in de geschiedenis van Irak. Die historie draagt een stempel van velen, bijvoorbeeld van de Britten die daar sinds 1920 een 'verdeel en heers politiek' hebben gevoerd (op de voorgrond of op de achtergrond). Of van stamhoofden die er een onderlinge strijd uitvechten, van Arabische nationalisten die een hoofdrol proberen te spelen, van een meerderheid van sji'ieten die zich voortdurend benadeeld voelt ten opzichte van de minderheid van soennieten, van Koerden die onderling strijd leveren en ook gezamenlijk in opstand komen tegen het gezag. En van de Ba'ath-partij, die -met als belangrijkste voorman Saddam Hoessein-sinds 1968 in het land de scepter zwaait.

Het is in 1957 dat de jeugdige Saddam Hoessein, afkomstig uit het dorp Tikrit ten noorden van Bagdad, zich aansluit bij de pan-Arabische en op socialistische leest geschoeide Ba'ath-beweging. Vooral soennieten zijn lid van de Ba'ath, oftewel wedergeboorte. De jonge Saddam raakt betrokken bij twee mislukte coups. In 1956 doet hij mee aan de poging om de door de Britten geinstalleerde monarchie van koning Faisal II omver te werpen. Vervolgens is hij betrokken bij een poging tot moord op generaal Abdel Karim Kassen die in 1958 de macht had gegrepen.

Saddam moet vluchten naar Egypte en keert in 1963 terug, als zijn Ba'ath-beweging meedoet aan een geslaagde staatsgreep in Bagdad. Maar de nieuwe president Abd al Salam Arif ontdoet zich al snel van de Ba'ath. Saddam Hoessein wordt opgepakt. Hij leert het brute gevangeniswezen van binnenuit kennen, totdat hij in 1966 weet te ontsnappen.

In 1968 lukt het de Ba'ath wel de macht in handen te krijgen. Saddams dorpsgenoot en familielid generaal Hassan al Bakr wordt president van het land, hij zelf wordt een jaar later benoemd tot de nummer twee van de regerende Revolutionaire Commandoraad. Achter de schermen speelt Saddam Hoessein een belangrijke rol totdat hij in 1979, in het jaar van de islamitische revolutie in buurland Iran, zelf de leiding overneemt van de ziekelijke generaal Hassan al Bakr. Vanaf dat moment is zijn macht onbetwist gevestigd.

Na 1968 verandert er veel voor Irak. De 'revolutionaire' leiding voert een anti-westerse en anti-Israëlische koers, papt in deze hoogtijdagen van de Koude Oorlog aan met de Sovjet-Unie, stookt het Arabische nationalisme nog wat op. De leiding in het land zorgt goed voor zijn vrienden, maar is meedogenloos hard voor de interne vijanden. De Iraakse oliemaatschappij wordt genationaliseerd en Irak gaat flink profiteren van de stijgende olieprijzen in de jaren van de oliecrisis (1973).

Het geld stroomt binnen, wordt besteed aan modern wapentuig, maar ook aan de opbouw van de infrastructuur, het onderwijs en de sociale voorzieningen. Irak wordt een soort Wirtschaftswunder. De medestanders van Saddam Hoessein hebben in die tijd niet te klagen. En westerse bedrijven staan in Bagdad in de rij om zaken te kunnen doen met dit rijke regiem.

Saddam Hoessein is een gevierd man binnen zijn kringen als hij in 1979 aan de macht komt. Hij versterkt zijn machtsbasis door vrienden en familieleden aan te stellen op belangrijke posten, door mogelijke tegenstanders uit de weg te ruimen. Soennitische geloofsgenoten krijgen een voorkeursbehandeling, vormen de tweede laag waarop Saddam Hoessein zijn macht baseert.

Na de islamitische revolutie in Iran, waarbij sjah Reza Pahlavi het veld moet ruimen en ayatollah Khomeini het voor het zeggen krijgt, loopt het mis tussen de twee buurlanden. De Iraanse geestelijkheid probeert vat te krijgen op de sji'itische geloofsgenoten in Irak, wat voor Saddam Hoessein weer reden is om meer dan 40000 sji'ieten het land uit te zetten naar Iran. Na enkele schermutselingen langs het grensgebied tussen de twee landen besluit Saddam in september 1980 om buurland Iran aan te vallen. Tot op heden is niet exact duidelijk wat Saddams beweegredenen zijn om deze oorlog te beginnen. Wil hij zijn land beschermen tegen de toenemende sji'itische invloed na Khomeini's revolutie, of is het meer een kwestie van honger naar macht?

Het is het begin van een achtjarige zeer bloedige oorlog, waarbij naar schatting 400000 mensen om het leven komen en nog eens 750000 mensen gewond raken. Israël, gehaat in beide landen, besluit Iran een handje te helpen. Het heeft er weinig baat bij als een van beide landen te sterk uit het conflict tevoorschijn komt. Israëlische F-16- gevechtsvliegtuigen bombarderen met succes de met Franse technologie gebouwde kernreactor van Osirak nabij Bagdad. Het nucleaire programma van Irak is weer terug bij af. De hele wereld is boos op Israël. Ook de Verenigde Staten veroordelen de actie.

Het Westen koestert in die tijd zeer warme gevoelens voor Saddam Hoessein. Een overwinning van de geestelijken van ayatollah Khomeini moet koste wat kost voorkomen worden. De Verenigde Staten besluiten in 1982 Irak af te voeren van de lijst van landen die het terrorisme steunen. Ze herstellen in 1984 de diplomatieke betrekkingen die in 1967 na de zesdaagse oorlog in Israël waren afgebroken.

De Amerikanen, Fransen en Britten doen goede zaken op wapengebied met Irak, dat tot op dat moment vooral van wapens werd voorzien door de Sovjet-Unie. De opbouw van Iraks wapenpotentieel is enorm. En bovendien helpt de Amerikaanse CIA Irak nog een handje bij het inwinnen van inlichtingen.

Maar wat in die tijd niet bekend is, is dat Washington in het geheim ook Iran bewapent. Pas veel later wordt het Irangate-schandaal bekend: wapens voor Iran in ruil voor de vrijlating van gijzelaars in Libanon.

Irak voert een uiterst smerige oorlog, gebruikt vanaf 1983 mosterdgas en vanaf 1985 het zenuwgas tabun tegen de massale Iraanse aanvallen. Saddam Hoessein beseft hoe gemakkelijk de vijand wordt uitgeschakeld met deze smerige wapens. Hij pakt ook de lastige Koerden in het noorden aan met het chemische wapentuig. Op 16 maart 1988 laat Saddam bommen met mosterdgas, sarin en tabun vallen op het Koerdische stadje Halabja. Naar schatting 4000 mensen komen om het leven; vele overlevenden kampen nog steeds met ernstige gezondheidsproblemen.

Ook in de fameuze Anfal, het offensief tegen de Koerden, waarbij tussen de 50000 en 100000 Koerden worden gedood en honderden dorpen met de grond gelijk gemaakt worden, gebruikt Saddam chemische wapens.

Op 18 juli 1988 aanvaardt Iran een door de Verenigde Naties voorgestelde wapenstilstand en op 20 augustus komen de VN-blauwhelmen om het bestand te bewaken. Aan een nutteloze oorlog komt een einde.

Het door het Westen en de Sovjet-Unie goed bewapende Irak herstelt zich het snelst van de opgelopen schade. Saddam Hoessein denkt al weer verder, aan nieuwe veroveringen. Hij laat zijn oog vallen op Koeweit, een land dat volgens hem eigenlijk bij Irak hoort. Die grenzen waren immers ooit kunstmatig door de Britten aangelegd. Bovendien hield dit verduivelde emiraat in Saddams ogen de olieprijzen te laag.

Op 2 augustus 1990 is het zover. Iraakse strijdkrachten trekken de grens over met het zuidelijk buurland en veroveren met weinig tegenstand Koeweit-stad. De VN-veiligheidsraad veroordeelt Irak en een internationale coalitie wordt gevormd, onder leiding van de Amerikaanse generaal Norman Schwarzkopf, om de Iraakse verovering ongedaan te maken. Op 29 november sommeert de VN Irak om zich aan de VN-resoluties te houden. Zo niet, dan zijn 'alle noodzakelijke middelen' toegestaan om dat te bereiken.

Saddam Hoessein trekt zich er weinig van aan. Op 17 januari 1991 beginnen Amerikaanse, Britse en andere geallieerde vliegtuigen onder de naam 'Woestijnstorm' een massale luchtaanval op Irak, daarbij gesteund door raketten. De toeschouwers thuis worden via CNN en andere nieuwszenders nauwkeurig op de hoogte gehouden van de dagelijkse vorderingen op het strijdtoneel. President George Bush senior, vader van de huidige George W. Bush, roept in oorlogstaal: ,,We zullen niet falen.''. Saddam antwoordt dat de 'moeder van alle veldslagen' is begonnen. Zelfgeleidende kruisraketten bestoken luchthavens, bruggen, overheidsgebouwen, zenderfaciliteiten en energievoorzieningen.

Irak reageert direct met Scudraket-aanvallen op de Israëlische steden Tel Aviv en Haifa en op Amerikaanse doelen in Saoedi-Arabië. Met Patriot-raketten worden de van oorsprong Russische Scuds zoveel mogelijk onderschept. De Amerikanen ontzien zoveel mogelijk burgerdoelen, als het toch misloopt dan heet dat 'collateral damage'. Duizenden mensen vluchten richting Jordanië. Het is tegelijkertijd een propagandaoorlog, Saddam Hoessein schermt met de talloze burgerslachtoffers die er onder zijn bevolking vallen, maar tegelijkertijd gebruikt hij burgers als 'menselijk schild' om zijn doelen te beschermen.

Op 24 februari 1991 beginnen de geallieerde strijdkrachten een gezamenlijk lucht -, zee - en grondoffensief. Generaal Colin Powell geeft vanuit de VS leiding aan de afstraffing van Irak (Powell is nu minister van buitenlandse zaken.). Een dag eerder had Irak niet voldaan aan de eis om zich terug te trekken uit Koeweit, het had zelfs honderden oliebronnen in Koeweit in de fik gestoken. De troepen hebben weinig moeite Koeweit te heroveren.

Een belangrijke aanvoerroute, de 'snelweg van de dood', van Basra naar Koeweit, wordt afgesneden. Op 26 februari trekt Irak zijn troepen terug. De tanks, vrachtwagens en andere voertuigen op terugtocht over die snelweg worden vanuit de lucht gebombardeerd. Weinigen zullen dat overleefd hebben. Alleen al bij die grondoorlog zouden tussen de 25000 en 30000 Irakezen zijn gedood. Een schatting van het aantal Irakese doden ligt tussen de 60000 en 200000. De geallieerden zouden 148 soldaten in de strijd en 145 militairen buiten de strijd hebben verloren. Op 28 februari stoppen de geallieerden met de militaire operatie.

In de VN-resolutie waarin de afspraken van de wapenstilstand zijn vastgelegd, wordt ook bepaald dat Irak informatie moet verstrekken over alle mogelijke biologische en chemische wapens die er liggen opgeslagen. Het moet bovendien alle internationale gevangenen vrijlaten en de schade betalen die aan Koeweit is toegebracht.

Snel na aanvaarding van de wapenstilstand komen de Koerden in het noorden van Irak in opstand. De Koerden krijgen hun eigen autonome regio, maar ondervinden verder weinig steun van de Amerikanen. De Iraakse strijdkrachten reageren bitter hard. Anderhalf miljoen Koerden slaan op de vlucht, naar Turkije en Iran. Tienduizenden Koerden (tussen 30000 en 60000) zouden zijn gedood. Op last van de VN wordt een 'no-fly-gebied' in het noorden ingesteld, om te voorkomen dat er nog meer Koerden door het Irakese regiem worden gedood. Ook in het zuiden komt zo'n gebied, om de sji'itische bevolking te beschermen.

In april 1991 richt de VN-veiligheidsraad een speciale commissie voor de ontwapening van Irak op (Unscom), die in september van dat jaar voor het eerst op inspectie gaat in Irak. De inspecties leveren tal van vondsten op. De inspecteurs worden steeds meer tegengewerkt door het bewind. In januari 1998 verbiedt Irak verdere inspecties door de Unscom, omdat de inspecteurs zouden spioneren. De affaire loopt hoog op en in december doen Amerikanen en Britten in de operatie Woestijnvos opnieuw aanvallen vanuit de lucht en vanaf marineschepen op Irakese doelen. Irak laat definitief geen inspecteurs meer toe.

In november 2000 neemt in Washington George W. Bush het stokje over van Bill Clinton. Hij kiest voor een harde weg om Saddam Hoessein, die zijn vader zo heeft geschoffeerd, alsnog klein te krijgen en zoekt naarstig naar medestanders voor een oorlog tegen Irak, die uiteindelijk tot een ander bewind in dit land moet leiden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden