Christenen in Irak houden zich gedeisd

Ze zijn een vergeten groep, de christenen in Irak. In eigen land met de nek aangekeken - 'pionnen van het Westen'- en daarbuiten weinig gesteund, leiden ze een mariginaal bestaan.

IKV-secretaris Mient Jan Faber was geschokt. Tijdens zijn recente bezoek aan Noord-Irak had hij chaldese priesters gesproken die van enige kritiek op president Saddam Hoessein niets wilden weten. Dat lijkt niet zo vreemd. Dezelfde Faber meldt immers dat in elke kerkdienst een lid van de geheime dienst alles wat er wordt gezegd zit te noteren.

Door het Westen vergeten, door de Iraakse moslims -de overgrote meerderheid van de bevolking- voor handlangers van de Amerikanen uitgemaakt en door het regime steeds korter bij de leiband gevoerd is het geen wonder dat de christenen in Irak zich gedeisd houden. Hun voorgangers wringen zich in allerlei bochten om er voor te zorgen dat de relatief kleine kudde kan overleven.

Het gevaar lijkt niet denkbeeldig dat bij een Amerikaanse invasie de woede van de moslimmeerderheid (96 procent van de bevolking) zich tegen de christenen keert. Dat zou kunnen leiden tot het soort bloedvergieten dat de christelijke minderheid in 1933 al een keer meemaakte. Daarom probeert ze de Iraakse samenleving ervan te doordringen dat de christenen in liefde voor leider en vaderland niet voor de islamitische meerderheid onderdoen. Integendeel.

Daarin gaat men soms heel ver. Dat bewijst vice-premier Tarik Aziz, een van Saddams trouwste dienaren en de bekendste christen in Irak. En ook aartsbisschop Rafael I Bidawid, hoofd van de sinds 1552 met Rome verbonden Chaldese kerk, is zo pro-Saddam dat, als men de geruchten moet geloven, hij zich heeft aangesloten bij de regerende Ba'ath-partij. Tot ergernis van het Vaticaan dat de dictator meer op afstand wil houden. De vorige pauselijke nuntius (gezant) in Bagdad liet zich een keer ontvallen dat wanneer hij met chaldese bisschoppen sprak, hij nooit wist naar wie ze zijn antwoorden doorspeelden.

Logisch met een patriarch (van Babylon) aan het hoofd die slechts met instemming van het regime kon worden benoemd. Dat hij, zoals de secretaris van Pax Christi Nederland onlangs beweerde, zich achter de kritiek van de paus op Saddam stelt, zou -indien waar- de eerste keer zijn. Tot dusver heeft de patriarch nog nooit een woord van kritiek op het regime laten horen. Geen wonder dat het hoofd van de Vaticaanse congregatie voor de oosterse kerken liet weten dat Bidawid ,,zeer geliefd is bij en gerespecteerd wordt door de Iraakse autoriteiten''.

Diezelfde overheid heeft inmiddels de christelijke scholen gesloten, verbiedt het houden van huiselijke bijbelkringen en houdt streng toezicht op de seminaries. Het is verboden kinderen christelijke namen te geven -al is dat inmiddels wat versoepeld- en Babil (Babylon), de krant van Saddam Hoesseins beruchte zoon Oedai, publiceert systematisch antichristelijke artikelen. Dit hangt samen met de tactiek van het Iraakse regime om zich, ten behoeve van de nationale eenheid, voor te doen als gelovig islamitisch. Vóór 1991 had men jarenlang een sterk seculiere koers gevaren. Sinds 2001 zijn ook alle priesters en kerkgebouwen onder controle van het ministerie van islamitische eigendommen geplaatst. Het verhinderde de rooms-katholieke aartsbisschop van Basra, mgr. Gabriel Kassab, niet om tijdens een recent bezoek aan Duitsland te verklaren: ,,In tegenstelling tot veel van zijn buurlanden legt Irak de (...) christelijke burgers geen strobreed in de weg''. Hij had zijn uitspraak nog niet gedaan of in Mossul moest de plaatselijke bisschop op bevel van de autoriteiten het kruis op een van de kerken bedekken.

Christenen die als gevolg van deze onderhuidse repressie (én de gevolgen van de VN-boycot) naar het buitenland zijn uitgeweken, worden door hun eigen kerken voor 'economische gelukzoekers' uitgemaakt.

Dat zijn er inmiddels heel wat. Zo wonen er 250000 geëmigreerde Iraakse christenen in de Verenigde Staten. Verder ook in Canada en Libanon. Het zijn voor het grootste deel de beter ontwikkelden en welgestelden die Irak verlaten. Onder de achterblijvers zijn opvallend veel jonge analfabeten.

In totaal wonen er in Irak zo'n 700000 christenen. Dat waren er twinig jaar geleden nog meer dan een miljoen. In diezelfde tijd groeide de bevolking van 17 naar 23 miljoen. De kleine christelijke schare is verdeeld over veertien geestelijke 'schaapskooien', waaronder de Armeens-orthodoxe, de Grieks-orthodoxe, de latijnse (is rooms-katholieke) en de Nationaal-evangelisch-protestantse kerk.

De relatief grootste groep vormen de chaldeeën: tachtig procent van het geheel. Ze zijn ofwel lid van de oeroude zelfstandige assyrische kerk ('Oud-apostolische kerk van het Oosten', 50000 leden) of van de grotere, al eerder genoemde chaldese kerk ('Assyrisch-Katholieke kerk van het Oosten', 550000 leden). Beide kerkgenootschappen zijn de enige ter wereld die hun liturgische diensten nog houden in het kildani, de taal die 2000 jaar geleden Jezus sprak.

Het christendom ontstond in Irak al eind eerste, begin tweede eeuw. Volgens de overlevering dankte de Assyrische bevolking dit aan de apostelen Thomas en Judas Taddeüs. Vanuit Irak (Mesopotamië) trokken missionarissen naar India, China en Japan. De assyrische kerk verwierp in de vijfde eeuw de door Rome en Byzantium aangehangen leer van de dubbele natuur van Christus (God én mens). Volgens haar heeft Christus slechts één natuur, de goddelijke.

Na verloop van tijd splitste de assyrische kerk zich in twee aparte kerken: de Oost-Syrische (nestoriaanse) kerk, die zich in 1551 bij Rome aansloot en zich vanaf dat moment 'chaldese kerk' noemde, en de al vermelde Assyrische kerk. De komst van de islam, in de zevende eeuw, betekende het einde van een eeuwenlange christelijke suprematie. De christenen ('Assyriërs') behoren tot de oorspronkelijke, Mesopotamische bevolking. Ze zijn van een andere etnische afkomst dan de doorsnee Irakees. Die heeft Arabische wortels.

Ofschoon veel christenen nog in de valleien van de Tigris en de Zab en in de bergen van Koerdistan wonen, zoeken er de laatste jaren steeds meer beschutting in de hoofdstad Bagdad. Daar is de islamitische druk wat minder groot en zit men bij elkaar.

In tegenstelling tot wat je zou denken zijn de christenen in het door Koerden gedomineerde en door de VN tot safe haven (veilige haven) uitgeroepen Noord-Irak zeker niet beter af. Er zijn aanwijzingen dat ze systematisch worden gediscrimineerd: gedwongen bekeringen tot de islam, confiscatie van grond en zelfs moordpartijen. En ook hier geldt voor hen het oude wachtwoord: aanpassen, aanpassen, aanpassen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden