Christenen Midden-Oosten zijn niet allemaal Palestijnen

Dr. G.H. Cohen Stuart vindt het zonde van de tijd en het geld, dat een delegatie van de Raad van Kerken in Nederland theologische gesprekken voerde met vertegenwoordigers van de MECC (Raad van Kerken in het Midden-Oosten).

JAN SLOMP

Cohen Stuart begint met te stellen dat de delegatie vreemd en naef reageerde. Dat was zeker niet het geval. De meeste leden van de delegatie kwamen regelmatig in het Midden-Oosten. De bekende r.-k.

Midden-Oostendeskundige dr. Herman Teule van de universiteit van Nijmegen maakte er deel van uit, en wat Cohen Stuarts eigen Nederlandse Hervormde Kerk betreft noem ik dr. H. Vreekamp, voorzitter van het OJEC, mevr. drs. Marieke den Hartog die aan de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem studeerde, terwijl dr. P. Dekker, een andere hervormde Israeldeskundige, intensief aan de voorbereidingen deelnam. Ook mevrouw Van Steegeren-Keizer kan men moeilijk als naieftyperen als het om Israel gaat. Ze was jarenlang voorzitter van de Kerk en Israel-deputaten van de Gereformeerde kerken. Wat te denken van de voorzitter van de delegatie prof.dr. D.C. Mulder? In verband met de christologische vragen was de bijdrage van prof.dr. W. Logister, dogmaticus in Tilburg, zeer verhelderend (zie beneden).

Twijfel Het hele stuk van Cohen Stuart laat heel duidelijk doorschemeren dat hij van mening is dat, sedert hij in Jeruzalem zit, hij de aangewezen man is om informatie over het Midden-Oosten inclusief de MECC naar de Nederlandse kerken door te geven. De Nederlandse en andere Europese kerken kunnen zich al die conferenties en delegaties besparen.

Als hij dat vindt moet hij wel de MECC beter leren kennen. Dat hij daartoe geschikt en bekwaam is, waag ik te betwijfelen. Want wat er werkelijk in Israel gebeurt krijgen van Cohen Stuart niet te horen. Hij zit er met zijn neus bovenop, maar over de christenen in bezette gebieden vertelt hij ons niets.

Dat sedert de zesdaagse oorlog van de 135 000 christenen er nog maar 40 000 over zijn baart hem blijkbaar geen zorgen. Van het feit dat er in de oude stad Jeruzalem nog maar 4000 merendeels oudere christenen wonen ligt hij niet wakker. Dat dit komt omdat sedert 1967 geen enkele Arabische christen een vergunning heeft ontvangen om als gids pelgrims en toeristen langs de christelijke heilige plaatsen te leiden, horen we niet van de theologisch adviseur in Jeruzalem.

Waarschijnlijk vindt hij dat joodse gidsen dat werk veel beter kunnen doen.

Tijdens deze pelgrimages gaat het er immers volgens hem om Jezus' jood-zijn te herontdekken en het blijvend verbond van God met Israel.

Kan hij zich voorstellen dat het voor christenen in het heilige land wel heel moeilijk is om meer jodendom in hun theologie te doen, om het jood-zijn van Jezus theologisch nog meer te honoreren, als joden uit Amerika, Rusland en overal vandaan hen uitgerekend ook nog van de door hun vaderen sedert eeuwen behoede christelijke heilige plaatsen trachten te verdringen? Straks zijn er geen levende stenen (1 Petrus 2 : 5) meer om uitleg te geven bij de dode stenen van de oude monumenten.

Dat christenen in zo'n situatie dreigen het Oude Testament kwijt te raken, zal niemand verbazen die weet onder welke druk men leeft. Er is geen Palestijns gezin in de bezette gebieden zonder slachtoffers van de intifada.

Het aantal Palestijnse slachtoffers is acht keer hoger dan dat aan Israelische kant.

Waardering Ik waardeer het bijzonder dat veertien theologen uit alle kerken in het Midden-Oosten, orthodox, orientaals, rooms-katholiek en protestant, bereid waren vijf dagen te luisteren naar Nederlandse theologen die vinden dat ze in hun theologie het jodendom serieuzer moeten nemen.

Natuurlijk werd dit niet als zoete koek geslikt. Het 'jood-zijn van Jezus'

theologisch verdisconteren - ondergraaft en bedreigt dat niet hun identiteit?

Prof. Logister, die een groot kenner is van de theologische discussies in de oude kerk, droeg bij tot het wederzijdse begrip. Ik denk dat we er in geslaagd zijn het probleem zuiver te stellen en dat we hen hebben geholpen in hun probleem met het Oude Testament.

Ook hebben we hen heel duidelijk gemaakt dat de theologische herwaardering van het jodendom niet een zaak is die tot Nederland is beperkt. Cohen Stuart trekt de voorbarige conclusie dat we die indruk hebben gewekt. De delegatie weet wel beter.

Cohen Stuarts beschuldiging dat de MECC de consultatie voor eigen politieke doeleinden gebruikte, tast m.i. de integriteit van de voortreffelijke MECC-delegatie aan. De politiek behoorde tot de context, maar bepaalde niet de agenda, zoals iedereen straks zal kunnen lezen in het officiele rapport aan de Raad van Kerken.

Ook is het uitermate vergezocht als de geleerde auteur de door hem gesignaleerde Palestijnse oorsprong van het anti-Judasme in de theologie van het Midden-Oosten al in de tweede eeuw van onze jaartelling ontdekt. In ieder geval erkent hij daarmee dat de Palestijnen heel oude rechten kunnen laten gelden als het om het land gaat! Dat is meegenomen.

Hij suggereert hiermee echter wel dat de Palestijnse christen-theologen van vandaag als Elias Chacour, Geries S. Khoury en Naim Ateek nog steeds anti-Judastisch zouden zijn. Ze zouden daar inderdaad alle redenen toe hebben. Maar noch in hun geschriften noch in gesprekken met hen heb ik daar iets van gemerkt.

Trouwens, Cohen Stuart schrijft zelf in een bundel over joodse en Palestijnse bevrijdingstheologie, dat Ateek “een oprecht, open Palestijns christen is, die op bewogen wijze vrede zoekt”. Dat Ateek en anderen vanwege de bezetting hun anti-Judasme zouden verbergen wordt gezien dit citaat wel heel onwaarschijnlijk. Ik heb jarenlang deel uit gemaakt van de liaisoncommissie van de MECC en de Conferentie van de Europese kerken en nooit iets van theologisch anti-Judasme in die kringen gehoord of gelezen. Waarom hen dan theologische meningen uit de tweede eeuw aanwrijven? Men moet mensen aanspreken op wat ze vandaag zeggen en schrijven.

Het is inderdaad een wonder dat zulk anti-Judasme met een kaarsje moet worden gezocht. Het zou er moeten zijn! Misschien is het er ook wel bij een enkele individuele theoloog, met wie Cohen Stuart aan zal komen draven. Maar niet in de officiele stukken, die ik met het oog op de conferentie heb opgevraagd en gelezen.

Anti-semitisme Zou het iets met de kwaliteit en de zuiverheid van de christenen in het Midden-Oosten te maken kunnen hebben, dat dit zo is? De joodse islamoloog Maxime Rodinson heeft eens geschreven dat de recente opleving van anti-semitisme in het Midden-Oosten grotendeels het gevolg is van zionistische pogingen om een eigen staat te stichten.

Een ander joods schrijver, Bernard Lewis, stelt dat in de wereld van de islam anti-semitisme in zijn theologische en de ideologische gestalte zoals dat in het Westen voorkomt, afwezig is. De jood werd geduld en geminacht volgens hem.

De Jordaanse schrijver Y. Haddad toonde in 1986 in een Utrechtse dissertatie aan dat sedert 1948 het aantal anti-Israelische geschriften van moslim auteurs is toegenomen. De meeste van die publikaties komen uit zgn.

fundamentalistische hoek. Ze lenen hun anti-joodse gedachten grotendeels in het Westen. Christenen hebben daar niet aan mee gedaan. Op de uitzondering word ik wel geattendeerd! Christenen in het Midden-Oosten die begrip tonen voor joden en jodendom gaan tegen de stroom in.

Trouwens, men moet wel bedenken dat de Palestijnse christenen onder het totaal aantal christenen in het Midden-Oosten van ongeveer tien miljoen slechts een klein aantal vormt. Hun probleem is voor de MECC wel belangrijk, maar niet dominant. Dat is de relatie met moslims. Hoe tegen de druk van opkomend fundamentalisme toch samen te blijven werken voor een leefbare maatschappij is hun eerste opgave. Die opgave staat niet los van de relatie met Israel en jodendom, maar wordt er niet door gedomineerd.

De reden dat ze hun klassieke christologie niet corrigeren, door meer oog te krijgen voor het jood-zijn van Jezus, moet dan ook niet, zoals Cohen Stuart suggereert, gezocht worden in hun anti-Judasme. Deze klassieke theologie heeft het altijd goed gedaan in de geloofsverdediging tegenover de islam.

De MECC heeft belangrijker dingen op de theologische agenda. De dialoog met de islam staat er immers al veertien eeuwen op. Dat schijnt Cohen Stuart te vergeten.

Kerkorde Onze gesprekspartners hadden moeite met de teksten van de kerkordes van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland. “Waarom hebben julie het over Israel in die teksten,” zo werd ons gevraagd “en niet over jodendom, joodse gelovige?” Men vond die teksten dubbelzinnig. Wat wordt bedoeld, jodendom, alle joden in de wereld of ze nu gelovig zijn of niet, de gelovigen in de tijd van het Oude Testament en de moderne staat? Is die dubbelzinnigheid bewust?

Ze kregen op hun vragen geen bevredigend antwoord.

Ten slotte: ik vind het prima wanneer Cohen Stuart een speciale band voelt met joden en Israeliers. Ik verwacht ook niet anders van hem; ik heb datzelfde met moslims - dat gebeurt na jarenlange omgang met een godsdienst en zijn aanhangers. Maar zo'n voorliefde mag niet ten koste gaan van de christen-medegelovigen. Als ik zijn stuk lees krijg ik het gevoel dat voor hem de joden en de Israeliers belangrijker zijn dan zijn 'huisgenoten des geloofs' in het Midden-Oosten, met name onder de Palestijnen.

De auteur is bij de Gereformeerde Kerken belast met de toerusting van de kerkleden met het oog op de ontmoeting met de islam in Nederland. Hij was op de conferentie als lid van de Midden-Oosten werkgroep van de sectie internationale zaken van de Raad van Kerken in Nederland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden