Christenen vluchten voor dreigement

Radicale islamitische Pakistanen woedend over 'blasfemische' actie van veertienjarig meisje

De nacht was al begonnen en de kinderen lagen te slapen toen Esther Bibi, een moeder van vier kinderen, een angstaanjagende oproep door de luidsprekers van de moskee in Islamabad hoorde. "Alle christenen moesten hun huizen verlaten. Als we dat niet zouden doen, zouden ze onze huizen verbranden en ze zouden niet verantwoordelijk zijn voor de gevolgen, zoals verlies van levens." Esther bedacht zich geen moment, maakte de kinderen wakker en rende met hen naar familie in de buurt.

Tien dagen geleden is dat nu, en het volgde direct op de aanklacht van een moslim tegen een veertienjarig christelijk buurmeisje. Ze zou bladzijden uit de koran hebben verbrand en zich daarmee schuldig hebben gemaakt aan blasfemie.

Onder druk van honderden woedende moslims arresteerde de politie haar. Vervolgens verbanden moslimleiders alle christenen uit hun buurt. Esther Bibi was niet de enige die haar huis hals over kop verliet: nog zo'n zevenhonderd andere families vluchtten naar parken en stukjes bos in de buurt. 's Nachts slapen ze bij familie of in kerken.

Esthers kinderen kunnen niet meer naar school. Hun uniformen, boeken en pennen liggen thuis en ze durven niet meer terug te keren, ook al zegt een lokale moslimleider dat het mag. "We geloven niet dat hij zijn woedende aanhangers in toom kan houden."

Maandag besloten Esther en zo'n honderd andere christenen geïmproviseerde huizen te bouwen in een stuk bos midden in een dure woonwijk in Islamabad. Maar gisteren blokkeerden boze bewoners de weg ernaartoe.

Nu zitten de vluchtelingen uit protest in een nabijgelegen park. "We blijven hier totdat we toestemming krijgen om huizen te bouwen", zegt Esther. Verschillende leiders van de christelijke gemeenschap spreken hen toe, zoals pater Robinson Asghar. "We weten van jullie problemen en proberen ze op te lossen op het hoogste niveau", zegt de pater. Hij bezweert dat de meeste moslims de christenen niet haten.

Een andere vluchteling, Zahid Pervaiz, een 34-jarige schoonmaker met drie kinderen, zegt dat zijn grootste angst bewaarheid is geworden. Terwijl hij praat, lopen er twee moslimvrouwen langs. "Jullie soort is ondankbaar. Jullie hebben geen enkel probleem", sneert een van hen.

Pervaiz antwoordt boos: "Jullie weten wat er met ons is gebeurd en toch doen jullie alsof er niets aan de hand is". Een leider van een lokale christelijke organisatie sust de woordenwisseling.

Discriminatie is niet nieuw voor Pervaiz en de andere christenen in het park. "We mogen wel bidden, maar alleen als niemand het hoort", zegt Pervaiz. "We zijn tweederangs burgers."

Pervaiz heeft weinig hoop voor de toekomst. Hij tilt zijn ongewassen shirt op. Hij draagt het al sinds zijn vlucht uit huis. "Dit is mijn toekomst. We vluchtten zonder bezittingen en we kunnen niet terug naar onze huizen. Dit is alles wat ik heb."

Als later op de avond de lucht verkoeling brengt en het park volstroomt met moslimbewoners, jaagt de politie Pervaiz, Esther en de anderen weg. Maar morgen komen ze weer terug, in de hoop op een veilige woonplaats.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden