Choreografenduo vliegt hier en daar uit de bocht

Dans

'School of thought' Nederlands Dans Theater ***

Een paar uur voor de première van 'School of thought' van het huischoreografenduo Sol León en Paul Lightfoot werd door het Nederlands Dans Theater (NDT) een persbericht naar buiten gebracht. Via social media was het daarvoor al gaan zoemen dat Jirí Kylián, ex-artistiek leider die meer dan honderd balletten bij het Haagse gezelschap maakte, na volgend seizoen voor minstens drie jaar zijn werk bij NDT terugtrekt. Kyliáns motivatie: hij wil 'NDT alle vrijheid en ruimte (te) bieden om een eigen visie te ontwikkelen'. Volgend seizoen opent NDT nog met 'Evening with Kylián' en daarna is het schluss.

De goede (internationale) reputatie van NDT is nog steeds voor een groot deel gebaseerd op het (oude) werk van Kylián. De maestro is zelf al lang met nieuwe initiatieven bezig, kleiner en experimenteler. Zijn terugtrekking kan dus worden opgevat als het met geweld forceren van vernieuwing van NDT. Vernieuwing die onder de twee directeuren vóór hem is uitgebleven. Maar lukt het Paul Lightfoot, naast huischoreograaf ook leider sinds 2011, wel?

Er werd dus met andere ogen naar 'School of thought' gekeken, zeker omdat deze laatste voorstelling van het NDT-seizoen was aangekondigd als een reis door de 'emotionele ontwikkeling en creatieve chemie van het choreografenpaar'. Na het zien van de voorstelling kan worden geconstateerd dat NDT de honger heeft om aan de wereldtop te blijven, en bovendien over alle ingrediënten daartoe beschikt, maar dat de artistieke visie die het duo hier laat zien soms uit de bocht vliegt.

De reguliere theatersetting is voor 'School of thought' verlaten. Het publiek zit in kwadrantopstelling op tribunes rond een ovalen dansvloer. De dansers dansen erbovenop of vlak ernaast. Een centraal koppel, Medhi Walersi en Parvaneh Scharafali als alter ego's van León en Lightfoot zelf, zetten de dansers aan tot een theatrale collage van duetten, solo's en groepsstukken. Op feestmuziek uit de jaren vijftig, Vivaldi en zangeres Björk, is het een komen en gaan van sferen en stijlen (van modern, Afrikaans, tot showmusical), zonder dat er in de samenhang een overtreffende laag wordt aangeboord. Ook wordt er gezongen en teksten worden gedeclameerd in de vele verschillende talen van de dansers, en dus helaas vaak niet te verstaan. De lyrische en tegelijk wat cartoonesk gehoekte danstaal van de choreografen zit in deze setting dicht op de huid en doet de zeggingskracht goed. Maar de filosofische bespiegelingen die worden gesuggereerd over verleden en toekomst, gepersonifieerd in twee mysterieus ogende 'hogepriesters' die rond de dansvloer dolen, scheppen juist afstand.

Het gevoel dat de kijker getuige is van een wereld die niet van hem of haar is, wordt in het finalenummer extreem. Dan nemen de dansers plaats in een kring en zingen John Lennons 'Imagine', terwijl de choreografen de rollen van de 'hogepriesters' overnemen en 'hun' dansers paternalistisch toespreken. 'Stel je voor dát', en inderdaad: de weg van Lightfoot en León is geplaveid met mogelijkheden. Die zouden dan om te communiceren alleen wel beter met elkaar in stelling kunnen worden gebracht.

Sander Hiskemuller

www.ndt.nl

Klassiek

Bartók, Brahms Berliner Philharmoniker ***

Was dat even schrikken: ruim een week geleden kwam een persbericht binnen dat Mariss Jansons op aanraden van zijn arts de concerten met de Berliner Philharmoniker af moest zeggen. De Carte Blancheserie voor de dirigent in het Concertgebouw liep dus iets anders af dan gepland.

Jansons had voor dit jaar, naar aanleiding van zijn zeventigste verjaardag, een geweldig mooi vierluik mogen programmeren - cadeautje van de Amsterdamse zaal. Uitvoeringen met zijn eigen orkesten: het Koninklijk Concertgebouworkest en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, en met de Wiener en de Berliner Philharmoniker.

Dit laatste gezelschap vroeg Jaap van Zweden om Jansons' concerten over te nemen, te beginnen met drie stuks in Berlijn - Van Zwedens debuut bij het orkest, een mooie bijkomstigheid.

Kleine programmawijziging: Bartóks Muziek voor snaarinstrumenten, slagwerk en celesta werd vervangen door diens Concert voor orkest. Een even fantasierijk werk, en ordelijk in de steigers gezet door Van Zweden, die in maart al zijn opwachting in de Grote Zaal maakte met het Dallas Symphony Orchestra, waarvan hij chef-dirigent is.

Ook toen viel de rechtdoorzee-aanpak van Van Zweden op. Hij is een hele baas en houdt er een strikte regie op na, zonder al te veel verrassingen onderweg. Bij Bartók werkt dat wel en niet. Zo direct en duidelijk als Van Zwedens benadering is, zo zit de muziek ook in elkaar. En zolang er zo nu en dan maar plaats is voor een toverachtige schildering, door een solerende houtblazer bijvoorbeeld, is er niks aan de hand. Lastiger wordt het wanneer de elastische kwaliteiten van dit fantastische orkest minder goed uit de verf komen en de speelsheid van de partituur en het effect van sommige vondsten erbij inschieten.

De Philharmoniker hebben een onmiskenbaar groots, verzadigd strijkersgeluid, en de kracht die daarvan uitgaat is bijzonder. In Brahms' Eerste symfonie kun je er pure emotie mee opwekken. Onder Van Zweden kreeg de muziek eerder een hoekige uitstraling en voelde de ontspanning nogal eens te gedisciplineerd aan. Dat orkest en dirigent niet voor niets hadden gewerkt, stond buiten kijf: het applaus was lang en gul.

Frederike Berntsen

Jazz

We3 ****

Behalve de titel van een strip is We3 de naam van een jazztrio dat bestaat uit drie formidabele muzikanten met een schat aan ervaring. Die weinig opzienbarende naam verraadt een gebrek aan pretenties of anders op zijn minst een hang naar eenvoud. Zo bezien karakteriseert die naam de muziek van We3 bijzonder goed. Het trio speelt jazz in een elementaire vorm, stevig geworteld in de basis van blues en volksmuziek, maar wel met de blik vooruit gericht. Het is een soort jazz die bij oppervlakkige beluistering wellicht weinig opwindend klinkt, maar die uiteindelijk onweerstaanbaar is; zoveel geestdrift gaat erin schuil, zo geniepig dwingend swingt het.

Met name bassist Steve Swallow bewijst dat je met een handvol goed getimede noten een weergaloze groove kunt voortbrengen. Als je hem daar in het Bimhuis zo kalm en bedachtzaam ziet spelen, rijpt de overtuiging dat jou dat thuis ook wel lukt, maar zoals het door Keith Jarrett ooit treffend werd verwoord: 'timing is het moeilijke deel van eenvoud.'

Doordat Swallow zo schwungvol puntig speelt, komen de kwaliteiten van drummer Adam Nussbaum en saxofonist Dave Liebman geweldig tot hun recht. Nussbaum is een droogkomiek die een doorslaggevend aandeel heeft in de golvende dynamiek van het trio. De energie en bezieling die Liebman in zijn spel legt, zijn indrukwekkend, maar in andere groepen wil hij ook wel eens te gretig zijn en tevens wat te sentimenteel. Met Nussbaum en Swallow aan zijn zij heeft hij een contragewicht dat zijn spel meer reliëf geeft. Juist door het minimalisme van Swallow komt Liebmans intensiteit perfect gedoseerd over.

Een fraai voorbeeld daarvan was Cole Porters 'Get out of town'. Een paar basakkoorden, een stuwend maar ingetogen met de vingers gespeeld ritme op de drums en Liebman die op een kleine houten fluit de melodie blaast. Meer is niet nodig. Mooi ook om te zien hoe de drie heren op leeftijd met het hoofd gebogen dicht bij elkaar staan, ingespannen luisterend, het spoor volgend dat in een loom basloopje huist. Het lijkt allemaal zo simpel, maar even niet opletten en het is weg.

Mischa Andriessen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden