In het naai-atelier van Cheng Yong Hao woerden traditionele jurken, de chipao’s, gemaakt.

Reportage China

China roept op: Allemaal terug naar het platteland

In het naai-atelier van Cheng Yong Hao woerden traditionele jurken, de chipao’s, gemaakt. Beeld Eefje Rammeloo

In China hangen overal propagandaspandoeken die migranten aansporen vanuit de stad terug naar huis te komen.

Zijn het de slagroomtaarten in de etalage van Bakery Sheraton, of is het het geblondeerde meisje op een hip terras? Misschien is het wel de roze BMW op de parkeerplaats. Hoe dan ook; de migranten die terugkomen naar Dingzhou brengen een nieuwe lifestyle met zich mee.

Kijk naar Cheng Yong Hao (41) met zijn op maat gemaakte chipao’s, traditionele jurken die het figuur van een vrouw benadrukken. “Het is een kunstvorm; je moet wel honderd handelingen verrichten als je een chipao naait.” Tussen de zuchtende en blazende stoomstrijkijzers aait hij over een zwarte jurk met gouden bloemen. “Voel maar, het is Chinese zijde. Dit hebben ze in het buitenland niet.”

Spandoeken

In Peking telde Cheng als migrant maar half mee, hier is hij eigenaar van zijn eigen naai-atelier. Hij was een van de eerste arbeidsmigranten die terugkeerden naar Dingzhou, ruim tweehonderd kilometer ten zuiden van Peking.

Overal in China hangen spandoeken met propaganda die migranten zoals Cheng aansporen terug naar huis te komen. Eind 2018 gaven 7,4 miljoen mensen gehoor aan die oproep.

Cheng had het lang naar zijn zin in de hoofdstad. Als 17-jarige begon hij in een fabriek voor uniformen; zijn taak was om zomen door de naaimachine te trekken. Gaandeweg leerde hij het vak. “Nu moet je daar heel slim voor zijn, kun je er zelfs voor naar de universiteit. Ik leerde het vak van een oudere collega”, lacht hij.

Gloednieuwe flatgebouwen

Zijn vrouw ontmoette hij in de fabriek. Omdat op hun registratiebewijs (hukou) staat dat ze dorpelingen zijn, hebben ze niet dezelfde rechten als stadsbewoners. Dankzij handige connecties kon hun zoon toch naar een openbare school in Peking. Maar bij de geboorte van hun tweede zoon liep Cheng tegen zijn grenzen aan. Hij wilde een eigen bedrijf opzetten, maar in Peking begon hij er niet aan: het papierwerk maakte hem al moe voor hij er aan begon. Toen belde de leider van zijn geboortedorp. “Hij zei dat hij me kon helpen met dingen als leningen en personeel.”

Ongeveer een derde van de Chinese werkzame bevolking werkt in een stad, maar staat op het platteland geregistreerd. Het aantal migranten dat dichter bij huis blijft, groeit de laatste jaren een stuk sneller dan het aantal migranten dat ver weg, in een grotere stad gaat werken, blijkt uit cijfers van het China Labour Bulletin. Kleinere steden landinwaarts openen zich, ze geven kans op werk dichter bij huis, terwijl grote steden zoals Peking en Shanghai steeds strenger worden voor arbeiders en hun families.

Cheng Yong Hao toont op zijn telefoon zijn familie op hun paasbest Beeld eefje rammeloo

Verstedelijking is nog wel altijd de succesformule van de Communistische Partij. Het tempo van urbanisatie gaat zo goed als gelijk op met het de groei van de economie. In 1978 woonde nog geen 18 procent van de Chinezen in een stad, in 2017 was dat al 58 procent en het doel is 60 procent in 2020.

Vers beton

Het lege land tussen de dorpen en stadjes overal in China, staat onderhand vol met gloednieuwe, nog lege flatgebouwen, in afwachting van terugkerende migranten. Vaak gaan er dorpjes tegen de vlakte om plaats te maken voor vers beton, maar de overheid maakt ook gebruik van wat er al is: de kleine stad.

Voor het eerst sinds de jaren negentig stijgt het aantal graafschappen dat de administratieve rechten van een stad krijgt, en dus de sociale voorzieningen die daarbij horen. Lagere overheden regelen leningen en huisvesting voor terugkeerders die een bedrijfje willen oprichten. Meer ervaren ondernemers staan klaar voor morele steun.

Dingzhou, met 1,2 miljoen inwoners verspreid over dorpjes rondom de stadskern, moet het vooral hebben van arbeidsintensieve industrie. Laat dat nu net de industrie zijn die de regering naar de kleinere steden wil verhuizen, om de mega­steden te ontzien.

Manier van kleden

Cheng rijdt in het weekend nog weleens naar Peking voor een biertje met vrienden, maar voor een meer verfijnde en vooruitstrevende manier van leven hoeft hij niet meer weg. Vroeger zag je aan iemands kleding of hij uit een dorp of uit een stad kwam. Nu is dat verschil weg. Hij somt op: Er zijn grotere winkels die zich allemaal supermarkt noemen. Er worden veel meer feestdagen gevierd waardoor de prijs voor bloemen door het plafond schiet. “En mensen gooiden hun vuilnis vroeger op een grote berg – nu gebruiken ze vuilniszakken.”

Achter het raam van zijn atelier wijst Cheng naar de rood met witte nieuwbouwhuizen in het stadscentrum van Dingzhou. Daarachter ergens staat het huis dat hij kocht voor zijn gezin. Hij betaalde de 370 duizend yuan (50 duizend euro) contant. Hij verdient goed aan de op maat gemaakte chipao’s en tai chi pakken. Hij wijst op het fijne handwerk bij de knopen, en de welving van de buste die een naaister een week werk kost. “Een computer kan dit in een halve dag maken, maar die is instabiel. Je moet dit met de hand doen.”

Lokale economie

De vrouwen die achter de naaimachines zitten, kunnen komen en gaan wanneer ze willen. Ai Na (40) is er blij mee. “Op deze manier kan ik én werken, én voor mijn ouders en kind zorgen.” Haar man is bouwvakker in Peking, en als ze naast hem op de steiger zou gaan staan, verdient ze misschien 7000 yuan om naar huis te sturen. “Nu verdienen deze vrouwen zo’n 6000 yuan. Dat is iets minder, maar ze kunnen wel thuisblijven”, zegt Cheng. Zo draagt hij zijn steentje bij aan de opbouw van een lokale economie.

Cheng weet zeker dat hij goud in handen heeft. Vroeger kozen vrouwen gewoon een chipao uit die ze mooi vonden. Hij bladert door een boek vol foto’s van vrouwen met daarnaast hun maten. De op maat gemaakte jurk is een trend. “Dit is slechts een oefening. Over tien jaar kent iedereen mijn merk.”

Lees ook:

Rijke Chinezen besteden vakantiegeld in arme regio’s

Ook de laatste arme Chinezen moeten delen in de welvaart, vindt Peking. Die helpt provincie Guizhou daarbij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden