Christelijk-rood: met nieuwe doorbraak oude spoken verdrijven Christelijk-rood: met nieuwe doorbraak oude spoken verdrijven

Joop den Uyl bestempelde de kleine protestantse partijen in het midden van de jaren tachtig nog als ’ademocratisch’. En nu staat de PvdA in de persoon van Wouter Bos strijdvaardig te glunderen in het door CDA en ChristenUnie gedomineerde kabinet Balkenende IV. Geen last van de oude liefdes, zoals GroenLinks en D66, en klaar voor sociale vormgeving .

CDA-leider Jan Peter Balkenende zal zich over een week of twee met een bijzonder kabinet op de trappen van paleis Noordeinde laten vereeuwigen. Het is zijn vierde kabinet, dat de geschiedenisboeken zal ingaan als Balkende IV. Dat is op zich een bijzondere politieke prestatie, die onderstreept dat de christen-democraten hun spilpositie in de Nederlandse politiek hebben heroverd. Zij hebben enige jaren over rechts geregeerd en staan nu op het punt dat over links te doen, zoals ze het in de tweede helft van de vorige eeuw, tot aan hun rampjaar 1994, gewend waren.

Balkenende moet nog laten zien dat hij de breuk met de liberalen mentaal heeft verwerkt en met zijn persoon de koerswending kan dragen. Maar hoe dan ook flikt hij het, op een wijze die doet denken aan de partnerswitch van Ruud Lubbers in de jaren tachtig. Balkenende geldt als minder behendig dan zijn voorganger, maar hij is een blijvertje, dat is nu wel duidelijk; een politieke overlevingskunstenaar, die gevoel heeft voor de macht en er maximaal gebruik van maakt zonder zelf veel schade op te lopen. Zoals Lubbers in 1989 de VVD na bewezen diensten als een geplukte kip achterliet, zo laat Balkenende een spoor na van ontredderde en verwarde ex-partners, de LPF, de VVD en D66.

Typerend voor de spilpositie is dat binnen het CDA het scenario voor de koersverandering die zich nu voltrekt, twee jaar terug al klaar lag. Voor de harde en pijnlijke ingrepen in de verzorgingsstaat waren de liberalen de aangewezen partner, voor de sociale vormgeving en finetuning zou de hulp van de sociaal-democraten nodig zijn. Het lijkt sterk op het scenario dat Lubbers in de jaren tachtig volgde. Op zijn no-nonsensepolitiek met de VVD volgde een beleid van sociale vernieuwing met de PvdA, al is dat nooit goed van de grond gekomen.

Dat Balkenende in staat blijkt de positie van de christen-democratie in het centrum van de macht te bestendigen, ook nu de partij kleiner is dan in de dagen van Lubbers, is bijzonder, maar het meest bijzondere aan deze coalitie is toch de deelname van de ChristenUnie, die de samenstelling ongekend maakt.

Wie twintig jaar geleden had voorspeld dat de politieke nazaten van Ruud Lubbers, Joop den Uyl en Gert Schutte in 2007 samen een kabinet zouden vormen, was voor stapelgek of wereldvreemd verklaard. Den Uyl kwalificeerde in het midden van de jaren tachtig de kleine protestantse partijen nog als ’ademocratisch’. Daarmee beoogde hij niet zozeer deze partijen aan te vallen, als wel CDA en VVD te waarschuwen na de verkiezingen van 1986 met hen in zee te gaan. Progressieven en liberalen duidden deze mogelijkheid smalend aan als de ’Staphorster variant’, naar het dorp dat voor hen vanwege het principiële verzet tegen de polioprik in de jaren vijftig model stond voor christelijke achterlijkheid en obscuriteit.

Interessant met het oog op de huidige situatie is dat Gert Schutte, de leider van het GPV, een van de voorlopers van de ChristenUnie, toen al afstand nam van de zwaardere mannenbroeders van de SGP. Hoewel er verschillen waren, werden de partijen in de beeldvorming altijd over één kam geschoren, zoals ook Den Uyl deed. Op verkiezingstoernee in het noorden kwam Schutte in 1986 met een ’Groninger variant’ op de proppen, een combinatie van CDA, VVD en GPV.

Het is er niet van gekomen, maar Schutte had wel in de gaten dat zijn partij zich van de staatkundig-gereformeerden met hun theocratische ideaal en aparte visie op de rol van de vrouw moest losmaken, wilde zij ooit een rol in de macht spelen.

André Rouvoet heeft deze strategie vanaf zijn aantreden als politiek leider in 2002 met succes in de praktijk gebracht. Hij voerde zijn partij van de marge naar het centrum van het politieke debat, verdubbelde en verbreedde bij de Kamerverkiezingen in november de aanhang en veroverde de afgelopen weken een plaats in de macht.

Dit politieke succes is spiegelbeeldig aan het falen van GroenLinks om een machtsfactor te worden. De vorige leider, Paul Rosenmöller, heeft gepoogd de idealen van de partij te verbinden met het nodige realisme. Dat is hem, anders dan de geestverwanten in Duitsland en België, niet gelukt. Femke Halsema heeft niet eens de spannning gezocht die het machtsstreven meebrengt. Liever houdt zij, tegen beter weten in, de illusie in stand van een links kabinet, een garantie voor een vaste plek in de oppositie.

Rouvoet heeft goed aangevoeld dat hij een brugfunctie zou kunnen spelen in een coalitie van CDA en PvdA. Tussen Bos en hem bestond een goede verstandhouding en inhoudelijk ontwikkelde hij zijn partij tot een helder sociaal amendement op de koers van de christen-democraten. Hij heeft het ijzer gesmeed toen het na de breuk tussen CDA en VVD heet was. Voor Bos pleit het dat hij zich niet heeft laten afschrikken door de karikatuur die vrijzinnigen van de ChristenUnie hebben gemaakt zodra zij een rol in de formatie ging spelen.

Het zegt iets over de malheur in de vrijzinnige stromingen, zoals D66 en GroenLinks, dat zij van het aanstaande kabinet een beeld van betutteling en bevoogding oproepen. De geschiedenis vanaf de jaren zestig, die voor een belangrijk deel werd gedragen door verzet tegen uitdrukkingen van christelijke macht en traditie, laat zich niet overdoen. Het regeerakkoord van Balkenende, Bos en Rouvoet logenstraft de schrikbeelden die Alexander Pechtold, Hedy d’Ancona en Els Borst in de wereld hebben geholpen.

De codificering van het zelfbeschikkingsrecht in de abortus- en euthanasiewetgeving wordt niet ongedaan gemaakt. Wel worden pogingen ondernomen tot volgende stappen te komen, die voor meer evenwicht zorgen tussen de verschillende belangen die in het geding zijn. De socialist Jan Pronk erkende in 2002 al dat Paars te zeer gefixeerd was op de oude culturele agenda en daardoor niet in de gaten had dat Nederland onder invloed van immigratie en globalisering veranderde.

De nieuwe coalitie kan als een tegenhanger van Paars worden beschouwd, in de zin dat zij na het proces van individualisering het accent legt op de sociale samenhang. Dat is wat anders dan de klok terugdraaien. Het aanstaande kabinet kan zelfs een doorbraak op zijn naam brengen als het erin slaagt de gespannen verhouding tussen religie en democratie te normaliseren. Die verhouding is niet alleen belast met de littekens van de polarisatie vanaf de jaren zestig, maar staat ook onder druk door de komst van de islam naar Nederland.

Bos heeft geen last van de oude spoken en op zijn beurt heeft Rouvoet een prettig realistische visie op wat zijn relatief kleine partij vermag. Samen met Balkenende, die gistermiddag tussen de beoogde vice-premiers een zeldzaam ontspannen indruk maakte, kan er dus een bestendig politiek verbond ontstaan dat nieuwe verbindingen en verhoudingen tot stand brengt. Het regeerakkoord is op zichzelf al een proeve van deze geest.

Bos heeft ook geen last gehad van oude liefdes van de PvdA, zoals GroenLinks en D66. Hij had maar één belangrijk strategisch doel en dat was meeregeren. Daarbij was het, zoals ook de geschiedenis steeds heeft laten zien, eerder een voordeel dan een nadeel dat de partij bij de verkiezingen het CDA niet heeft overvleugeld, zelfs een stuk kleiner is geworden.

In het licht van de recente historie is het niettemin opmerkelijk dat de PvdA tot dit door twee christelijke partijen gedomineerde kabinet is toegetreden. Om hun dominantie te onderstrepen duidden de sociaal-democraten het kabinet-Den Uyl destijds aan als ’rood met een witte rand’. Een beetje vilein zou het komende kabinet kunnen worden aangemerkt als ’wit met een rode rand’. Het zegt al veel over de nieuwe verhoudingen en de ontspannen wijze waarop Bos de PvdA in deze coalitie heeft binnengeloodst dat zulke kwalificaties nu volledig achterwege zijn gebleven.

Voor Balkenende mag het zijn vierde kabinet worden, straks zal het pas de derde keer zijn dat hij met een ploeg op de paleistrappen mag poseren. De koningin vond het vorig jaar zomer niet nodig de trappen aan te vegen voor het tussenkabinetje Balkenende III. Als het aanstaande kabinet zijn beloften inlost, zal dat ook gauw worden vergeten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden