Chinese studentenleiders hopen op nieuwe verklaring over bloedbad

PEKING - Zes jaar na de bloedige beëindiging van de studentendemonstraties op het Plein van de Hemelse Vrede vechten Chinese dissidenten niet meer voor democratie, maar voor hun plaats in de geschiedenis. Volgens toenmalige studentenleiders is de tijd nu rijp voor de communistische partij om haar officiële verklaring over de gebeurtenissen van 4 juni 1989 te veranderen.

De Chinese regering kreeg vorige maand verschillende petities, zoals van 45 wetenschappers en dissidenten die haar oproepen 'over de tragedie na te denken met een gevoel van spijt, rationaliteit en verantwoordelijkheid'. Een groep van 27 vrouwen die hun man of een zoon verloren tijdens het bloedbad, eist een onafhankelijk onderzoek.

Op de petities wordt door de regering echter hard gereageerd; er zijn zo'n veertig mensen opgepakt. Een dorpje buiten Peking, waar honderd schrijvers en schilders wonen, werd deze week volledig ontruimd, omdat een dichter een van de oproepen had ondertekend. “De regering is doodsbang”, zegt de 75-jarige natuurkundige Xu Liangying. “Maar we hebben geen plannen om te demonstreren. We vragen alleen maar wat tolerantie.”

Ondanks de zware repercussies geloven de dissidenten dat ze kans maken op een nieuwe officiële verklaring. In een controversieel interview met The New York Times zei een van Deng Xiaopings dochters onlangs dat het tijd was voor 'verzoening'. Een nieuw oordeel zou kunnen komen van degene die na Dengs dood voorlopig de macht overneemt: president Jiang Zemin. Jiang was in 1989 nog leider in Shanghai en had dus niets te maken met onderdrukking van de demonstraties.

Jiang is begonnen met sleutelfiguren uit die tijd te ontslaan, zoals de partijleider in Peking, Chen Xitong, wegens corruptie. Chen was berucht omdat hij na de opstanden het officiële rapport schreef. Een ander bekend figuur uit die tijd, regeringswoordvoerder Yuan Mu, kreeg vorige week ontslag.

- Vervolg op pagina 5

'Studenten wilden confrontatie'

VERVOLG VAN PAGINA 1

Bovendien doen geruchten de ronde dat de Chinese president onlangs het graf bezocht van Hu Yaobang, wiens dood het begin van de opstanden tegweegbracht. En hij benoemde een vroegere assistent van ex-partijsecretaris Zhao Ziyang, die zelf sinds de opstanden onder huisarrest staat, voor een belangrijke commissie.

Terwijl de dissidenten in China pleiten voor erkenning van hun tragedie, herschrijven sommige naar Amerika uitgeweken studentenleiders de geschiedenis door zich af te vragen of ze het bloedbad niet hadden kunnen voorkomen. Het debat is intussen uitgelopen op grote ruzie. De verschillende visies worden vertolkt in twee documentaires die onlangs werden gemaakt over de studentenopstanden. De eerste film, Moving the Mountain, portretteert de studentenleiders Chai Lin en Li Lu als helden die durfden te vechten tegen een totalitair regime.

Maar in de documentaire 'The Gate of Heavenly Peace' wordt een beeld geschetst van Chai Ling als een radicale leidster die op een bloedbad aanstuurde. Op basis van interviews met Chai Lin die nooit eerder werden vertoont, stellen de filmmakers dat de leiders hun kansen misten om een dialoog te beginnen met de regering. Alhoewel ze duidelijk maken dat de communistische partij alle blaam op zich moet nemen, menen ze ook dat de studentenleiders, opgezweept door de sfeer van de demonstraties, het op een confrontatie aan hebben laten komen.

In het gewraakte interview, genomen vijf dagen voor het bloedbad, zegt Chai Ling: “We hopen eigenlijk op bloedvergieten”, en klaagt ze over de studenten die een einde willen maken aan de demonstraties. Chai die in 1992 als heldin werd onthaald op de Democraten-conventie in de Verenigde Staten, vindt dat haar uitspraken uit verband zijn gerukt en dreigt een rechtszaak te beginnen tegen de filmmakers.

Haar rechterhand op het plein, Lu Li, heeft soortgelijke plannen. Dit omdat de filmmakers zijn stelling dat hij democratisch gekozen is door de studenten, aanvallen. Volgens de film was het tijdens de opstanden zo'n puinhoop dat er van verkiezingen geen sprake kon zijn. Popster Hui Yong is het met dat laatste oordeel eens. “De studentenleiders vertegenwoordigen helemaal niemand meer. Ik snap trouwens niet waarom zij zich leiders noemen. Zij zijn de demonstraties niet begonnen, ze zijn tijdens de stroom alleen boven komen drijven.” Volgens hem hadden leiders als Chai Ling dan ook helemaal geen invloed genoeg om de studenten al dan niet op het plein te houden.

Andere beroemde studentenleiders, zoals Wu'erkaixi, denken toch na over hun verantwoordelijkheid in de tragedie. Wu zegt in 'The Gate of Heavenly Peace' dat de hongerstakers op het plein weliswaar goede bedoelingen hadden, maar dat ze ook verkeerde beslissingen namen en daardoor een echte dialoog met de Chinese regering saboteerden.

“Om een nieuwe kijk te krijgen op de beweging, moet iedereen die meedeed, nadenken over zijn eigen morele verantwwordelijkheid”, zo zegt de 40-jarige Liu Xiaobo, de intellectueel die op 4 juni 1989 de laatste drieduizend studenten bewoog het plein te verlaten en daarna voor 19 maanden in de gevangenis verdween, “ook al was het regering die het vuur opende.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden