Chroesjtsjovs Geheime Toespraak

Op 25 februari 1956, vandaag vijftig jaar geleden, richtteNikita Chroesjtsjov een Geheime Toespraak tot het 20ste Congresvan de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Volgens een vanzijn opvolgers, Michail Gorbatsjov, was die toespraak eenschoolvoorbeeld van 'politieke moed'. Chroesjtsjov had getoondover de 'morele kracht' te beschikken om 'de stalinistischemisdaden te onthullen'. Joshua Livestro schetst de verreikendegevolgen van deze toespraak die, behalve een moedige, ook eenroekeloze daad was, die Chroesjtsjov uiteindelijk bijna met zijnleven moest bekopen.

Het stalinisme voortzetten zonder Stalin was onmogelijk. Maarbreken met de stalinistische erfenis bleek een buitengewoongevaarlijke opgave. Stalins eerste opvolger, de KGB-directeurLavrenti Beria, moest zijn hervormingsstreven uiteindelijk metde dood bekopen. Zijn honderd dagen durende heerschappij eindigdein juni 1953 toen hij niet langer in staat was de gevolgen vanzijn destaliniseringspolitiek te beheersen. Beria's val was voorzijn vijanden binnen het Politbureau een zaak van lijfsbehoud.Zijn voorstellen voor een gedeeltelijke ontmanteling van deGoelag en zijn openlijke ontkenning van het waarheidsgehalte vande samenzweringstheorieën van Stalin zouden de bevolking immersop het idee kunnen brengen dat de Rode Terreur op een misverstandwas gebaseerd - een misdadig misverstand dat aan miljoenen mensenhet leven had gekost. En als die conclusie eenmaal getrokken was,zou het niet lang duren voordat het volk naar schuldigen zou gaanzoeken onder degenen die met Stalin hadden samengewerkt. Beriamoest dus weg, het deksel moest weer op de doos van Pandora.

De samenzwering tegen Beria, die leidde tot zijn arrestatieen executie in december 1953, werd geleid door NikitaChroesjtsjov. Eenmaal aan de macht kwam Chroesjtsjov echter alsnel tot dezelfde conclusie als Beria. Een breuk met hetstalinisme was een politieke, economische, ja zelfs morelenoodzaak. Zijn Geheime Toespraak was bedoeld als openingszet ineen langetermijnproject van fundamentele hervorming. Maar in hetrevolutiejaar 1956 zou Chroesjtsjov ontdekken dat het alternatiefvoor het stalinisme niet een communisme met een menselijk gezichtwas, maar de verwerping van het communisme door de onderdruktebevolking. In de maanden die volgden op zijn toespraak zou decommunistische wereld volledig door elkaar worden geschud. HetOostblok, de koloniale erfenis van Stalins veroveringspolitiek,dreigde met donderend geraas uit elkaar te vallen. Als dat wasgebeurd, zou Chroesjtsjov zeker in die val zijn meegesleurd.

Het lag voor de hand dat het eerste partijcongres na de doodvan Stalin geen gewone bijeenkomst zou worden. Desondanks moethet voor de aanwezigen een verrassing zijn geweest datChroesjtsjov niet was gekomen om Stalin te prijzen, maar om hemte begraven. De toon werd gezet door één van Chroesjtsjovsvertrouwelingen, de Armeense partijleider Sergo Mikoyan. Enkeledagen na het begin van het congres hield deze een toespraakwaarin hij de stalinistische geschiedschrijving aan eenvernietigende kritiek onderwierp. De Nederlandse partijsecretarisPaul de Groot zette al na enkele minuten zijn koptelefoon af metde verzuchting: 'Nu begint het gedonder'. Hij wist niet halfhoezeer hij daarin gelijk zou krijgen. Frontale aanval

Mikoyans toespraak was nog maar een voorproefje. Het congreswas feitelijk al afgelopen toen de sovjetafgevaardigden bijeenwerden geroepen voor een laatste, geheime sessie. In een vier uurdurende toespraak zou Chroesjtsjov vervolgens ieder aspect vanStalins reputatie tot de grond toe afbreken.

Chroesjtsjovs toespraak was, zeker gezien de lengte, eenopvallend elegant en effectief betoog. De opzet was simpel: mettalloze voorbeelden liet Chroesjtsjov zien dat van het beeld datStalin van zichzelf had gecreëerd, niets klopte. De rode draadin het verhaal werd gevormd door constante vergelijkingen metLenin. Na in enkele pennenstreken de 'heilige leninistischeprincipes van de Partij' te hebben geschetst -rechtvaardigheid,ruimte voor kritiek en nadruk op de prestaties van dearbeidersmassa in plaats van op de daden van de individueleleider - vroeg hij zijn publiek op retorische wijze: 'Zijn dezeprincipes voldoende in acht genomen na de dood van VladimirIlyich?' 'Ja', zal de zaal aanvankelijk ongetwijfeld hebbengedacht, 'dankzij de onfeilbare leiding van Kameraad Stalin.''Nee', antwoordde Chroesjtsjov zijn publiek, 'dankzij demoorddadigheid, leugenachtigheid en zelfverheerlijking vanKameraad Stalin.'

De moorddadigheid van Stalin werd belicht met citaten uit dedossiers van talloze ten onrechte ter dood veroordeeldepartijleden. Dit diende een dubbel strategisch doel. Allen in dezaal hadden collectief en vaak ook persoonlijk schuld aan de doodvan miljoenen gewone Sovjetburgers. Maar de schuld voor de doodvan partijleden was veel minder breed gedeeld. Door deze lastgeheel op de schouders van Stalin te plaatsen, pleitteChroesjtsjov zijn publiek - en daarmee ook zichzelf - vrij vanalthans een deel van de moorden die zij allen op hun gewetenhadden. De keuze voor citaten uit dossiers van vermoordepartijleden had daarnaast ook een belangrijk dramatisch effect.Velen in het publiek hadden een persoonlijke band gehad met éénof meer van de door Chroesjtsjov genoemde personen. Het horen vanhun namen - waarvan het noemen lang verboden was geweest - wektebij zijn publiek behalve nostalgische gevoelens ookverontwaardiging over het onrecht van de stalinistische terreur.Met iedere volgende ter dood veroordeelde Kameraad verdiepteChroesjtsjov de kloof tussen zijn publiek en de oude dictator.

Stalins leugenachtigheid werd ontmaskerd met een besprekingvan de mythe van zijn onfeilbare leiderschap tijdens de TweedeWereldoorlog. Chroesjtsjov toonde aan dat Stalin miljoenenonnodige slachtoffers had gemaakt door alle waarschuwingen overeen ophanden zijnde Duitse invasie te negeren. Hij beschuldigdehem van het ondermijnen van de slagkracht van het Rode Leger dooreen systematische zuivering van de legertop. Hij stelde dat de'nervositeit en hysterie waarmee Stalin zich bleef bemoeien metdagelijkse militaire operaties' het Rode Leger grote schade hadtoegebracht. 'Is dit een voorbeeld van de alertheid van eenpartijleider en staatshoofd op een buitengewoon belangrijk momentin de geschiedenis?', zo vroeg hij zijn publiek. Nee natuurlijk.'Maar wie was dan verantwoordelijk voor de overwinning?', vroeghet publiek zich ongetwijfeld af. Terug naar de leninistischeprincipes: 'Niet Stalin, maar de Partij in haar geheel, desovjetregering, ons heldhaftige leger, zijn getalenteerde leidersen dappere soldaten, de hele sovjetnatie - dit zijn degenen dieons de overwinning hebben bezorgd in de Grote VaderlandseOorlog!' Niet Stalin dus, maar zijn publiek, zijn collega's naasthem op het podium en het volk dat buiten de zaal in gelukzaligeonwetendheid aan het ploeteren en zwoegen was. Met iedere nieuwebeschuldiging brak Chroesjtsjov niet alleen de reputatie vanStalin verder af, maar bouwde hij ook die van zijn publiek verderop.

Zo maakte hij zijn publiek rijp voor de laatste, frontaleaanval op de cultus van persoonsverheerlijking die Stalin tijdenszijn leiderschap had opgebouwd. Hoe belangrijker de zaal zichzelfimmers ging vinden, en hoe onbelangrijker, ja zelfs schandaligerde daden van Stalin leken, des te gevoeliger zou zijn publiekzijn voor de veroordelingen van de stalinistischezelfverheerlijking. Met een bespreking van 'misselijkmakende'films en een 'leugenachtige' biografie zette hij Stalin neer alseen 'grootsheidswaanzinnige', 'arrogante' man die 'volledig degreep op de werkelijkheid was kwijtgeraakt.' “ Iedereen'',vervolgde hij, “die de laatste tijd Stalingrad bezocht heeft,moet het reusachtige standbeeld hebben gezien dat daar gebouwdwordt, en dat nog wel op een plek waar nauwelijks mensen komen.Enorme bedragen zijn eraan besteed terwijl mensen in dat gebiedal sinds de oorlog in hutten leven. Nu vraag ik u, spreekt Stalinde waarheid wanneer hij in zijn biografie over zichzelf schrijftdat 'hij zichzelf nog niet een schaduw van arrogantie, trots ofzelfverheerlijking toestond?' “ 'Nee!' brulde de zaal. De tijdwas gekomen, zo concludeerde Chroesjtsjov, om 'de cultus van hetindividu definitief, eens en voor altijd af te schaffen'.

De gedelegeerden verlieten quasi-verdoofd de zaal. Ze haddenongetwijfeld goed begrepen wat ze zojuist gehoord hadden. Dezewoorden konden niet zonder gevolgen blijven, dat was welduidelijk. Maar welke? Opstand

Het nieuws van de toespraak kwam al snel op straat te liggen.Niet in de laatste plaats dankzij Chroesjtsjov zelf: met zijngoedvinden werden exemplaren van zijn redevoering naarpartijafdelingen in alle uithoeken van het land gestuurd, voorde vorm nog wel met het stempel 'Niet voor Publicatie' erop.Binnen enkele weken hadden 25 miljoen sovjetburgers directkennisgenomen van de tekst; de overigen hoorden ongetwijfeld opandere manieren van de sensationele inhoud van de nu alleen nogin naam geheime rede. Ook in landen als Hongarije en Polenvernamen miljoenen mensen Chroesjtsjovs revolutionaire woorden.In Oost-Duitsland hield partijleider Walter Ulbricht verdereverspreiding van de toespraak persoonlijk tegen uit angst vooreen herhaling van de onlusten van juni 1953. Maar de DDR-burgerskwamen toch op de hoogte van de inhoud van de toespraak viauitzendingen van de West-Duitse radiozenders - exemplaren van detekst lekten al in april via Poolse bronnen uit naar de CIA enbegin juni mocht de New York Times het bestaan van de toespraakook voor het westerse publiek wereldkundig maken.

Het was alsof een bom was ingeslagen, waarvan de schokgolvenvan Nederland tot Noord-Korea werden gevoeld. In de Sovjet-Uniezelf leidde de toespraak al snel tot spontantegeweldsuitbarstingen. Standbeelden van de oude dictator werdenomvergetrokken of beklad. In sommige partijafdelingen werdenresoluties in stemming gebracht waarin Stalin een 'vijand van hetvolk' werd genoemd. Boze burgers durfden voor het eerst openlijkhun mening over Stalin te geven. Die was overigens niet altijdnegatief. De pro-stalinistische demonstraties waren minstens eventalrijk als de anti-stalinistische. Vooral in Stalinsgeboorteland Georgië liepen de emoties hoog op, op een voorChroesjtsjov gevaarlijke manier. In minder dan geen tijd werden'Lang leve Stalin!' slogans vervangen door 'Weg metChroesjtsjov!' en 'Molotov als Partijleider!'.

Hoezeer Chroesjtsjov in de daarop volgende maanden ookprobeerde de gemoederen te kalmeren, de geest was en bleef uitde fles. In Oost-Europa leidde het bekend worden van de toespraaktot spontane stakingen, betogingen en opgewondengroepsdiscussies. De eerste staking vond begin juni 1956 plaatsin het Poolse Poznan, waar duizenden fabrieksarbeiders het werkneerlegden uit protest tegen voorgenomen salarisverlagingen. Destaking leidde tot een massale demonstratie (onder de leuze'Brood en Vrijheid'), de demonstraties leidden tot relletjes ende relletjes tot ingrijpen van de Poolse veiligheidstroepen. Meerdan 50 demonstranten werden doodgeschoten, nog eens 200 raaktengewond.

Intussen was het ook in Hongarije gevaarlijk gaan gisten. Deeerste demonstraties, half juni, waren een uiting vansolidariteit met de Poolse arbeiders. De demonstrantenontwikkelden echter al snel een eigen Hongaarse agenda. Men eisteeen vertrek van de zittende regering, betere werk- enleefomstandigheden en vooral: vrijheid. Chroesjtsjov stuurde zijnadjudant Mikoyan naar Boedapest om de oude stalinistische leiderMatyas Rakosi de wacht aan te zeggen. De verwijdering van Rakosiwas bedoeld als poging om de rust in Hongarije te herstellen.Maar het tegenovergestelde werd bereikt. De demonstranten werdenerdoor gesterkt in hun overtuiging dat grote veranderingen op tilwaren.

De onrust hield dan ook aan. Begin oktober werden de lichamenvan enkele prominente slachtoffers van de door Rakosi uitgevoerdestalinistische zuiveringen opgegraven en in het bijzijn vantweehonderdduizend demonstranten met groot ceremonieelherbegraven. Op 23 oktober sloeg de vlam in de pan. Voor die dagwas een grote studentendemonstratie gepland. Ergens in de menigtevan enkele honderdduizenden demonstranten ontstond het plan omhet standbeeld van Stalin, dat een prominente plek innam op deDosza Györgylaan, omver te trekken. De bezeten menigte sleeptehet beeld naar het Blaha Luzja plein, waar het in stukken werdgehakt. Veiligheidstroepen openden het vuur op de massa, maar dedemonstranten slaagden erin de soldaten te overmeesteren en teontwapenen. De herbegrafenis van Stalins slachtoffers en de valvan Stalins standbeeld luidden het begin van de opstand in -Chroesjtsjovs woorden uit de Geheime Toespraak werden zo door dedemonstranten in daden omgezet.

In de weken die volgden zou het sovjetleiderschap onderinvloed van ontwikkelingen in Boedapest meerdere malen radicaalvan mening veranderen. Wel ingrijpen, niet ingrijpen.

Chroesjtsjov wist niet meer wat te doen. Op 30 oktober leekhij zelfs bereid de troepen definitief uit Hongarije terug tetrekken en Hongarije aan zijn lot over te laten. Maar diezelfdedag maakte de kort daarvoor tot premier benoemde Imre Nagy dekapitale fout aan te kondigen dat Hongarije zich zou terugtrekkenuit het Warschau Pact. De voorgenomen terugtrekking van detroepen was meteen van de baan. Als Chroesjtsjov nu aan deHongaarse eisen zou toegeven, zou het einde van het Warschau Pact- en daarmee ook van Chroesjtsjov zelf - nabij zijn. 'De mensenzullen zeggen', verklaarde hij, 'dat toen Stalin aan de macht wasiedereen gehoorzaamde en er zich nooit grote schokken voordeden,maar dat sinds wij aan de macht waren gekomen Rusland een reeksnederlagen had geleden en wij Hongarije waren kwijtgeraakt.'Chroesjtsjov, die het jaar was begonnen als anti-stalinistischehervormer, werd uiteindelijk gedwongen typisch stalinistischemachtsmiddelen te gebruiken om zichzelf te handhaven. Zo bleefStalin vanuit zijn graf een stempel op het gebeuren drukken.

Op 4 november werd de opstand neergeslagen met bombardementen,gevolgd door de inzet van duizenden tanks en tienduizendensoldaten. Bijna een week lang was Hongarije een oorlogsgebied.Toen het stof optrok, waren twintigduizend Hongaarse burgersgedood. Een poëtische Drees

De onderdrukking van de Hongaarse opstand leidde in het Westentot een ongekende uitbarsting van anticommunistisch geweld. Viade media hadden westerse burgers tot begin november degebeurtenissen in Boedapest op de voet kunnen volgen. Mannen alsImre Nagy, Pal Maleter en kardinaal Mindszenty warenhoofdrolspelers in een dagelijkse nieuwssoap geworden. Dat eenoptimistisch verhaal over vrede en vrijheid zo'n gewelddadig slotkreeg, kwam bij het meelevende publiek hard aan. De Hongaarsesmeekbeden om toch vooral de opstandelingen te komen helpen,raakten daarbij een open zenuw. Radio Vrij Boedapest bracht denoodkreet als eerste: 'Help Hongarije! Help het Hongaarse volk.SOS! SOS!' Binnen een paar uur klonken de smeekbeden vanuit hethele land: 'Wij vragen de Verenigde Naties onmiddellijk tehelpen. Wij vragen dat er parachutisten worden neergelaten.''Redt ons. Steekt ons uw broederlijke hand toe, volkeren van dewereld. Help! Help!'

Maar er kwam geen hulp. De Amerikaanse president Eisenhowerverklaarde dat wat hem betreft Hongarije 'net zo onbereikbaar wasals Tibet.' De VN lieten het bij een motie van afkeuring over hetsovjetoptreden. De onaantastbaarheid van de in Jalta gemaakteafspraken belette het Westen in Hongarije in te grijpen. 'DeZonde van Jalta', schreef Telegraaf -columnist Pasquino, 'zalzich wreken in het derde en vierde geslacht. De zieke,zachthartige Roosevelt heeft daar met één pennenstreek eenaantal Europese volkeren tot slavernij gedoemd en overgeleverdaan de diabolische grootheidswaanzinnige gek Stalin.' Het gevolgwas een verpletterend gevoel van machteloosheid: 'Wij, inNederland, zijn machteloos. Wij dragen voor de zekerheid vanEuropa anderhalf miljard bij en kunnen Hongarije niet helpen.'

De frustratie raakte tot een kookpunt. In heel West-Europagingen jongeren de straat op om hun woede te koelen opcommunistische doelen. In Wenen trok een menigte studenten eenspoor van vernieling door de stad. Bij communistischepartijgebouwen werden de ruiten ingegooid, communistischeboekwinkels werden geplunderd en de boeken in brand gestoken. InLuxemburg bestormden studenten de Russische ambassade. Ze ruktende sovjetvlag van de mast, sleepten het meubilair naar buiten enstaken dat vervolgens samen met een op het ambassadeterreinaangetroffen dienstauto in brand. Bij studentendemonstraties inWest-Berlijn en Parijs droegen de deelnemers spandoeken metslogans als 'Tanks en vrijwilligers naar Hongarije!' Velehonderden studenten meldden zich aan voor spontaan gevormdemilities - die overigens nooit een schot voor de bevrijding vanHongarije zouden lossen.

Ook in Nederland liep de zaak uit de hand. Op de avond van deRussische inval trok vanaf het Amsterdamse Leidseplein eenwoedende menigte naar het aan de Keizersgracht gelegen FelixMeritis, het hoofdgebouw van de CPN. Daar braken de jongerenstenen uit de straat en begonnen het gebouw te bekogelen. Driedagen lang zou Nederland het toneel blijven vananticommunistische relletjes. Door het hele land werdencommunistische doelwitten bestookt met alles waarmee maar gegooidkon worden. In Den Haag sneuvelde een ruit van de Russischeambassade. In Utrecht werd het gebouw van de communistischeEenheidsvakcentrale (EVC) belegerd. Overigens waren dedagbladcommentaren maar matig tevreden over deze jeugdigeuitbarstingen van anticommunistisch sentiment. Men zag er tocheerder een voorbeeld van de bandeloosheid van de modernemassajeugd in.

De publieke verontwaardiging vond een beschaafdere uitlaatklepin een serie demonstraties, hulpacties en inzamelingen. Tijdenseen massaal bezochte manifestatie bij het Nationaal Monument opde Dam preekte de voorzitter van het Nederlands Vakverbond (NVV),Henk Oosterhuis, dat 'een heilige verontwaardiging ons moetbezielen tot een actie voor de neergeslagen Hongaren, die heelde democratische wereld omvat. Leve het vrije Hongarije!' HetNederlands Olympisch Comité nam het dramatische besluit om geenploeg te sturen naar de Spelen die enkele weken later zoudenworden gehouden in het Australische Melbourne. Nederland wasdaarmee het eerste land in de geschiedenis dat om politiekeredenen de Spelen boycotte. Het Rode Kruis haalde binnen enkeledagen een kwart miljoen gulden binnen voor het leveren vanvoedsel en medicijnen aan Hongaarse vluchtelingen.

Onder druk van de publieke opinie besloot de regering enkeleduizenden van deze vluchtelingen in ons land op te nemen. Tijdenseen debat in de Tweede Kamer waarin Drees deze maatregeltoelichtte, probeerde het CPN-kamerlid Henk Gortzak zijnmedeleven te betuigen met het Hongaarse volk. Hij kreeg eenstortvloed van buitengewoon onparlementaire uitdrukkingen vanuitde kamerbankjes over zich heen. Toen zijn collega Gerben Wagenaarin een ander debat diezelfde week de Hongaarse opstandelingenuitmaakte voor 'fascistische moordenaars' verlieten alleniet-communistische kamerleden demonstratief de zaal, gevolgddoor journalisten en publiek. Drees zelf diende de communistenop een meer poëtische manier van repliek: “Toen ik Polen enHongarije in beweging zag komen, dacht ik aan de dichtregel vanFreilingrath: 'Ungarn und Polen macht sich frei'. Maar laterdacht ik aan de trieste regels uit een gedicht van Heine: 'Esfiel der Freiheit letzte Schanz und Ungarn blutet rasch zumTode'. Toen waren het de beulsknechten van de tsaar, nu geschiedthet door de beulsknechten van het bolsjewisme.'' De Handelingenvermelden ditmaal een 'langdurig applaus'. Scheldwoorden, eenspontane walk-out en applaus in de Vergaderzaal: ook in hetparlement was men door de emoties van het gebeuren in Hongarijeovermand geraakt.

Gortzak zou uiteindelijk samen met de voormalige verzetsheldGerben Wagenaar en EVC-voorman Ger Harmsen in het najaar van 1958door partijleider Paul de Groot en zijn adjudant Marcus Bakkerwegens 'spionage voor de Engelse geheime dienst' uit de partijworden gezet. Het was de laatste akte in een drama dat feitelijkwas ingezet in de nadagen van de Hongaarse opstand. Een deel vande CPN-leiding was door de gebeurtenissen van 1956 tot deconclusie gekomen dat het slaafs blijven volgen van de doorMoskou uitgestippelde koers de partij grote schade zou kunnenberokkenen. De door de inhoud van de Geheime Toespraak sterktoegenomen twijfel - die door de PvdA tijdens deverkiezingscampagne van juni 1956 handig werd gevoed; zo zorgdedie partij ervoor dat de toespraak in een aantal Amsterdamsearbeiderswijken huis aan huis verspreid werd - sloeg door degebeurtenissen in Hongarije bij veel gewone partijleden om inafkeer. In november 1956 zou het partijblad De Waarheid bijna5000 abonnees verliezen. De EVC verloor in dezelfde maand inéén klap 15 procent van haar leden. Een debat over deopstelling tegenover Moskou was onvermijdelijk. Dat debat ging,zoals gebruikelijk, schuil achter theoretische abstracties.Voorstanders van een zelfstandiger houding van de partij richttenhun pijlen op het 'dogmatisme' en de 'persoonsverheerlijking.'De groep rond De Groot en Bakker bekritiseerden het 'titoïsme'van hun tegenstanders. Het kwam erop neer dat De Groot en Bakkervoorstanders waren van een onversneden stalinistische koers. Voorinterne discussies was geen ruimte, laat staan voor zelfkritiek. Doodsteek

Chroesjtsjovs Geheime Toespraak zou ook op andere manierendoorwerken in het westerse debat. Zij leverde bijvoorbeeld ookeen bijdrage aan wat de Amerikaanse socioloog Daniel Bell later'het einde van de ideologieën' zou noemen. Het kapitalisme hadal eerder zijn geloofwaardigheid verloren. De westerse eliteshielden de vrije markt verantwoordelijk voor de diepe economischecrisis van de jaren dertig. Het marxisme daarentegen kon het,mede dankzij zijn mysterieuze aantrekkingskracht op delen van deintellectuele broederschap, tot aan het midden van de jarenvijftig volhouden. De gebeurtenissen van 1956 zouden echter dedoodsteek betekenen voor het marxisme als politieke ideologie.Chroesjtsjovs toespraak bevestigde de westerse vermoedens overhet misdadige karakter van het sovjetregime. Hij betekendedaarnaast ook het einde van de westerse intellectuele fascinatiemet de Sovjet-Unie. Welke zichzelf respecterende westerseintellectueel zou immers nog bereid zijn de sovjetterreur tegenzijn critici te verdedigen nu bleek dat de nieuwe sovjetleidinghet zelf met die kritiek eens was? De pogingen van de nieuwesovjetleider om zich van de zonden van zijn voorganger tedistantiëren, maakten daarbij in het Westen weinig indruk.'Stalinistische boter op Moskouse hoofden', kopte Vrij Nederlandbegin juni 1956 bij het bekend worden van de inhoud van de rede.Er was volgens het blad geen enkele reden aan te nemen datChroesjtsjov een wezenlijke verbetering zou vormen ten opzichtevan zijn beruchte voorganger. De commentatoren zagen hun gelijkal snel bevestigd in de wrede onderdrukking van de Hongaarseopstand. Het geweld in de straten van Boedapest beroofde decommunistische heilsleer van zijn laatste restjegeloofwaardigheid.

Op korte termijn ging Chroesjtsjovs toespraak dus vooral tenkoste van de marxistische theorie en de communistische praktijk.Chroesjtsjov zelf slaagde er uiteindelijk maar ternauwernood inzijn eigen huid te redden door met keihard ingrijpen de gevolgenvan zijn geheime toespraak te bestrijden. Stalinistische dadenbleken dus sterker dan anti-stalinistische woorden. Op de langeretermijn zouden Chroesjtsjovs woorden echter wel degelijk de valvan het stalinistische bouwwerk inluiden. Toen midden jarentachtig een nieuwe generatie sovjetleiders aan de macht kwam,onder aanvoering van de man die zichzelf een 'kind van hetTwintigste Partijcongres' noemde, Michail Gorbatsjov, zou hetanti-stalinistische programma van zijn toespraak alsnog wordenuitgevoerd.

In het revolutiejaar 1989 zouden de opstandelingen opnieuwteruggrijpen naar de symboliek van Chroesjtsjovs toespraak. Netals in 1956 werden ook nu overal de standbeelden en anderesymbolen van de communistische overheersing omvergetrokken enbeklad. En net als in oktober 1956 zouden ook in de zomer van1989 de slachtoffers van de Russische inval uit hun anoniemegraven worden opgegraven voor een met groot ceremonieel omkledeherbegrafenis. Daarmee ging overigens een profetie van Drees invervulling, die in november 1956 het communistische kamerlidWagenaar al had gewaarschuwd dat hoewel deze 'nu degenen die inHongarije strijden weer fascisten noemt straks misschiendiegenen die nu door de Russen worden neergeschoten weer uit hungraven worden gehaald om hun eerherstel te verzekeren, zoals hetis geschied met zovelen, die de slachtoffers zijn geweest van decommunistische terreur.'

Het gaat wellicht te ver de gebeurtenissen van 1989 als eendefinitieve overwinning van Chroesjtsjovs Geheime Toespraak tebeschouwen. In de periode-Gorbatsjov speelden immers ook anderefactoren een rol - een Poolse paus en een Amerikaanse presidentdie nadrukkelijk de confrontatie met het communisme zochten eneen Russische partijleider die anders dan Chroesjtsjov zelf wélde morele kracht bezat om de ultieme consequenties van zijnhervormingsstreven te aanvaarden. In het huidige Rusland ziet mendaarnaast Chroesjtsjov hoogstens als een voorloper vanGorbatsjov, een wegbereider voor wat de huidige Russischepresident Poetin onlangs de 'grootste geopolitieke catastrofe vande 20ste eeuw' noemde, namelijk het uiteenvallen van deSovjet-Unie. Dat Chroesjtsjovs toespraak uiteindelijk mede leiddetot een herstel van vrijheid, waarheid en rechtvaardigheid wordthem dus door het bevrijde volk bepaald niet in dank afgenomen.Desondanks is de toespraak toch de moeite van het herlezen enherdenken waard. Het levert immers het bewijs dat hogere waardenwel degelijk kunnen zegevieren over lagere machtspolitiekewaarheden - al is die triomf maar tijdelijk en verre vanvolledig.

Van Joshua Livestro verschijnt dit voorjaar bijPrometheus/Bert Bakker 'De adem van grootheid', een geschiedenisvan Nederland in de jaren vijftig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden