Chinese dis wordt steeds minder Chinees

China moet steeds meer voedsel importeren om de eigen bevolking te voeden. De sterke economische groei eet de landbouw op.

AMSTERDAM - De honderden miljoenen Chinese boeren kunnen niet meer genoeg voedsel produceren. In de eerste helft van dit jaar importeerde China voor drie miljard euro meer aan voedsel dan het land exporteerde.

De Chinese import van landbouwproducten steeg met meer dan zestig procent tot 11,7 miljard euro. De export nam ook toe, maar slechts met elf procent, tot 8,7 miljard. China wordt dus voor de voeding van de 1,3 miljard inwoners steeds afhankelijker van het buitenland. De Verenigde Staten, Canada en Australië zijn de grootste leveranciers.

Ruerd Ruben, ontwikkelingseconoom in Wageningen, is niet verbaasd. De Chinese voedselimporten zijn volgens hem vooral het gevolg van de sterke economische ontwikkeling van China in de afgelopen vijftien jaar.

China verandert van een landbouwnatie in een producent van onder meer staal, textiel en elektronica voor de rest van de wereld. Daarvan profiteren de inwoners van de stedelijke gebieden, terwijl de kleine boeren arm blijven. ,,De inkomensongelijkheid is enorm toegenomen en de boeren hebben onvoldoende prikkels om op het platteland te blijven.'' Dus trekken zij in groten getale naar de steden, om hun geluk te beproeven in de fabrieken.

Het produceren van voldoende voedsel voor de Chinese bevolking is nog altijd een gevoelig punt bij de politieke leiding. De politiek van de 'ijzeren rijstkom' garandeerde lange tijd voldoende voeding voor de gemiddelde Chinees. De afgelopen decennia kende het land geen grote hongersnoden meer.

Maar door de enorme groei van de industrie en de grote steden neemt het landbouwareaal af. Ook de bouw van grote stuwdammen, die hele rivierdalen onder water zetten, draagt daaraan bij. Bovendien lijdt de Chinese landbouw onder toenemende vervuiling en watertekorten.

De jaarlijkse productie van granen, zoals rijst, tarwe en maïs, daalt al sinds 1998. In de eerste helft van dit jaar voerde China 4,1 miljoen ton graan in, bijna twee maal zoveel als vorig jaar. Daarbij komt dat de Chinezen, vooral de stadsbewoners, hun eetpatroon wijzigen. Rijst en groente moeten wijken voor vlees en zuivel.

Die verandering in eetgewoonten draagt volgens Ruben bij aan de dalende landbouwproductie. ,,Stadsbewoners hebben altijd meer behoefte aan dierlijke eiwitten. En daar kan China niet aan voldoen, zeker niet aan de vraag naar rundvlees.''

De rundveehouderij, traditioneel alleen te vinden in Noord-China, neemt nu ook in het zuiden toe. Daarvoor zijn grote stukken land nodig, waar dus geen rijst of tarwe meer verbouwd kan worden. ,,De boeren trekken weg uit de bulkgewassen'', aldus Ruben. Daarmee valt niet veel te verdienen, met tuinbouw voor de export -vooral naar Japan- wel.

China zou de eigen bevolking royaal van voedsel kunnen voorzien als de landbouwgrond zo goed mogelijk benut werd, zo heeft Ruben berekend. Maar dat lukt bij lange na niet, ook al is China veruit 'swerelds grootste gebruiker van kunstmest. Een van de problemen is dat de stukjes landbouwgrond zeer klein zijn, kleiner dan een hectare. ,,En dan is het grondbezit van een boer nog verspreid over verschillende akkertjes'', aldus Ruben.

Een efficiëntere landbouw, op grotere bedrijven, kan de productie opvoeren. Maar de Chinese overheid dreigt daarmee haar eigen problemen te creëren. Want modernisering van de landbouw zou een groot deel van de Chinese boeren werkloos maken -zodat ook zij migreren naar de steden, die de toevloed van werkzoekenden al nauwelijks aankunnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden