Review

Christa Wolfs onverholen loflied op de DDR

Christa Wolf: Auf dem Weg nach Tabou. Kiepenheuer & Witsch, Keulen; 344 blz. - DM 38.

Maar wie munitie zoekt om Christa Wolf definitief van het literaire toneel te laten verdwijnen moet vooral de kleine tussenteksten lezen zoals 'Anwandlung' ('opwelling') en de briefwisseling met Günter Grass. De brief aan Grass van 21 maart 1993 is een demonstratie van 'zelfvernietiging'. Christa Wolf kan zichzelf bepaalde dingen niet vergeven: “Wat in de verslagen van de Stasi als zogenaamd van mij te lezen is, kan ik noch bevestigen noch ontkennen. Als ik deze taal lees breekt mij het zweet uit, maar ik weet maar al te goed dat wij toen zo hebben gesproken. Ik heb die mensen niets verteld wat ze niet in iedere willekeurige vergadering hadden kunnen horen.”

Mogelijk nog verder gaat Christa Wolf in haar brief aan de Russische geleerde Efim Etkind: “Ik moet mijzelf de vraag stellen, hoeveel verschillende moralen ik in mijn leven eigenlijk in mij heb opgenomen, gedeeltelijk heb 'verinnerlijkt', waarom het zo lang duurde en zoveel conflicten met zich meebracht om mij daarvan los te maken. Ik ben ook nogal geschokt over het feit dat ik het een en ander keurig had verdrongen. Mijn wantrouwen tegen mijn eigen geheugen groeit uit tot een steeds sterkere verdenking jegens mijzelf, een verdenking die ik nauwelijks nog schrijvend kan overwinnen.”

Maar er is nog een andere kant aan Christa Wolf. Dat is haar onverholen woede over de wijze waarop de Duitse eenheid tot stand is gekomen. In haar lofrede op Hans Mayer uit november 1991 fulmineert ze tegen de demonisering van de DDR, een demonisering die deels bewust is geënsceneerd en gedeeltelijk wat tot 1990 de DDR was hun geschiedenis wordt ontnomen.

In plaats van de werkelijke ervaringen tijdens veertig jaren DDR komt een spookbeeld te staan. De DDR dreigt volgens Christa Wolf als een bedrijfsongeval van de geschiedenis te worden beschouwd. Om zulke subtiliteiten als veertig jaar leven in een samenleving die enerzijds naar het nieuwe streefde en het anderzijds de nek omdraaide kan de markteconomie zich niet bekommeren. Volkomen terecht kritiseert Christa Wolf deze totale ontkenning van de geschiedenis waarvan wij nu in 1994 nog duidelijker getuige zijn dan drie jaar geleden.

Het is jammer dat Christa Wolf de moed ontbreekt om haar standpunt met net zoveel élan in de brief aan Jürgen Habermas te verdedigen als in haar toespraak. Het antwoord aan de filosoof Habermas die zich verrassend genoeg opeens als verdediger van de westerse waarden opwerpt, had schitterend kunnen zijn. Maar helaas, Christa Wolf kruipt bij die gelegenheid in haar schulp.

De eerste tekst uit 'Auf dem Weg nach Tabou' is de tekst die Christa Wolf op 4 november 1989 op de Berlijnse Alexanderplatz hield. Viereneenhalf jaar later heeft de grote ontnuchtering voorgoed haar intrede gedaan. De laatste tekst is die van de rede die de schrijfster op 27 februari van dit jaar in Dresden hield. Hierin gooit Christa Wolf alle remmen los. Het is één lange woedeuitbarsting met af en toe een kleine pauze om op adem te komen. De gramschap van Christa Wolf richt zich tegen de in haar ogen onzalige Duitse geschiedenis die de democratie nooit een levenskans gaf. Zij evoceert het Derde Rijk, klaagt vervolgens de Staatssicherheit van de DDR aan en stort tenslotte de fiolen van haar toorn uit over de centrale rol van het geld in de zielloze westerse samenleving. Deze tekst is ook een onverholen loflied op de DDR, het land waarvan ze - getuige de brief aan Grass - heeft gehouden, het land dat andere, betere menselijke waarden inplantte dan in het westen gebeurde. In de Duitse geschiedenis zijn er twee momenten die als identificatiepunt dienen: de Romantiek volgens Karoline von Günderrode (over wie Christa Wolf het prachtige boek 'Kein Ort. Nirgends' schreef) en de DDR van de eerste jaren, de DDR zoals zij bedoeld was.

Zal Christa Wolf genoeg adem hebben om op weg te blijven naar de stad van de verbeelding, het utopische Tabou uit het werk van Paul Parin? Zal zij zelf de roman schrijven over de tegenstrijdigheden uit het leven van mensen vóór en na 1989? Dat is vurig te hopen want deze bundel teksten, hoezeer ook de innerlijke twijfels en het gevoel van eigen leugenachtigheid documenterend, bewijst in wezen precies het tegendeel, namelijk dat Christa Wolf oprecht zoekt naar waarheid en menselijkheid. Het risico zit erin, dat deze schrijfster nu definitief is uitgeschreven en dat haar innerlijke weerstand tegenover de verleidelijke oppervlakkigheden van de westerse cultuur meer en meer wordt uitgehold.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden