Tien Geboden

Christine Otten: kunst is iets maken dat er al is

Christine Otten: "Een grote opdracht in dit leven is ervoor te zorgen dat je het goedmaakt met mensen die belangrijk voor je zijn."Beeld Jörgen Caris

In de interviewserie 'Tien Geboden' deze keer Christine Otten (Deventer, 1961). Otten is schrijfster en brak in 2004 door met 'De laatste Dichters'. Vorig jaar verscheen 'We hadden liefde, we hadden wapens', een roman geïnspireerd op het levensverhaal van de Amerikaanse burgerrechtenactivist Robert F. Williams. Een gelijknamige muzikale voorstelling is nog tot 30 maart in verschillende theaters te zien.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

"Mijn moeders vader, wiens genen ik heb geërfd, was van katholieken huize, maar hij werd in zijn jeugd al communist. Mijn oma kwam uit een anarchistisch milieu. Ze dacht als klein meisje dat Domela Nieuwenhuis haar opa was omdat zijn portret boven de eettafel hing. Mijn ouders zijn dus allebei atheïstisch opgevoed. Geloof was opium voor het volk. 

Toen ik op de middelbare school godsdienstles kreeg, begrepen ze daar niets van: 'Godsdienstles? Waar heb je dát nou voor nodig?' Ik wist het zelf ook niet. Die verhalen maakten in ieder geval weinig indruk. Ik herinner me dat mijn vriendje uit die tijd tegen de leraar, een protestantse man, zei: 'Godsdienst sterft toch wel uit!' 

We hadden onszelf tot outcasts verklaard. We droegen ons haar lang. We waren strijders. Ik stond ook erg onder invloed van mijn oudere broer die bij de trotskistische beweging zat. Al moet ik zeggen dat die strenge, moralistische kant mij na verloop van tijd flink ging tegenstaan. 'Als jullie ooit aan de macht komen', zei ik, 'dan ben ik de eerste die in de oppositie gaat'. Vervolgens werd ik uit de club gezet omdat ik te anarchistisch zou zijn.

"Ik ben altijd een denker geweest, maar met de grote zijnsvragen heb ik nooit geworsteld. Hoezo: er moet toch iets zijn? Een leven zonder God is heel goed mogelijk. Mijn engagement is niet opgelegd of aangeleerd; het zit gewoon heel diep in mijn DNA. We moeten voor elkaar zorgen. Dat vind ik vanzelfsprekend. Weet je wat wel grappig is? In mijn werk kom ik veel mensen tegen met een religieuze achtergrond. 

Het zijn vaak de christenen die zich willen inzetten voor vluchtelingen, gevangenen of dak- en thuislozen. Binnen zo'n groep ben ik vaak de enige die niet in God gelooft. En toch delen we dezelfde waarden. Ik bedenk me ineens: misschien bedoelt mijn man dát wel als hij zegt dat ik spiritueel ben."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Met John Cale bewoonde ik een privéuniversum, in zijn muziek hoorde ik het mysterie. Door hem gezien te worden, dat zou het summum zijn. Uiteindelijk heb ik Cale ontmoet, we ontwikkelden zelfs een soort vriendschap. Na het interview zei hij: 'Jij mag altijd terugkomen'. Ik had nog meer idolen op mijn lijstje staan - Paul Auster is de laatste die ik heb afgevinkt - maar op die manier zal ik niet snel meer iemand bewonderen. 

Daar ben ik echt te oud voor geworden. De magie blijft hoor, maar die zit vooral in wat mensen maken, niet in wie ze zijn. Ik creëer nu mijn eigen werelden. Schrijven geeft me levenslust. Ik schrijf ook om vast te houden, da's waar. Het is niet voor niets dat de geschiedenis een rol speelt in mijn boeken. Ik kom misschien stoer over, maar vergankelijkheid vind ik best een moeilijk thema. Ik wil dat alles blijft. Pas de laatste jaren lukt het me om, als ik somber ben, te denken: het is niet zo erg dat dit verdwijnt, er komt heus wel weer wat nieuws."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"God is wat ze in de psychiatrie een 'transitional object' noemen: een pop, een knuffel voor kleine kinderen. Zo'n God, of hij nu bestaat of niet, geeft houvast, vertrouwen en liefde. Hij stelt je in staat je te verbinden met anderen. Het is ook de God die je alles zal geven wat je verlangt - omdat je het er eerst zelf hebt ingestopt."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Ik móét mezelf af en toe uitschakelen omdat ik de neiging heb om, als ik me goed voel, te lang door te gaan, waardoor ik uiteindelijk lig te stuiteren in mijn bed. Tegelijkertijd kan ik ook heel gedisciplineerd zijn. 's Avonds geen koffie, niet te veel alcohol. Ik word echt niet leuker als ik heel veel ga drinken. En je wordt er ook niet mooier van. Vrouwen die naar witte wijn stinken, dat futloze haar, die lelijke huid, vreselijk. Dan maar saai en braaf."

V Eer uw vader en uw moeder

"Mijn vader was heel intelligent, maar hij kwam uit een armoedig milieu en ik denk dat hij door een gebrek aan mogelijkheden uiteindelijk verknipt is geraakt. Hij werd niet begrepen. Nergens. Overal een vreemde. Hij heeft een tijd lang als een pluisje rondgedwarreld in het heelal. Toen ik jong was, had ik nog niet zo erg in de gaten hoe verward hij was. Ik herinner me dat, toen ik een jaar of vier was, de oppas ineens langskwam om mij uit Pinkeltje voor te lezen - en dat vond ik al zo'n rotboek. Ze kwam omdat mijn vader was opgenomen en mijn moeder hem moest opzoeken in het ziekenhuis. Overspannen. Hij ging steeds vaker weg en als hij weer thuiskwam, lag hij somber, in zichzelf gekeerd, op bed.

"Toen ik naar de middelbare school ging, kwam ik van het licht in het donker terecht; ik was inmiddels voortdurend bang dat mijn vader zichzelf iets zou aandoen en voelde me op school totaal niet geaccepteerd. Thuis moest ik groot zijn, mijn vader redden, maar van binnen was ik nog een baby. Het lukte niet. Ik kón mijn vader niet helpen, sterker nog: ik ontwikkelde zelf allerlei angststoornissen.

"Op mijn vijftiende was mijn vader weer eens weggelopen uit de inrichting. Hij stond voor de deur, wilde thuiskomen, maar ik stuurde hem weg. Daar heb ik jarenlang last van gehad. Ik ben er ook vaak op aangesproken. 'Nare meid, hoe kun je zoiets doen?' Gelukkig heeft een bevriend arts me een keer verteld dat het juist sterk was om zo te handelen.

 Ik denk dat ik toen vooral heb gedacht: dit kan ik er niet bij hebben. Mijn moeder zag welk effect mijn vaders ziekte op mij had en heeft hulp voor mij gezocht. Pas veel later, toen ik paniekaanvallen kreeg en midden in de nacht wakker schrok, bang om dood te gaan, hebben wijze mensen om mij heen gezegd dat het beter was als ik mijn vader een tijdje niet zou zien.

"Aan het einde van zijn leven, belde hij me op. Of ik langs wilde komen voor zijn verjaardag. Mijn kinderen waren inmiddels groot - toen ze klein waren, was ik er bang voor dat ze zouden meemaken hoe ik in het bijzijn van mijn vader zou breken - en ik voelde me sterk genoeg. Het was het eerste van een reeks bezoeken. Vaak was mijn oom erbij en dan luisterde ik naar de verhalen van die twee oude mannen. Verhalen over vroeger. 

Op een dag bedacht ik dat het misschien wel een goed idee was om een boek over mijn vader te schrijven. Ik dacht aan een verhaal met een sociaal-maatschappelijke context, maar het werd al snel een persoonlijk verhaal over zijn gekte en hoe ik daarmee moest leren omgaan. Hij was groots in die tijd, gaf me interviews, begreep heel goed dat ik als een schrijver materiaal moest verzamelen. 

Mijn vader stierf een maand voordat het boek ('Om adem te kunnen halen', 2013, AV) verscheen. Jaap Goedegebuure schreef in zijn recensie dat ik een monument voor mijn vader had opgericht. Daar was ik blij om. Mijn relatie met mijn vader was heel moeilijk geweest, maar ik heb er wel voor gezorgd dat het weer goed kwam tussen ons. Dat is een grote opdracht in dit leven: ervoor te zorgen dat je het goedmaakt met mensen die belangrijk voor je zijn, ervoor zorgen dat alles in orde is voordat je sterft."

VI Gij zult niet doodslaan

"Mijn grootvader was een worstelaar en ik doe aan kickboksen. Dat heeft niet zozeer met agressie te maken - ik heb mijn woede helemaal onder controle - maar vooral met energie. Natuurlijk, je kunt ook fanatiek gaan badmintonnen, maar kickboksen geeft meer zelfvertrouwen. Je wordt mentaal en lichamelijk sterker. Het is een leuke bijgedachte te weten dat je, als het erop aankomt, iemand zou kunnen uitschakelen, maar dat is niet waar kickboksen over gaat. 

Nou, oké, ik ben wel nieuwsgierig hoe het zou zijn om iemand knock-out te slaan. Deep down ben ik een straatvechter. Ik level ook heel makkelijk met die mensen; ik voel me tussen de gevangenen die ik schrijfles geef als een vis in het water. Het is ook gewoon stoer, zo'n uitstraling: you don't fuck with Christine Otten."

VII Gij zult niet echtbreken

"De stabiliteit die ik in mijn puberteit ben kwijtgeraakt, heb ik later in mijn leven teruggebracht door de juiste partner te kiezen. Hans en ik zijn nu al 32 jaar samen. Het klinkt bijna berekenend om er zo over te praten, maar toch: ik heb er wel op die manier over nagedacht. Ik was geen flierefluiter die maar wat aanrommelde. Ik had een anker nodig. Ik ga sowieso niet wegwerperig met mensen om, maar ik zou natuurlijk wel gek zijn om de relatie met een soulmate op het spel te zetten. Het lastige van zo'n soort verhouding is wel dat ik lange tijd niet autonoom genoeg was. 

In zekere zin zocht ik altijd iemand bij wie ik me kon verantwoorden. Ik kon niet op mezelf vertrouwen. Als ik andere mensen aantrekkelijk vond, raakte ik in paniek. Ik heb er therapie voor nodig gehad om te begrijpen dat je mag bedenken wat je wil. Die fantasieën zijn van jou, die hoef je met niemand te delen. Zelfs niet met je partner. Het klinkt nu eenvoudig, maar ik kan me nog precies herinneren hoe die gedachte me bevrijdde. Het was alsof de gevangenisdeuren opengingen. Moet je je voorstellen, ik had al een paar boeken geschreven, van alles en nog wat verzonnen en dit idee was nog niet bij me opgekomen: in je hoofd ben je vrij."

VIII Gij zult niet stelen

"Heb je 'Patterson' van Jim Jarmusch al gezien? Die film raakte me diep. Hoe schoonheid aan de werkelijkheid wordt onttrokken en op een ándere manier wordt getoond. Waanzinnig mooi. Dat is kunst voor mij: iets maken van wat er al is."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"Het woord waarheid wordt vaak overschat. Al de verhalen over mijn leven zijn gekleurd. Mijn broer zal je waarschijnlijk iets heel anders over vroeger vertellen. Waarachtigheid is een veel betere term. Waarachtigheid impliceert integriteit: je doet je uiterste best om een zo getrouw mogelijke weergave van de werkelijkheid te maken.

'De laatste Dichters' (roman uit 2004, gebaseerd op de levens van een groep dichters uit de Black Power-tijd. De Engelse vertaling verscheen in 2016, A.V.) schreef ik op basis van talloze gesprekken die ik met die mannen heb gevoerd. Over één zo'n hoofdstuk - waarin een complexe verhouding tussen twee van hen wordt beschreven - zei een van die dichters: 'Kijk, nu wordt eindelijk eens gezegd hoe het precies is gebeurd!' Terwijl ik zelf niet eens meer wist hoeveel ik van dat verhaal zelf had bedacht of ingevuld.

"Schrijven gaat over het vermogen je in een ander te kunnen inleven. Over empathie. Schrijven helpt je te begrijpen hoe andere mensen in elkaar steken. Schrijven helpt met het opheffen van een existentiële eenzaamheid.

"Toen ik Umar Bin Hassan (een van 'The Last Poets' - A.V.) in 2000 voor de eerste keer ontmoette, herkenden we elkaar. Hij zei: 'Als ik naar jou kijk, zie ik mezelf'. En dat was wederzijds. Het ging over gekte in de familie, over gevoelens van verwaarlozing en miskenning die onze vaders aan ons hadden overgedragen. Ik kon daardoor ook schrijven vanuit het perspectief van een oudere, zwarte man.

"Zo organisch kan het gaan. Ik ga er, in het algemeen, wel vanuit dat je nederigheid betracht tegenover je karakters want pas als je jezelf vergeet, als je bereid bent om als het ware op te lossen en in je karakters te verdwijnen, dan pas vertellen ze je iets wat je nog niet wist."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Ooit was dit mijn overlevingsstrategie: als ik nu maar hard genoeg werk en de beste word, dan ben ik veilig. Dan heb ik een houvast. De beste, wie maakt me wat? Maar het was een illusie natuurlijk. Niemand is de beste, nooit. Die strategie leverde alleen maar een naar gevoel op als anderen meer aandacht kregen dan ik. Zie je nou wel? Ik stel niks voor. Ik ben de moeite niet waard.

"Op een dag zei een vriendin tegen me dat ik een lijstje moest opstellen en dat moest raadplegen als ik weer eens in de put dreigde te raken. Niet concurreren, stond erop. En: blij zijn voor een ander. Het werkte. Je voelt je veel beter als je samenwerkt en je collega's de hemel in prijst. Literatuur is zoveel meer dan een toptien van mooie boeken. Het is iets wat je dagelijks van pas kan komen, iets wat je kan ademen. Doorgevers, onder-woorden-brengers: dat is wat we zijn. We komen met verhalen die nooit vergeten mogen worden."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden