Chroniqueur van slapeloze nachten

De Roemeens-Franse denker E.M. Cioran (1911-1995), die wat stijl betreft een waardig opvolger is van Nietzsche en die in bitterheid Schopenhauer ver overtreft, schreef zijn eerste boek toen hij 22 was, onder de veelzeggende titel 'Op de toppen van de vertwijfeling'.

Het is een verzameling korte essays, of beter gezegd uit de kluiten gewassen aforismen, die een niets en niemand ontziende misantropie ademen. Afgezien van hun buitensporig negativisme zijn de meeste stukjes weinig origineel: ze leunen sterk op het irrationalisme van de Duitse levensfilosofen. Een ervan is echter zeer de moeite waard. Het heet 'Het onuitgeslapen dier' en handelt over de slapeloosheid.

Cioran stelt voor de mens niet langer het 'rationele dier' te noemen -de menselijke rationaliteit heeft volgens hem immers niet zoveel om het lijf en bovendien zijn er dieren die verstandiger genoemd kunnen worden dan menig mens-, maar het 'slapeloze dier'. Er is geen enkel ander dier dat op sommige momenten of gedurende langere periodes slapen wil en het niet kan.

Het vermogen tot slapeloosheid is dus een 'voorrecht' van de mens: het verheft hem boven de andere dieren. Maar zoals bijna alle vermogens die de mens van het dier onderscheiden, is ook dit tegelijkertijd een potentiële bron van leed, en lang niet de geringste. De slaap heeft namelijk een belangrijke palliatieve functie. Slaap verkwikt; na een goede nachtrust voelen we ons als herboren, het lijkt of het leven opnieuw begint. De slaap zorgt dus voor de zo noodzakelijke vergetelheid; hij is het kleine sterven, zoals Komrij treffend zegt. Zodra we beginnen te sluimeren wordt de verlies- en winstrekening van de dag (die volgens Cioran uiteraard negatief uitvalt) afgesloten, en na het ontwaken beginnen we met een schone lei. Slapeloosheid daarentegen laat het negatieve saldo van het bestaan tot ondraaglijke hoogten oplopen en leidt uiteindelijk tot het faillissement van het bestaan.

Wat Ciorans observaties zo interessant maakt is dat hij slapeloosheid niet alleen als medisch maar ook als existentieel verschijnsel behandelt. Het bestaan is alleen aanvaardbaar als bewustzijn regelmatig wordt afgewisseld door bewusteloosheid. Een continu bewustzijn - een bewustzijn dus dat niet door de slaap wordt onderbroken - verandert een ogenschijnlijk gelukkig leven binnen de kortste keren in een hel. Levensblijheid, de amor fati van Nietzsche, staat of valt met een gezonde slaap.

Cioran wijst op de nauwe verstrengeling van slapeloosheid en depressie, iets wat door de psychiatrische praktijk wordt bevestigd. Slapeloosheid en depressie blijken zo nauw met elkaar verbonden dat we ons zelfs kunnen afvragen wat er het eerst is: de slapeloosheid of de depressie.

Vast staat in elk geval dat ze elkaar enorm versterken en in veel gevallen uitmonden in een existentiële crisis: de suïcidale gevoelens waarmee zo'n crisis gepaard gaat zijn dan niet zozeer de uitdrukking van het verlangen naar beëindiging van het leven, als wel naar het bereiken van een toestand van bewusteloosheid. De huidige antidepressiva bevatten dan ook in de meeste gevallen een slaapopwekkende component. Een hersteld slaap-waak-ritme is het fundament waarop een hernieuwd vertrouwen in het leven rust.

Uit de biografie van Cioran weten we dat hij al in zijn jeugd geplaagd werd door slapeloosheid. Hij weet dus waar hij het over heeft. Maar terwijl hij in zijn eerste boek ondubbelzinnig spreekt over de verschrikkingen van de slapeloosheid, neemt hij in zijn latere werken een ambivalente positie in. Het lijkt erop dat hij van de nood een deugd wil maken. Hoe slopend slapeloosheid ook is, ze scherpt ook het bewustzijn.

Zoals de vroegere mystici zich welbewust door allerlei ascetische technieken openstelden voor het hogere, zo wordt de filosoof door onvrijwillige slaaponthouding in staat gesteld een diepere blik te werpen in de afgrondelijkheid van het bestaan. De slapeloosheid wordt zo een voorbereiding op de filosofie - een filosofie die onvermijdelijk somber zal uitvallen, is men geneigd eraan toe te voegen.

In een notitie uit 1982 brengt Cioran een en ander op beknopte wijze onder woorden: ,,Het is zo erg niet als je tijdens je jeugd aan insomnie hebt geleden, want het opent je de ogen. Het is een buitengewoon nare ervaring, het is een ramp, zeker, maar het stelt je ook in staat dingen te begrijpen die anderen niet kunnen begrijpen.''

Ook de filosofie heeft dus haar prijs - en een zware, als we Cioran moeten geloven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden