Chinese grafcultuur in miniatuurformaat

Het had heel wat voeten in de aarde, maar uiteindelijk kreeg het Drents Museum in Assen de volledige medewerking van de Chinezen. En dus is er nu een unieke expositie van het terracottaleger, inclusief miniatuurbeelden.

Toen Benoît Mater (36), conservator archeologie van het Drents Museum, vorig jaar voor de eerste keer de reusachtige hangar in Xi’an binnenliep met daarin de opengelegde grafkamers van de eerste keizer van China, Qin Shi Huangdi, was ze diep onder de indruk. Ook al had ze de honderden levensgrote terracottabeelden die daar zijn opgegraven, vaak genoeg gezien op foto’s en in films, de directe aanblik deed de archeologe meer dan ze had verwacht. Maar toen ze een dag later het grafcomplex van de latere keizer Jingdi bezocht, waarin duizenden miniatuurbeelden zijn aangetroffen, werd ze ’verliefd’. „Iedereen heeft het altijd over het achtste wereldwonder en dat is dan het grote terracottaleger van China, waar jaarlijks miljoenen toeristen op af komen. En natuurlijk mogen die levensgrote beelden ook niet ontbreken op onze expositie. Maar persoonlijk word ik veel meer geraakt door de miniaturen.”

Benoît Mater staat nu voor de tweede keer aan de rand van een van de grafkuilen van keizer Jingdi en keizerin Wang van de Westelijke Han-dynastie (206 v. Chr. – 9 na Chr.). Dit keer om journalisten en fotografen uit Nederland rond te leiden langs de grafcomplexen waaruit de beelden en voorwerpen afkomstig zijn die vanaf vandaag in het Drents Museum zijn te zien. En opnieuw is ze ontroerd bij de aanblik van de duizenden miniatuurmensjes van gebakken aarde die je stuk voor stuk met een andere gezichtsuitdrukking en in een andere houding ’aankijken’. Alle etnische afstammelingen uit het toenmalige Chinese rijk zijn vertegenwoordigd. Sommige beelden dragen geboetseerde gewaden, maar de meeste zijn naakt en hebben geen armen. De zijden gewaden die ze oorspronkelijk meekregen, zijn vergaan, evenals de houten beweegbare armen die ze kregen aangemeten, waarschijnlijk omdat dat gemakkelijker was bij het aankleden.

De miniatuurbeelden die de keizer en keizerin meekregen in hun graf om hen te vergezellen in het hiernamaals, vormen een afspiegeling van alles waarmee ze zich tijdens hun aardse leven omringden: legers, hofhouding, gebruiksvoorwerpen en rituele voorwerpen en dieren. Zo werden in een van de grotere grafkuilen (94 m lang, 3 m breed en 2,5 m diep) 391 miniatuurmensen aangetroffen – mannen, vrouwen en eunuchen – 235 geiten, 189 schapen, 458 honden, 455 varkens en 54 biggen. Alle nauwkeurig geboetseerd uit de geel gekleurde löss van de Gele Rivier.

Meer dan 40.000 terracotta beelden en voorwerpen zijn tot nu toe opgegraven in dit 50 km2 grote grafcomplex nabij Yangling dat in 1990 werd ontdekt. Midden jaren negentig begonnen de opgravingen op zes tot negen meter diepte. Oorspronkelijk waren de grafkamers met zo’n drie meter aarde bedekt, maar in de loop der eeuwen zijn ze als gevolg van overstromingen en grondverschuivingen gaan verzakken. Van de vele tientallen grafkuilen zijn er inmiddels elf blootgelegd. Over deze kuilen heen is een intiem ondergronds museum gebouwd: het Han Yangling-museum, dat in niets te vergelijken is met de immense hangar waarin het grote terracottaleger is te zien. Zes tot negen meter onder de grond loop je niet alleen langs de grafkuilen, je kunt er ook overheen wandelen, over een ’glazen’ vloer, zodat je de miniaturen van bovenaf bijna recht in het gezicht kunt kijken. In sommige kuilen zijn mensen aan het werk. Met borsteltjes verwijderen ze restanten aarde van de voorwerpen. Op sommige plekken staan de beelden fier overeind, op andere liggen ze er nog net zo door elkaar gesmeten bij als ze werden aangetroffen. Het aantrekkelijke van dit grafcomplex vergeleken bij dat van het grote terracotta leger, is dat je hier rechtstreeks getuige bent van de opgravingen.

Het Han Yangling-museum is nu een jaar open, maar de Chinezen verwachten dat dit net zo’n publiekstrekker zal worden als het grote terracottaleger van de eerste keizer uit de Qin-dynastie (221–206 v. Chr.). Er is recent een nieuwe autoweg aangelegd vanaf de luchthaven van Xi’an en op het grafcomplex wachten enorme parkeerplaatsen op de toeristenbussen. Maar tijdens ons bezoek is het stil. Het toeristenseizoen is voorbij. Ook is in het overvolle schema van de internationale reisbureaus meestal alleen tijd ingeruimd voor de bekendste topattracties van China. En daarbij mag het grote terracotta leger nooit ontbreken. „Ontzettend jammer, want eigenlijk moet je ze allebei hebben gezien om een goed beeld te krijgen van de Chinese grafcultuur en de slavenarbeid die is uitgevoerd om de keizers tijdens hun leven en dood te behagen”, zegt Benoît Mater. Volgens historische bronnen hebben er 720.000 mensen gewerkt aan het grote terracottaleger. De mausolea, die veel weg hebben van ondergrondse paleizen, werden al tijdens het leven van de keizer aangelegd. Als de beelden en vaak kostbare voorwerpen in de met houten plafonds bedekte grafkamers waren geplaatst, gingen die meteen dicht en werd er een laag aarde van drie meter op aangebracht. Aannemelijk is dat de keizer zelf ook nooit een blik heeft kunnen werpen in zijn grafkamers. Uit het feit dat er ook lege grafkuilen zijn gevonden, wordt afgeleid dat de keizer in dat geval eerder overleed dan verwacht en er geen tijd meer was om alle kamers te vullen.

De graftombes van keizer Jingdi en keizerin Wang, en ook die van keizer Qin zelf, zijn nog niet geopend. Sommigen veronderstellen dat de Chinezen daar niet aan beginnen uit angst dat dan zal blijken dat de graven in het verleden leeggeplunderd zijn. Mater denkt dat die terughoudendheid ook ingegeven wordt door het feit dat men de graven van de voorouders niet wil verstoren. Ook de kosten spelen een rol. Mater: „Op het moment dat je voorwerpen uit de grond haalt, moet je meteen beginnen met conserveren om te voorkomen dat ze uitdrogen en gaan barsten. De beelden gaan in een soort couveuse en daar is heel veel geld mee gemoeid. Dat verklaart ook dat niet meteen alle kuilen van een grafcomplex geopend worden.”

Tot haar verbazing mocht Benoît Mater zelf aangeven welke grafbeelden ze wil laten zien in het Drents Museum. Eindeloos duurden aanvankelijk de onderhandelingen, waarbij eerdere toezeggingen regelmatig werden teruggedraaid en afspraken nimmer zwart op wit werden bevestigd. Ook bleken de transportkosten extreem hoog. Mater: „Zonder sponsors hadden we dit nooit kunnen doen. Ik heb er begrip voor dat de Chinezen veel geld vragen, omdat ze daarmee de opgravingen en restauraties kunnen betalen. Maar aan de andere kant verbaas ik me er wel over dat het ze weinig lijkt te interesseren hoe wij hun culturele erfgoed tonen. Ze zijn niet echt behulpzaam en lijken zich niet te realiseren dat als wij hier een prachtige expositie laten zien, dat ook weer nieuwe toeristen- en geldstromen genereert naar China. Ik zag het erg somber in of het allemaal wel zou lukken, maar plotseling bleek van alles mogelijk en hadden we het voor het uitkiezen. Het is geweldig dat wij ook de miniatuurbeelden mogen laten zien, die ons in staat stellen om een veel completer verhaal te vertellen over de grafcultuur in China dan het British Museum in Londen nu doet.” Daar zijn tot 6 april alleen grote terracottabeelden te zien, aangevuld met enkele recente grafvondsten. Waarom het kleine Drents Museum meer gedaan kreeg dan het eerbiedwaardige British Museum is haar een raadsel. „Daar kom je niet achter. Misschien speelt mee dat we een archeologisch museum zijn en ook veel grafvondsten laten zien. Daarnaast is er natuurlijk de link met de veenlijken die in Drenthe zijn gevonden en waarvan aangenomen wordt dat dat ook grafgiften waren.”

Ook de eerste keizers van China kregen aanvankelijk levende mensen en dieren mee in hun mausolea. Omdat de keizer zijn mensen te hard nodig had voor zijn bewaking, het leger en de hofhouding, zouden de menselijke offers later plaatsgemaakt hebben voor levensgrote beelden van gebakken aarde. De vraag waarom de menshoge beelden in latere dynastieën vervangen werden door miniaturen, is nog niet opgehelderd. Mater: „Moeten we de miniaturen net als de levensgrote beelden zien als vervanging van mensenoffers? Of staan ze symbool voor elementen uit het dagelijks leven van de overledene?” In het boek dat ze schreef bij de expositie komt de archeoloog met haar eigen theorie, die ze weliswaar met argumenten kan omkleden, maar waarvoor geen onomstotelijk bewijs kan worden aangevoerd. „Ik denk dat de miniaturen een verbeelding waren van de werkelijkheid. Er is bijvoorbeeld een miniatuurvisvijver gevonden, omdat de keizer natuurlijk niet een echte vijver kon meenemen in zijn graf. Op onze expositie is zelfs een miniatuur toilet te zien in de vorm van een kleine hut met twee latrines.”

Ze ziet haar theorie bevestigd in de huidige Chinese grafcultuur, waarbij allerlei bezittingen van de overledene in miniatuurformaat en van papier worden verbrand op het graf. „Omdat de overledene geen kracht meer heeft om zijn huis, auto en andere bezittingen mee te nemen naar het hiernamaals, laat men ze met de rook opstijgen naar de hemel. Nog steeds worden bezittingen meegegeven in het graf. Eerst waren het echte mensenoffers, daarna werden het levensgrote terracotta beelden, vervolgens miniaturen van terracotta. Nu zijn de voorwerpen van papier.”

Benoît Mater vindt het ’machtig’ om dat verhaal in het museum te laten zien en te vertellen. „Ik vind het ook de taak van archeologen om hun ontdekkingen voor een breed publiek te vertalen. Want cultureel erfgoed is van ons allemaal.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden