Chroniqueur van het Berlijnse leven

Ecce homo, blad XIV: Ach, knallige Welt, du seliges Abnormitÿtenkabinett (OFFSET (1916))

De vaak satirische tekeningen van George Grosz geven een goed tijdsbeeld van het Berlijn tussen 1918 en 1933. Hij gaf zowel de armoede als de decadentie genadeloos scherp weer.

Het komt niet vaak voor dat je na het bezoek van een tentoonstelling denkt dat je een tijdsperiode beter hebt leren begrijpen. In de Fundatie in Zwolle ervaar je aan den lijve de dreiging en ellende in het woelige en gedemoraliseerde Berlijn van zo’n negentig jaar geleden, een beslissende periode voor de geschiedenis van Europa. Je maakt de wanhoop en de dubbele moraal van die tijd mee aan de hand van tekeningen en grafisch werk van George Grosz (1893 -1959).

Museum De Fundatie in Zwolle heeft een fascinatie voor het Berlijn van de jaren twintig van de vorige eeuw en kwam de afgelopen jaren met tentoonstellingen over Paul Citroen en John Heartfield en hun Berlijnse tijd; nu is daar de expositie ’George Grosz. Schwarzer Champagne und Blutiger Ernst’. Ruim 250 tekeningen, vooral humoristisch en satirisch werk, vertellen het verhaal van Grosz, laten zien hoe hij de armoede, de protserigheid en rijkdom, de vunzigheid en decadentie beleefde.

De non-conformist Grosz, was een scherp waarnemer. Met simpele lijnen tekende hij in zwart-wit de mensen op straat, op feesten en partijen en overal waar hij maar kwam. Dikke nekken, droeve ogen, loerende blikken en wat dies meer zij. Aan de gezichten van de mensen in de Weimarrepubliek, de verwarde Duitse samenleving tussen 1918 en 1933 toen Adolf Hitler de touwtjes in handen kreeg, is de tijdgeest waar te nemen. De profiteurs, de bohémiens, de werklozen, de speculanten, de communisten, de nazi’s, de zelfbewuste elite en de hoerige madammekes, de oorlogsinvaliden, de brave burgers, allemaal komen ze voorbij in het werk van Grosz. Hij bekijkt de harde werkelijkheid met zijn eigen gevoel voor humor, maar weet juist daardoor dat tijdsbeeld zo goed te vangen.

Meer nog dan in de tentoonstelling vorig jaar over de fotografie en het knip- en plakwerk van John Heartfield krijg je een scherp beeld van die tijd; George Grosz schetst het leven genadeloos, neemt zijn tegenstanders op de hak.

Net als zijn vriend Heartfield (eigenlijk Herzfeld) liet Georg Ehrenfried Groß zijn naam verengelsen. Hij voegde een ’e’ aan zijn voornaam toe en maakte van de Ringel-S, de ’ß’, een ’sz’, dit uit protest tegen het verstikkende Duitse nationalisme en de anti-Engelse houding. Grosz werd net als Heartfield communist, maar voelde zich ook bij de communisten niet echt thuis, anarchistisch en vrijdenkend als hij was.

Grosz werd in 1893 geboren in Berlijn als zoon van een restauranthouder. Hij meldde zich in 1914 aan als oorlogsvrijwilliger. Een jaar later werd hij wegens ziekte uit dienst ontslagen. Met zijn vrienden van de Dada-beweging werkte hij aan allerlei tijdschriften. In 1933 wordt het hem te heet onder de voeten in Duitsland en vertrekt hij met zijn gezin naar de Verenigde Staten. In 1959 keert hij terug naar Berlijn, waar hij kort voor zijn 66ste verjaardag overlijdt.

Vorig jaar was die vijftigste sterfdag voor de Berlijnse Akademie der Künste, die de meeste werken van Grosz in bezit heeft, aanleiding de grote tentoonstelling ’George Grosz. Korrekt und anarchisch’ te organiseren. Museum de Fundatie in Zwolle toonde grote belangstelling voor die tentoonstelling. Na de eerdere presentatie over Heartfield was de Akademie in Berlijn bijzonder te spreken over de samenwerking met ’Zwolle’. Vandaar dat zonder al te veel problemen werd besloten de werken van Grosz, waar internationaal veel belangstelling voor bestaat, uit te lenen aan De Fundatie, en niet aan een van die vele andere gegadigden.

Het werd geen kopie van de Berlijnse expositie maar een op Nederland gerichte overzichtstentoonstelling van het werk van Grosz. In Nederland is de kennis van Grosz minder groot, heeft de tekenaar en schilder een introductie nodig. Bij de rondleiding langs het werk van Grosz is Rosa von der Schulenburg, het hoofd van de afdeling kunsten van de Akademie der Künste in Berlijn bijzonder te spreken over de manier waarop ’haar eigen’ Grosz hier in Zwolle wordt gepresenteerd. Ze vindt het een prachtige overzichtstentoonstelling, is verrast over de uitvergroting van ansichtkaarten van Berlijn (uit de verzameling van Citroen) uit die tijd die als decor voor het werk van Grosz dienen en iets extra’s toevoegen aan het tijdsbeeld dat Grosz zelf schetst.

Grosz was eigenlijk altijd aan het tekenen, had een enorme drang om de zaken om zich heen op papier te zetten. De Berlijnse Akademie bezit 200 schetsboeken van Grosz, in Zwolle worden er zo’n 25 getoond: van de tijd dat hij als jongeling al prachtige schetsen maakte tot aan de tijd dat hij de straatbeelden van New York optekende.

De tentoonstelling over Grosz is met veel zorg gemaakt en geeft een beter begrip van een periode die als voedingsbodem diende voor de Tweede Wereldoorlog. En opvallend – en wat angstaanjagend zelfs – is dat zoveel beelden nog herkenbaar zijn, ook in deze tijd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden