Chinese arbeiders keren terug naar hun dorpen

Door afzwakkende economische groei hebben productiecentra plattelanders steeds minder werk te bieden

De volgende ochtend om vijf uur gaat haar trein pas, maar de 38-jarige Zhu Ming zit al klaar naast haar koffer op het station van Guangzhou-Oost. Op 8 februari begint het Chinese Nieuwjaar, en net als de rest van China's 246 miljoen migrantenarbeiders, wil Zhu dat graag thuis vieren. Het is de grootste jaarlijkse migratie wereldwijd, en elk jaar weer zorgt de reisdrukte rond het festival voor een logistieke nachtmerrie.

Dit jaar is er echter wat vreemds aan de hand: veel arbeiders vertrokken al weken geleden naar huis. Of ze in het nieuwe jaar terugkeren naar de industriële productiecentra in het zuiden en oosten van het land is nog onduidelijk. De reden? In de grote steden is steeds minder werk.

"Afgelopen jaar was het al niet ideaal", zegt Zhu, afkomstig uit de zuidwestelijke provincie Sichuan. Ze werkt in de bouw als tegellegger. "We hebben de laatste tijd wel erg veel vrij. Volgend jaar wordt dat waarschijnlijk niet beter."

Twintig jaar werkt Zhu nu in de Guangzhou-regio, een van China's belangrijkste economische centra. Volgens de Chinese autoriteiten, die het moeilijk maken voor arbeiders afkomstig van het platteland om zich in de stad waar ze werken in te schrijven, is ze nog altijd een boer in Sichuan. Maar zo ziet ze het zelf niet: "Sichuan is ondertussen een tweede thuis. Het zou raar zijn om weer terug te gaan."

Toch is dat wat wel wat steeds meer migrantenarbeiders doen. Vooral de bouw- en elektronicasector voelen dat de groei van China's economie afzwakt. Dalende grondstofprijzen zorgen er voor dat ook het verzamelen van herbruikbare materialen steeds minder oplevert. "De recyclers gingen het eerst naar huis", zegt Hong Mei (48) uit Hebei. Zelf blijft ze nog een paar dagen zoete aardappelen verkopen voor ze teruggaat. "Als het financieel niet meer de moeite waard is, wat doen we hier dan nog?"

Tijdens de financiële crisis in 2009 keerden migrantenarbeiders ook terug naar huis. Toen zorgde een grote overheidsstimulus voor extra werk dat velen van hen weer terughaalde. Maar de kans daarop is nu klein. "China zit in een overgangsfase van snelle groei naar middelsnelle groei", schreef Yu Jianrong, een bekende onderzoeker aan de Chinese Academie van sociale wetenschappen dezeweek in het financiële weekblad Caijing. "Dat betekent dat deze problemen voorlopig blijven bestaan."

Yu waarschuwt voor de "verborgen werkloosheid" waar China steeds meer mee te maken krijgt nu de groei afvlakt. De naar het platteland terugkerende arbeiders komen niet voor in de werkloosheidsstatistieken, maar als er geen geschikt werk voor ze is, kunnen ze wel degelijk de "sociale stabiliteit" in gevaar brengen.

Een uitdaging dus voor de lokale overheden. Al jaren proberen zij talent uit de grote steden aan te trekken. Nu de economische groei in veel van China's binnenlandse provincies al jaren boven het nationale gemiddelde ligt, lukt dat steeds beter. Maar ook in het binnenland is de tijd van eindeloos erop los bouwen voorbij. Veel van China's kleinere steden kampen juist met een overschot aan vastgoed.

Daarom is de vraag: gaan de autoriteiten erin slagen de terugkerende arbeiders banen en, waar nodig, omscholing aan te bieden? Zhu is in principe flexibel. "Maar", lacht ze, "ik ben niet goed opgeleid. Ik kan alleen dingen met m'n handen!"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden