Christenen Irak: ’Wij hebben nog nooit een moskee aangevallen’

Frankrijk neemt overlevenden van de aanslag op de Syrisch orthodoxe kerk in Bagdad op. Een humanitaire operatie zegt Parijs, omdat christenen in Irak meer gevaar lopen dan anderen.

Kusay stond op wacht bij de Syrisch orthodoxe kathedraal Onze Lieve Vrouw van de Verlossing toen ze kwamen. Het commando opende het vuur en gooide vrijwel meteen de handgranaat waarvan hij scherven in zijn buik kreeg. Hij schoot terug, wist nog een aanvaller te raken, sleepte zich toen naar de kamer in het kerkcomplex waar zijn vrouw zich had teruggetrokken om hun dochtertje de borst te geven.

„Ik heb ze in een kast gestopt”, vertelt Kusay (29) moeizaam. Ze hebben het overleefd, maar verblijven nog in Bagdad. Kusay ligt in het Georges Pompidou ziekenhuis in Parijs. Zijn kamer biedt een prachtig uitzicht op de Eiffeltoren.

„Het is een wonder”, glimlacht hij flauwtjes. Ook de moeder van Kusay overleefde de aanslag op 31 oktober, waarbij 53 Iraakse christenen op een beestachtige manier zijn vermoord. Zijn zus Dina (16) die in het koor zong, kreeg alleen een kogel in haar kuit.

Dina wil eerst niets zeggen over de gruwelen die ze heeft gezien, de terroristen die zichzelf opbliezen, de executie van om genade smekende gewonden. Even later mengt ze zich toch in het gesprek. „Ze schoten als eerste een paar peuters dood die bij de ingang van de kerk speelden”, zegt ze zacht.

Met Kusay komt het goed, horen ze tot hun opluchting. Hij hoeft niet met een luier door het leven. „Alles daar binnen ligt nu nog overhoop, maar zal het straks weer doen”, lacht de verpleegkundige. Hij wenst de familie nog een prettige avond.

Dina verlaat met zus Jihan (30) en haar broer John (20) het ziekenhuis. Ze vertrekken richting het asielzoekerscentrum in de Parijse voorstad Créteil. Hier verblijven alle familieleden van de 36 gewonden die Frankrijk heeft laten overvliegen.

Onder hen Sanaa (49) en haar dochter Nura (19). Nura sms-te haar moeder dat ze werd gegijzeld en dat ze was geraakt in haar schouder. De uren die volgden op dat bericht bracht Sanaa huilend en biddend door. Uiteindelijk belde haar man, die meteen naar de kerk was gegaan, om te zeggen dat Nura nog leefde.

Nura, die bijna doodbloedde, ligt nog in het ziekenhuis. Sanaa’s echtgenoot en hun drie andere dochters zijn nog in Bagdad, ze zullen later komen, net als de familie van Kusay. Iedereen is zeker van een verblijfsstatus en gezinshereniging; de procedures worden versneld. „Ik wil Frankrijk, en meneer de minister Eric Besson bedanken”, zegt Sanaa stralend. „Wij hebben hier liefde en vrede gevonden. Voor alles wat de Fransen hebben gedaan voor ons zijn wij hen oneindig veel dank verschuldigd.”

De operatie is niet onomstreden. Frankrijk zou christelijke vluchtelingen voortrekken. „Op het moment dat immigratieminister Besson de komst van deze groep aankondigde, vonden in Bagdad verschillende autobomaanslagen plaats. Die hebben niet dezelfde emoties los gemaakt”, constateerde een Frans-Iraakse socioloog in de krant Le Monde. „Natuurlijk moeten slachtoffers van aanslagen worden geholpen, maar daarbij hoort het niet uit te maken of het gaat om christenen, moslims, koerden of andere minderheden zoals Yazidi en Shabak.”

Volgens anderen wil Besson alleen maar ’de schande van de uitzettingen van Roma’ wegpoetsen met een hartverwarmende humanitaire actie. Besson, die inmiddels van portefeuille is veranderd, heette de Irakezen persoonlijk welkom op het vliegveld.

De kritiek overtuigt niet: Frankrijk nodigde ruim voor de crisis rond de Roma deze zomer al een groep van 500 Iraakse christenen uit. En dat christenen in Irak kwetsbaarder zijn dan anderen valt moeilijk te ontkennen. De drie belangrijkste bevolkingsgroepen – de soennieten, sjiieten en de Koerden – hebben eigen milities, eigen politie. De christenen niet, zij zijn afhankelijk van een onmachtige Iraakse regering. Daarbij kwalificeert Al-Kaida nu ’alle christenen van het oosten’ als legitiem doelwit.

„Dit is een religieuze zuivering”, zegt Elish Yako in de drukke hal van het opvangcentrum in Créteil. Yako, een Iraakse christen die al langer in Frankrijk woont, is voorzitter van de AEMO, een vereniging voor minderheden in het Midden-Oosten. Hij helpt de Franse autoriteiten bij de tijdelijke luchtbrug tussen Bagdad en Parijs.

„In Irak lopen anderen ook gevaar, maar onze toestand is zorgelijker. In 2003, voor de Amerikaanse inval, waren er nog meer dan een miljoen christenen in Irak. Dat zijn er nu minder dan een half miljoen. Alle christenen moeten verdwijnen, dat is het doel. Alleen omdat we zijn wie we zijn. Maar wij hebben nog nooit een moskee aangevallen.’’

Yako maakt zich boos over de Iraakse premier Nouri al Maliki. Die heeft Parijs gevraagd de emigratie van christenen niet aan te moedigen. „Hij kan wel beweren dat we moeten blijven, maar onze veiligheid weet hij op geen enkele manier te garanderen. Zes maanden geleden nog heeft hij gezegd dat niemand nog Iraakse vluchtelingen moest accepteren, omdat het land veilig zou zijn.”

Hij wijst er op dat er nog 95 Iraakse christenen naar Parijs komen. „Dat is alles, daarna is het afgelopen. De toekomst van de rest is onzeker.” De meeste achterblijvers trekken naar het Koerdische noorden van Irak of ze proberen Istanbul te bereiken. Hier arriveren tientallen personen per dag, volgens de lokale, kleine christelijke hulporganisatie Kader.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden