Christelijk en seculier Nederland kunnen de strijdbijl begraven

Het kabinet heeft er wijs aan gedaan het aparte artikel tegen smalende godslastering te schrappen. Sinds het Ezelsproces tegen Gerard Reve in 1968 aantoonde dat het bewijs van opzet nauwelijks valt te leveren, was de strafbepaling feitelijk een dode letter. De bescherming van religieuze minderheden is daarmee niet gebaat.

Het argument van de christelijke fracties dat het artikel desondanks een normerende betekenis heeft en daarom moet worden gehandhaafd, is niet overtuigend. De gevoelens van religieuze groepen zijn, net zozeer als die van bevolkingsgroepen met een niet-godsdienstige overtuiging, alleen gediend met een effectieve bescherming.

Het kabinet meent die bescherming tegen krenkende uitlatingen te kunnen bieden door uitbreiding van het bestaande strafwetartikel tegen belediging. Minister van justitie Hirsch Ballin (CDA) heeft aanvankelijk nog overwogen de dode letter te revitaliseren, maar de nu gekozen oplossing doet recht aan de verscheidenheid van levensovertuigingen in de samenleving.

Het kabinet van twee christelijke en één seculiere partij laat daarmee andermaal zien dat het in staat is in politiek gevoelige kwesties nieuwe stappen te zetten. De zorgvuldigheid waarmee dat gebeurt, wekt vertrouwen. Het wordt ook tijd dat de animositeit tussen christelijk en seculier Nederland plaats maakt voor het besef dat het er in een pluriforme wereld op aan komt met verschillen om te gaan.

In dat perspectief is het mooi dat het kabinet het onderscheid tussen godsdienstige en niet-godsdienstige levensbeschouwingen in de strafwet opheft. Nederland is geen christelijk land meer; maar het is geen seculier land geworden. De reacties laten zien dat de erkenning van deze realiteit pijn doet en misschien ook wel wat de blik vertroebelt. Zo stelde het D66-Kamerlid Van der Ham tot zijn ongenoegen vast dat er niks verandert, omdat het kabinet de dode bepaling elders weer ’als Lazarus’ tot leven wekt.

Hij heeft in zoverre gelijk dat het kabinet tot uitdrukking brengt dat religieuze groepen bescherming verdienen. Die bescherming is echter niet langer exclusief – voor wat dat gezien de dode letter waard was – en gelijk aan die van groepen met andere overtuigingen. Wat is nu eigenlijk nog het probleem van D66?

Spiegelbeeldig geeft het kabinet met dit voorstel aan dat de uitingsvrijheid niet onbegrensd is. Die vrijheid houdt geen recht op beledigen in. Maar gelukkig is er ook geen recht om van belediging gevrijwaard te blijven. De inzet is niet het ontzien van lange tenen, maar het fatsoenlijk omgaan met verschillen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden