Column

Chinese ogen

Rob SchoutenBeeld Maartje Geels

De Chinezen vinden onze oude meesters mooi, hoorden we in het nieuws ter gelegenheid van een expositie van zeventiende-eeuwse Hollandse schilders in China. Ze gaan er met hun neus bovenop staan om te zien hoe een Rembrandt, Vermeer of Jan Steen er van dichtbij uitziet en ze herkennen iets in die blik van Rembrandts portret van Antonie Coopal. 

Dat is fijn, we hebben niet voor niets geleefd. We wisten natuurlijk al dat het zakenlui zijn en toeristen, maar nu dus ook kunstliefhebbers. Maar wat vinden ze er eigenlijk mooi aan? Is zo'n straatje van Vermeer voor hen net zo exotisch als als 'De berg Kuanglu' van Jing Hau dat voor mij is? Is Jan Steen de Chinese evenknie van een Ming-vaas in Nederland? Wat waarderen ze precies? In hoeverre heeft westerse, Hollandse kunst universele werking?

Ik heb geen idee wat onze schilders met de Chinese ziel doen, omdat ik die laatste niet ken maar omgekeerd weet ik het natuurlijk wel, wat doet Chinese kunst met mij? Nou, hun muziek mogen ze van mij houden, als ik heel eerlijk ben (sorry Lang Lang, Yo-Yo Ma!) maar van hun teksten en beeldende kunst kan ik zeker genieten.

Neem deze regels: 'Het betreden van de provincie Kansoe / bracht ons geluk // reeds lag het op minder dan een mijl / buiten het gehucht / waar wij de nacht doorbrachten / op ons te wachten.'

Geen symboliek, geen psychologie, alleen de magie van het niet eens beschreven landschap, het geluk, de extase. Het verrassende is trouwens dat dit helemaal geen Chinees gedicht is maar een pastiche van Jules Deelder die het Chinese cliché precies raak getroffen heeft. En dat is geloof ik waar ik van houd, Chinese gemeenplaatsen, een mooi met Oostindische inkt getekend landschapje, regels als 'De zon had haar laatste stralen gedoofd, over het water lag weer de duistere koelte. Het geluid van eetstokjes die tegen rijstkommen tikten vulden de erven' (Lu Xun), Chinese platitudes als deze van filosoof Meng-Tse 'Een groot mens is hij die zijn kinderhart nimmer verliest'.

Het kan zijn dat ik me geweldig vergis, maar zo denk ik dat het ook met de Chinese belangstelling voor onze schilders is, ze is clichématig, onze eetstokjes zijn hun kaasprikkers. Clichés zijn helemaal niet erg mits je ze nog niet dagelijks tegenkomt en het dus geen clichés geworden zijn. Leuk dus om zulke maagdelijke belangstelling als die van de Chinezen weer eens te zien, ze doen als het ware eeuwen van steeds specialistischer en verfijnder wordende observaties en inzichten teniet, dat Jan Steen helemaal geen lollige schilder was maar een zedenmeester, dat Vermeer het straatje naast zijn tante heeft geschilderd. Zo kijk ik ook naar Chinese kunst, onbevangen, genietend van een Chinese staart en een fijne, dunne regenbui in bergen van gewassen inkt. Ik weet natuurlijk dat ik van Ai Weiwei moet houden maar die appelleert voornamelijk aan mijn intellect en gevoel voor internationale conceptuele kunst. Geef mij vandaag de zintuigen maar. Het Rijks in, alles nog eens opnieuw bekijken met Chinese ogen.

Lees hier de eerdere columns van Ron schouten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden