China wil de hoogvliegers vangen

immigratie | De Chinese cultuur is er niet aan gewend nieuwkomers als normale leden van de samenleving te zien. Toch moet de Chinese regering ervoor zorgen dat kennismigranten zich thuis gaan voelen.

Tijdens zijn lunchpauze speelt Neeraj Punhani een potje pool in de hal van zijn kantoor in Shaoxing, een stad in de Chinese provincie Zhejiang. Samen met zijn Chinese tegenspeler, een rustige man van ongeveer dezelfde leeftijd, cirkelt hij langzaam rond de tafel. "We kennen elkaar al veertien jaar", zegt de 40-jarige Indiër na afloop van het spel. Langs rekken vol glinsterende stoffen loopt de textielhandelaar naar zijn bureau, waarop zowel de Chinese 'god van de welvaart' als een aantal Indiase religieuze afbeeldingen te vinden zijn. "Shaoxing is mijn thuis. Hier heb ik zowel mijn vrienden als mijn vijanden", zegt Punhani terwijl hij gaat zitten.


Punhani behoort tot een forse gemeenschap van buitenlandse handelaren in de stad, waar naar verluidt een derde van alle textiel wereldwijd wordt verhandeld. Uit India, Afrika en het Midden-Oosten kwamen zij massaal naar Zhejiang toen dit deel van China, op enkele uren van Shanghai, eind jaren negentig het middelpunt voor goedkope productie werd. Hiervoor woonde hij in Dubai.


Anders dan in andere Chinese steden van het formaat van Shaoxing kijken lokale Chinezen hier allang niet meer op van buitenlanders op straat. Maar ze horen er ook niet helemaal bij. Zo moeten ook Shaoxing-veteranen als Punhani elk jaar opnieuw een werkvisum aanvragen. Van een lokale servicekaart voor buitenlandse zakenmensen, die het makkelijker moet maken om bijvoorbeeld een rijbewijs te krijgen, werd nog maar een handvol uitgegeven. Het is bijna onmogelijk om aan de bureaucratische eisen ervoor te voldoen.


"Ik ben hier nu vijftien jaar. Ik zet me in voor de lokale economie, ben een school begonnen, heb hier geïnvesteerd in vastgoed. Het is wel gek dat je dan nog steeds moet bewijzen dat je hier hoort", zegt Sanjay Sukhnani, een bekende van Punhani.


Buitenlandse minderheid


Volgens de Verenigde Naties telde China in 2015 zo'n 900.000 buitenlandse inwoners, toeristen niet meegerekend. Waarschijnlijk ligt het werkelijke aantal een stuk hoger, maar vast staat dat China een bijzonder laag aandeel buitenlanders telt: zo'n 0,06 procent. Wereldwijd ligt dat percentage vijftig keer zo hoog, in ontwikkelde landen maken mensen van buitenlandse afkomst vaak zo'n 10 procent van de bevolking uit. Meer dan 92 procent van China's 1,4 miljard inwoners wordt tot de 'Han-Chinezen' gerekend, de dominante Chinese etnisch-culturele groep, waarbij zowel binnenlandse als buitenlandse minderheden in het niet vallen.


Voor China's buitenlanders zijn de mogelijkheden om Chinees te worden miniem. Het land wijst een dubbele nationaliteit af, en een 'green card'-programma dat in 2004 werd gestart, leverde in de eerste tien jaar slechts zo'n 7000 vergunningen op. Zelfs in Japan, dat bekendstaat om zijn gesloten grenzen, krijgen jaarlijks ongeveer 10.000 mensen de Japanse nationaliteit. In Amerika zijn dat er zo'n 700.000.


Een belangrijke reden voor de lage cijfers ligt in de recente geschiedenis: sinds de oprichting van de Volksrepubliek in 1949 daalde het aantal buitenlanders - toen zo'n 200.000 - hard. Mao Zedong, die China onder andere wilde bevrijden van buitenlandse koloniale invloeden, wilde 'het huis leegvegen', alvorens mondjesmaat 'buitenlandse gasten' uit te nodigen die het regime welgezind waren. Het socialistische wantrouwen tegen buitenlandse invloeden ontspande in de jaren tachtig, al is het nooit verdwenen.


Maar nu heeft China's steeds internationalere economie buitenlands talent hard nodig, zegt ook president Xi Jinping. "Uit welk land of gebied ook, als het gaat om excellent talent kunnen we er gebruik van maken", zei hij tijdens een partijbijeenkomst. Kort daarvoor had het land een aanvraag ingediend voor lidmaatschap van de Internationale Organisatie voor Migratie.


Het aantrekbeleid, dat zich vooral richt op topwetenschappers en managers, moet Chinese bedrijven helpen innoveren en actiever worden in het buitenland. Maar steeds vaker zal het ook gaan om het aanvullen van arbeidstekorten, in sectoren waarin China zelf tekorten heeft. Snelle modernisering en de gevolgen van het eenkindbeleid zorgen ervoor dat China's arbeidsbevolking sinds 2012 krimpt.


Volgens Wang Huiyao, directeur van het Centrum voor Chinese Globalisatie in Peking, begint China de bijdrage van buitenlanders steeds meer te waarderen. Daarom werkt het land aan het opzetten van een immigratiedienst, die er tot nu toe niet is. "Het voornaamste doel daarvan is het aantrekken van buitenlanders. Dat is de grotere trend: we begonnen met de circulatie van goederen en handel, toen kwam de circulatie van kapitaal, en nu die van talent."


Lange tijd was China naar binnen gericht, onder andere door het ruime arbeidsaanbod binnen China, zegt Wang, die ook de regering adviseert over het onderwerp. Nu verwacht hij dat China binnen 5 tot 10 jaar zal beginnen met het aantrekken van verpleegsters en bouwvakkers uit Zuidoost-Azie. "Hoe snel dat zal gaan, hangt af van het effect van het tweekindbeleid."


A-categorie


Nieuwe regels voor werkvisa hebben als doel meer buitenlands talent aan te trekken, maar kondigen ook limieten aan op groepen buitenlanders die China niet nodig heeft. De regels, die nu in de grote steden worden getest en in april nationaal van kracht worden, verdelen buitenlanders in categorieën A, B en C. Voor A-talent moet het makkelijker worden om legaal in China te werken, terwijl voor anderen de eisen toenemen.


Besluiten wie goed is voor China en wie niet is ingewikkeld, zegt ambtenaar Qiu Xusheng. Voor het Nationale Bureau voor Buitenlandse Experts werkt hij aan de invoering van het nieuwe werkvisabeleid. "Ook andere landen, zoals Amerika, worstelen daarmee." De indeling in categorieën noemt hij allereerst 'wetenschappelijk'. "Het verdelen van groepen in A, B en C betekent niet dat de een hoger is dan de ander. Maar China's bevolking is op dit moment nog erg groot. We moeten grenzen stellen."


Voor vertegenwoordigers van de nieuwe economie ziet de toekomst er in elk geval gunstig uit. De 26-jarige Elke Scholiers werkt als grafisch ontwerper in Peking. Tijdens eerdere visumaanvragen had de Belgische zoveel problemen dat haar gezondheid eronder leed. "Ik was bijna het land uitgezet. Ik spreek geen Chinees en niemand hielp me bij de superingewikkelde processen." Nu maakt ze zich minder zorgen. "Ik heb gehoord dat de nieuwe regels goed zijn voor creatievelingen. De creatieve industrie is nog heel jong . Daardoor zitten we in categorie A."


Welkom zijn ook Chinees-sprekenden, die voor het eerst officieel voor hun taalkennis beloond gaan worden in een puntensysteem dat deel is van de nieuwe regels. "Nu vorig jaar China's uitgaande investeringen voor het eerst hoger waren dan de inkomende, groeit de vraag naar buitenlanders die zowel China snappen als de buitenlandse markten", aldus directeur Wang.


De Nederlander Luuk van 't Hoff is zo iemand. Na zijn master Chinese cultuur in de zuidelijke stad Xiamen ging hij aan de slag bij Leedarson, 's werelds grootste lampenbollenproducent. Nu vertegenwoordigt hij het Chinese bedrijf als sales manager in de Verenigde Staten, waar het aan het uitbreiden is. Overdag werkt hij met Amerikaanse klanten, 's avonds praat hij zijn Chinese team bij in vloeiend Mandarijn. "Cruciaal is dan dat ik ook de gedachte erachter kan uitleggen. Waarom wil de klant het zo, en niet anders." Naar de Amerikaanse klant toe wekt hij vertrouwen. "Ze hebben weinig ervaring met zaken doen met Chinezen."


Van 't Hoff (26) ziet hoe zijn werk verschil maakt. Zo gaan zakendiners tussen de Chinese en Amerikaanse partijen beter sinds hij etiquettetraining geeft: niet smakken, niet te veel op je smartphone tijdens het eten, praat niet alleen over zaken. "Cultureel bewustzijn ontbreekt bij mijn collega's nog vaak."


Tijdens zijn werk loopt hij ook tegen culturele barrières aan die, los van het visumbeleid, voor veel buitenlanders het integreren in China bemoeilijken. "Je wordt altijd nog gezien als buitenlander en niet gewoon als persoon, hoe goed je de taal ook spreekt en de cultuur ook kent. Als je het ergens niet mee eens bent, is het antwoord: Je begrijpt het niet, want je bent een buitenlander."


Hebben en houden


Dat is nu de uitdaging voor de Chinese regering: een maatschappij creëren waarin de buitenlandse kennismigranten en hoogvliegers die het zo graag wil aantrekken ook willen blijven. Naast een cultuur die er niet aan gewend is om buitenstaanders als normale leden van de samenleving te zien, speelt daarbij ook de leefomgeving een rol. Volgens een marktonderzoek uit 2015 verlieten er in 2014 twee keer zoveel expats het land als er binnenkomen. Ze kijken naar landen als Japan en Korea, waar de levensstandaard hoger is en er minder vervuiling is. Ook bezorgen de voortdurend veranderende visaregels ze veel stress. Veel buitenlanders hebben een zenuwslopende verhouding met de Chinese bureaucratie. Dat wordt versterkt nu de regering meer controle wil.


Want terwijl China voor sommige groepen arbeidsmigranten de loper wil uitleggen, is de overheid in naam van de nationale veiligheid de laatste jaren de buitenlanders ook strenger gaan 'managen'. Zo treedt zij harder op tegen illegaal verblijf, bijvoorbeeld onder buitenlandse leraren Engels en een snelgroeiende Afrikaanse gemeenschap in de zuidelijke stad Guangzhou. In lokale media worden geregeld verbanden gelegd tussen 'de buitenlanders' en het verstoren van de publieke orde.


Ook in Shaoxing en omgeving wordt de controle strenger. Handelaren krijgen korter lopende visa toegewezen en de politie controleert regelmatig de identiteit van buitenlanders. Voor de buitenlanders uit het Midden-Oosten geldt ook nog dat de regering zenuwachtig is over hun contact met de lokale moslimbevolking.


"Onder president Xi is nationale veiligheid de topprioriteit", legt Ka-Kin Cheuk uit. Cheuk, een sociale wetenschapper verbonden aan de Universiteit Leiden, behoort tot een Europees onderzoeksteam dat kijkt naar China's toekomst als immigratieland. "Maar zorgen over de gevaren van immigranten voor de nationale veiligheid, bijvoorbeeld rond terrorisme, zijn vaak heel abstract. Lokale bestuurders moeten invulling geven aan de wensen van Peking, maar niemand weet precies hoe. Het is ook niet per se goed voor de lokale economie, die veel aan de buitenlanders heeft."


Volgens ambtenaar Qiu loopt deze kant van het beleid 'parallel' aan het aantrekbeleid. "Natuurlijk. Alles volgens de wet." Degenen die welkom zijn moeten steeds vaker dezelfde rechten als Chinezen genieten. "Voor hen wordt China een tweede thuis."

Overzeese Chinezen

In het plan van de Chinese regering om buitenlands talent aan te trekken, spelen overzeese Chinezen een belangrijke rol. Los van waar zij zijn opgegroeid, ziet China hen als 'deel van de Chinese familie', aldus president Xi. Hij roept iedereen met een Chinese achtergrond op terug te keren naar het moederland of op afstand aan de opbouw van het land bij te dragen. Speciale talentenprogramma's en soepelere visumregels moeten dat aantrekkelijk maken. Veel van de buitenlandse investeringen die China in de afgelopen twintig jaar ontving, komen inderdaad van Han-Chinezen uit andere landen, vooral Amerika. Maar lang niet iedereen komt terug: van de vier miljoen mensen die China sinds 1978 verlieten voor een buitenlandse studie kwam minder dan de helft terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden