Chinese ouders kennen weg naar kinderdagverblijf niet

AMSTERDAM - Sin Ting (6), tweede groep basisschool tekent heel precieze tekeningetjes. Ze schrijft Chinees. “Elke zaterdag gaat ze naar de Chinese school”, zegt moeder May (31) trots. “Maar als ze moe is hoeft ze niet.”

In de huiskamer staat een kerstster, als teken van integratie. Verder hangen er felgekleurde Chinese platen aan de muur. Opvallend is de rust in huis, en de keurig opgeruimde vloer. Bij het gemiddelde Nederlandse gezin slingert toch meestal wel ergens een blokje of een sokje.

Sin Tings broertje van vier zet een grote raceauto netjes terug in de kast. “Goed hoor, Sui Han”, zegt May. “Je moet waardering laten zien, hè”, verklaart ze. May komt uit de streek rond Hongkong, waar ze door haar oma werd opgevoed. In Amsterdam voegde ze zich bij haar ouders. Ze kon meteen aan het werk, achter de balie van hun afhaalrestaurant.

Het werk in de horecasector drukt zwaar op het privéleven van Chinese gezinnen, blijkt uit een onderzoek dat Stichting jeugdinformatie gisteren presenteerde, tegelijk met onderzoeken naar opvoeding in Turkse gezinnen en Somalische vluchtelingengezinnen. Eerder al had de stichting, in samenwerking met de universitetien van Utrecht Nijmegen en Rotterdam, de situatie in Marokkaanse en Surinaams-Creoolse families beschreven.

De onderzoekers pleiten voor meer ondersteuning en informatie over het onderwijs en opvoeding in eigen taal voor Chinese gezinnen. Ook voor Turkse en Somalische ouders zou gerichte steun uitkomst bieden. Vooral de eerste generatie maakt zich zorgen over de 'slechte' invloed van de Nederlandse maatschappij op hun kinderen. In hun ogen laten Nederlanders hun kinderen te vrij en brengen hun weinig respect bij voor anderen.

Bij alle onderzochte gezinnen spreken de kinderen hun moedertaal. Daardoor houden zij een achterstand op school, terwijl hun ouders hoge verwachtingen hebben over de opleiding: de meesten denken aan een universitaire studie.

Vooral Chinese en Somalische ouders hebben weinig contact met Nederlanders. Dat is de enige overeenkomst. Somaliërs in Nederland zijn vluchtelingen, vaak getraumatiseerd tijdens de burgeroorlog in 1991 en 1992. De meeste Chinezen in Nederland komen uit Hongkong om te 'profiteren', zoals May zegt - een woord dat voor haar geen nare bijklank heeft.

Nog steeds is 70 procent van de gezinnen voor het inkomen afhankelijk van werk in restaurants. De ouders zijn 60 ... 70 uur per week van huis, kinderen springen bij zodra ze oud genoeg zijn of worden opgevangen door oma. Sommige kinderen worden zelfs naar de grootouders in China gestuurd.

De kinderopvang is nog niet op deze groep ingesteld, en vice versa: veel Chinese ouders weten de weg naar kinderdagverblijven nog niet te vinden. Zij leven in een eigen wereld, waar andere regels en normen gelden dan in Nederlandse gezinnen, schrijven de onderzoekers Paul Geense en Truus Pels.

De man van May werkt in een restaurant - ooit hadden ze zelf een zaak in een andere stad, maar de combinatie met kleine kinderen vonden ze te zwaar. May is nu huisvrouw. Toen Sin Ting op school kwam kon ze een paar woordjes Nederlands. De juf stuurde haar met haar moeder naar Opstap voor opvoedingsondersteuning, waar ze kennis maakten met opvoeding volgens Nederlandse mores.

Niet dat May geen eigen ideeën heeft over de opvoeding van haar kinderen. Eigenlijk vindt ze het verschil met Nederlandse gezinnen helemaal niet zo groot. Ze beveelt niet, ze legt uit. “Ik zeg ze dat ze hun speelgoed altijd moeten opruimen, want anders stappen ze erop en dat doet pijn aan hun voetjes.” En als ze weigeren? “Dan krijgen ze billenkoek. Dat hoort bij de Chinese opvoeding, billenkoek!” lacht ze.

De ouder spreekt, het kind luistert - het is bijna een cliché-beeld van het Chinese gezin, waar autoriteit onbetwist is en de ouder alle wijsheid in pacht heeft. Hongkong is voor May nog steeds het ijkpunt. “Kinderen gaan hier op hun achttiende al het huis uit. Dat kan daar helemaal niet, er is niet eens een woning voor ze.” Zij zou haar kinderen niet domweg verbieden om laat thuis te komen, maar uitleggen dat het buiten gevaarlijk kan zijn.

May vindt het vanzelfsprekend dat haar kinderen Chinees leren. “Leren heeft geen grens, toch? Het is goed voor je, het is fijn om goed Chinees te kunnen verstaan en het te kunnen lezen. Ik vind het vreemd als Chinezen in Nederland dat niet kunnen.” Waarvóór leert Sin Ting, als het aan May ligt? Een eigen zaak als schoonheidsspecialiste of kapster, dat wenst ze haar dochter toe. “Géén horeca!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden