Chinezen nog wat wild met bloemen

Nederlandse tuinders en toeleveranciers trekken massaal naar China. De arbeidskrachten zijn goedkoop en de afzetmarkt groeit. „Maar de Chinezen hebben nog weinig gevoel voor bloemen.”

Als door een wesp gestoken springt Cok Harteveld overeind. Een van zijn Chinese medewerksters probeert het deksel van een doos met rozenstekjes af te krijgen door er flink mee te schudden. Met handen en voeten maakt hij haar duidelijk dat ze de kwetsbare stekjes zo niet moet behandelen. „Het zijn harde werkers”, zegt hij, „maar ze hebben nog niet erg veel gevoel voor bloemen.”

Harteveld werkt voor Van den Berg Roses uit Delfgauw. De afgelopen maanden bouwde hij een kas in China van ruim drie hectare. Er werken inmiddels veertig mensen. Vooral de verwarmingsketel leverde de nodige hoofdbrekens op. Die wordt namelijk gestookt met steenkool.

Van den Berg Roses is neergestreken in de regio Kunming, de hoofdstad van de provincie Yunnan en centrum van de Chinese sierteelt. Diverse andere Nederlandse tuinders en toeleveranciers hebben zich er al gevestigd of hebben vergevorderde plannen om naar de regio te trekken. Wat het gebied aantrekkelijk maakt zijn de goedkope arbeidskrachten en de gunstige teeltomstandigheden. In toeristenfolders heet Kunming de stad van de eeuwige lente. De gemiddelde temperatuur ligt een stuk hoger dan in Nederland. Ook de lichtintensiteit is hoger, waardoor de planten beter groeien.

De Chinese overheid heeft uitgesproken dat de regio zich de komende jaren moet ontwikkelen tot het centrum van de Chinese bloementeelt. De Nederlanders worden daarom met open armen ontvangen. Ook wordt er fors geïnvesteerd in nieuwe wegen en wordt er een groter vliegveld aangelegd.

In Dounan, op een uur rijden van Kunming, is een veilinggebouw neergezet dat als twee druppels water lijkt op de Bloemenveiling Aalsmeer (VBA). De VBA levert niet alleen adviezen, maar heeft onlangs ook een – bescheiden – aandeel in de veiling (5 procent) genomen. De rest is in handen van de overheid en niet, zoals in Nederland, van de tuinders zelf. Gezien hun ervaringen uit het verleden zijn de Chinese boeren nog wat huiverig voor de coöperatieve gedachte.

In het naast de veiling gelegen, nog vrijwel lege bedrijfsverzamelgebouw heeft AGB een ruimte gehuurd. Het bedrijf telt ongeveer 25 medewerkers en importeert leliebollen uit onder meer Nederland, die het verkoopt aan Chinese kwekers. Een deel van de gekweekte lelies plus andere snijbloemen, zoals anjers en rozen wordt geëxporteerd naar Japan en Australië. „Afzetmarkten die vanuit China een stuk dichterbij liggen dan vanuit Nederland”, zegt AGB-directeur Gidi Dekker.

Dekker, zelf afkomstig van een akkerbouwbedrijf in Noord-Holland, ziet grote mogelijkheden voor de bloementeelt in China. Maar hij is wel van mening dat er nog het nodige verbeterd moet worden aan de kwaliteit van de bloemen. Lopend over de groothandelsmarkt wijst hij op een handelaar die zijn pas gekochte rozen en anjers met veel geweld in een doos propt en de spanband extra stevig aantrekt om te besparen op vrachtkosten. „Die kan straks nog maar de helft verkopen”, constateert Dekker met West-Friese nuchterheid. Om de kwaliteit te verbeteren combineert AGB de verkoop van leliebollen met adviezen over teelt, bemesting en rassenkeuze. „Chinese kwekers hebben nog heel wat in te halen. Maar ze leren snel.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden