Chinese minderheid in Indonesië kruipt uit haar schulp

Welvarende bevolkingsgroep hield zich ver van politiek, maar nu heeft Jakarta zelfs een Chinese gouverneur

Sluwe handelaren. Harde werkers. Rijk. Betalen grif voor het onderwijs van hun kinderen. Erg op zichzelf. Onbetrouwbaar. En oh ja, ze sporten nooit, maar spelen alleen computerspelletjes ter ontspanning. Ga een avond eten met wat Javanen en de karaktereigenschappen en vooroordelen over de Chinese minderheid in Indonesië vliegen je om de oren.

De etnisch Chinese minderheid in het land - niemand weet precies hoeveel er zijn - geldt van oudsher als drijvende kracht achter de Indonesische economie. Toch houdt deze groep, onder wie veel christenen, zich maatschappelijk en politiek op de vlakte, uit angst voor gedoe met 'autochtone', meest islamitische Indonesiërs, die hen nogal eens als indringers of profiteurs zien. Maar die houding begint te kenteren, zegt historicus en onderzoeker van de Chinese gemeenschap Didi Kwartanada. "De Chinezen hebben meer zelfvertrouwen. We willen laten zien dat we kunnen bijdragen aan de opbouw van het land."

Eén man speelt daarbij een belangrijke rol: Basuki Tjahaja Purnama, beter bekend onder zijn bijnaam Ahok. Vorige maand werd deze loot van een Chinees-Indonesische familie benoemd tot gouverneur van Jakarta. Hij heeft een reputatie als een fel bestrijder van corruptie, die zich hard uitspreekt tegen verspilling door zijn ambtenaren.

Een groep radicale moslims betoogde tegen de benoeming van de christelijke Ahok. En deze demonstraties waren niet de enige reden waarom Ahoks benoeming tot gouverneur van de hoofdstad niet voor de hand lag. "Vanwege een historisch trauma blijven Chinezen traditioneel liever uit de politiek. Velen zijn in het verleden slachtoffer geweest van geweld, heuse pogroms zelfs", verklaart Kwartanada de afzijdige houding van de groep. "Chinezen hier gaan gevechten en ruzies bij voorkeur uit de weg. Anders bestaat het risico dat de hele omgeving zich tegen je keert."

Vanwege hun reputatie als harde werkers, haalde Nederland massaal goedkope Chinese arbeiders naar de kolonie. In enkele generaties werkten ze zich op tot tussenhandelaren van allerlei goederen en diensten, een positie waar veel van hen vandaag nog in werken. Velen legden geld opzij voor investeringen in hun bedrijfjes en goed onderwijs voor hun kinderen, waardoor ze in enkele generaties grote bedrijven opbouwden.

Tijdens de onafhankelijkheidsstrijd wilde de groep neutraal blijven - revoluties zijn slecht voor de handel - wat hen verdacht maakte in de ogen van autochtone Indonesiërs. Wie niet streed voor een eigen staat, heulde vast met Nederland, was de gedachte.

Hun positie verslechterde onder de dictatuur van Soeharto, die in 1967 aan de macht kwam na een bloedige periode van anti-communistisch geweld. De Chinezen bleven tijdens de maanden durende vervolging van communisten veelal gespaard, maar Chinese organisaties, kranten en scholen werden tijdens de dertigjarige dictatuur van Soeharto verboden, vertelt Kwartanada.

Gedurende de Koude Oorlog werd de groep sterk gewantrouwd, alsof de Chinese gemeenschap een maoïstische vijfde colonne was.

Sie Swan Hwie, een 63-jarige etnisch Chinese gepensioneerde boekhouder, merkte in die tijd de discriminatie op de werkvloer. "In het bedrijf waar ik werkte gingen de hoge banen naar minder geschikte, 'lokale' medewerkers. Zij moesten het gezicht van het bedrijf naar buiten toe zijn", vertelt hij. "Daardoor had je bijvoorbeeld minder gedoe met de belastingdienst."

De Soeharto-periode mondde in 1998 uit in een orgie van geweld. Veel Chinese winkels gingen in vlammen op, gewone Chinezen werden mishandeld of erger.

Om verdenkingen te voorkomen zetten Chinese ondernemers nog steeds vaak de term 'Indo' in hun bedrijfsnaam, om te laten zien dat ze een Indonesisch bedrijf zijn en loyaal aan het land. De minisupermarktjes van Indomaret bijvoorbeeld, een grote keten met duizenden vestigingen, wordt gerund door een etnisch Chinese familie.

Ruim zestien jaar na het geweld van de democratische revolutie tegen de Chinezen gaat het stukken beter met de gemeenschap, vinden Didi Kwartanada en Sie Swan Hwie. Gouverneur Ahok is voor hen het toonbeeld van de uit zijn schulp kruipende Chinees. Hij werkt hard en zijn eerlijke aanpak slaat aan bij veel inwoners van Jakarta, niet alleen bij Chinezen zelf.

Historicus Kwartanada merkt dat Ahok niet de enige Chinees is die in het centrum van de belangstelling staat. Op televisie en in andere massamedia ziet hij steeds meer leden van de Chinese gemeenschap. Dat was vroeger wel anders, zegt hij. De groei van China als wereldmacht, straalt volgens boekhouder Sie Swan Hwie af op de Indonesisch-Chinese gemeenschap. "China is nodig voor handel, daarom is er nu meer respect voor het land en daarmee voor ons."

Toch, volgens Sie Swan Hwie is de ware reden dat het nu beter gaat tussen de gemeenschappen de economische groei van de hele Indonesische samenleving. "Ook de 'lokale' Indonesiërs hebben nu meer te besteden. Ze hebben dus minder reden om jaloers op ons te zijn."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden