Reportage

China heeft soja nodig, heel veel soja

Li Yong, boer in de Chinese provincie Heilongjiang en zijn sojabonen. Beeld Leen Vervaeke

In de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China spelen sojabonen een opmerkelijke hoofdrol. Boeren worden ongewild opgevoerd als krijgers.

Als Li Yong naar de berg sojabonen op zijn binnenplaats kijkt, ziet hij getallen voor zich. Rekensommen van opbrengsten, prijzen en kosten en als het goed is ook wat winst. Bij hem moet je niet aankomen met idylles over het boerenleven, met reclamepraatjes over ‘gouden bonen’ of met politieke argumenten om de sojateelt te verhogen. “Het is de winst die telt”, zegt Li, terwijl hij de kogelronde bonen door zijn hand laat gaan. “Winst is de prioriteit.”

De 39-jarige Li – een goedlachse, extraverte kerel – is landbouwer in Heihe, een regio in de provincie Heilongjiang, in het uiterste noordoosten van China. Met zijn eindeloze akkers en zijn vruchtbare zwarte aarde staat Heilongjiang bekend als de ‘gaarkeuken’ van China. En in die keuken vormt Heihe de voorraadkast van de soja-bonen. Ruim 13 procent van alle Chinese sojabonen wordt hier geteeld en naar verluidt zijn het de beste en zachtste van China. Gouden bonen, aldus de lokale overheid.

Daarmee bevindt Heihe zich ook in het hart van de Chinees-Amerikaanse handelsoorlog, waarin sojabonen een opmerkelijke hoofdrol spelen. Sinds de Chinese overheid tarieven invoerde op Amerikaanse sojabonen – een uithaal naar Trumps achterland – is Peking naarstig op zoek naar alternatieven. De 33 miljoen ton soja die het normaal uit de VS haalt, hoopt het vooral uit andere landen te importeren. Maar die hebben lang niet genoeg om aan de Chinese vraag te voldoen.

Dus zijn ook de Chinese sojaboeren ingeschakeld als krijgers in de handelsstrijd. Het ministerie van landbouw heeft de Chinese boerenstand afgelopen mei opgedragen om komend jaar 10 miljoen mu (een veelgebruikte oppervlaktemaat in China) of 666.000 extra hectare aan sojabonen te telen. De helft daarvan is aan de provincie Heilongjiang toegewezen en eenvijfde daarvan aan sojacentrum Heihe. Het verhogen van het binnenlandse sojabonenareaal geldt officieel als politieke prioriteit.

Piepkleine marges

Maar volgens de landbouwers in Heihe is dat nog niet zo gemakkelijk. De sojateelt in China wordt beheerst door piepkleine marges en de landbouwers kunnen het zich niet veroorloven risico’s te nemen. “Wat we zaaien, hangt af van de subsidies en prijzen”, zegt Li. “We vergelijken de voordelen en we kiezen wat het meest opbrengt. Als de opbrengst van soja niet voldoende is, dan zaaien we het niet. Het zou toch niet logisch zijn dat we een heel jaar hard werken om geld te verliezen?”

Beeld Leen Vervaeke

Als kleine landbouwer houdt Li zich liefst afzijdig van politiek en handelsoorlogen. Hij heeft andere zaken aan zijn hoofd, zeker in oktober, als de oogst wordt binnengehaald. Op de uitgestrekte sojavelden, afgezoomd met berkenbomen, denderen immense combines van John Deere heen en weer, de goudgele bonen naar binnen slokkend. Ze gaan door tot twee uur ’s nachts, met alleen korte pauzes voor eten of toiletbezoek. Voor de grote vorst inzet, moeten alle bonen binnen zijn.

Terwijl de jonge landbouwers in ijltempo de goudgele bonen afvoeren, in elke mogelijke laadwagen die ze konden vinden, volgen in het kielzog van de malende combines oude boeren en boerinnen met kromme ruggen. Ze rakelen de achtergebleven bonenstaken bijeen, om komende winter hun kachels mee te vullen. Ze komen nauwelijks rond van de opbrengst van hun eigen kleine akkers en kunnen een extraatje goed gebruiken.

Het leven hier is hard, zegt Li, al is het al veel verbeterd. Toen Li’s grootouders in de woelige jaren vijftig naar Heilongjiang verhuisden, was dit gebied nog volledig onontgonnen: het werd de ‘grote noordelijke wildernis’ genoemd. Onder Mao werd het land gecultiveerd en opgedeeld in landbouwcommunes. Na de opening van de economie kreeg elke landbouwer zijn eigen akker. Li begon zelf met driehonderd mu, twintig hectare, bovengemiddeld veel voor een Chinese boer.

Maar nog had Li het moeilijk om rond te komen. Hij had geen machines, zijn opbrengst bleef laag. Jarenlang teelde hij hetzelfde gewas – eerst soja, vanaf 2010 mais, want dat bracht toen veel meer op – en probeerde hij met meststoffen het uiterste uit zijn grond te persen, tot hij zijn bodem volledig had uitgeput. Om zich heen zag Li steeds meer landbouwers naar de stad trekken, voor een beter betaalde baan. In zijn dorp kwamen huizen leeg te staan.

Op kantoor

Drie jaar geleden kwam daar verandering in. Onder aanmoediging van de overheid richtten Li en de andere boeren uit zijn dorp een coöperatie op. Samen hebben ze 870 hectare landbouwgrond, waardoor ze op veel grotere schaal kunnen werken. Ze kochten twee John Deere-combines, waarmee ze hun oogst nu twee keer zo snel kunnen binnenhalen. “We hopen die machines later nog beter te kunnen gebruiken”, zegt Li. “Maar voorlopig hebben we alleen een Engelse handleiding, die we online hebben vertaald.”

Met de coöperatie hebben Li en zijn dorpsgenoten recht op allerlei financiële steun, die hen aanzet om professioneler te werken. Zo kunnen ze subsidies krijgen voor de aankoop van machines en voor het toepassen van wisselteelt tussen soja en mais, zodat de bodemkwaliteit zich kan herstellen.

In plaats van op het veld is Li nu vooral op kantoor te vinden, aan het rekenen en overleggen. “Vroeger had je als boer spieren nodig, nu veel meer je hersenen”, zegt hij.

De overheid probeert de landbouwers ook aan te moedigen om sojabonen van hogere kwaliteit te telen, die meer proteïne bevatten. De ‘gouden bonen’ van Heihe worden niet gebruikt voor veevoer, maar alleen voor menselijke voedingsmiddelen. Ze worden verwerkt tot tofu, sojamelk en doupi, gemaakt van het delicate velletje dat bovenop kokende sojamelk verschijnt. Anders dan de geïmporteerde bonen zijn ze niet genetisch gemanipuleerd.

Maar juist die professionalisering en nadruk op kwaliteit maken de nieuwe politieke prioriteit behoorlijk lastig uit te voeren. Door de piepkleine winstmarges is de Chinese sojateelt alleen rendabel dankzij subsidies. Maar doordat die subsidies aan de voorwaarde van wisselteelt zijn gekoppeld, kunnen de landbouwers onmogelijk twee jaar na elkaar op eenzelfde akker soja zaaien. “Als we geen subsidies krijgen, verliezen we geld op de soja”, aldus Li.

Daling

Van de 870 hectare van Li’s coöperatie waren er dit jaar 530 ingenomen door sojabonen. Als de coöperatie subsidies wil krijgen voor wisselteelt, kunnen ze volgend jaar dus maximaal 340 hectare aan soja telen. Een daling dus, het tegenovergestelde van wat de overheid wil. “Er is een kans dat de prijs van soja stijgt, maar die stijging zal waarschijnlijk beperkt blijven”, zegt Li. “Het wordt heel moeilijk om het sojabonenareaal te vergroten. Ik schat dat het ongeveer hetzelfde blijft.”

Beeld Leen Vervaeke

Bij een naburige coöperatie in Heihe klinkt eenzelfde geluid. “De overheid kan ons niet dwingen om meer soja te zaaien”, zegt landbouwer Wang Fuqin, die dit jaar 600 van zijn 1000 hectare met soja heeft bezaaid. Door de wisselteelt kan hij volgend jaar maximaal 400 hectare aan soja besteden. “Ze kunnen ons aanmoedigen, maar het blijft een vrijwillige keuze. Als de winst niet goed is, zullen we het niet telen. We moeten aan ons eigen belang denken.”

Li laat zich liever niet uit over de handelsoorlog, maar na enig aandringen zegt hij te denken dat China zijn sojabonen van elders zal moeten halen. Hij wijst naar de binnenplaats van de coöperatie, waar alle landbouw­ers hun bonen komen lossen. Tussen de goudgele peulvruchten, schitterend als parels in de herfstzon, pikt hij er een paar groene uit. “De eerste vorst kwam vroeg dit jaar, nog voor de bonen helemaal rijp waren”, zegt hij. “De opbrengst is niet ideaal. Een hoge oogst laat zich niet afdwing­en.”

Li wil niet klagen, hij heeft het beter dan ooit. Maar een rol in de handelsoorlog, daar zit hij niet op te wachten. Hij heeft genoeg andere kopzorgen. “Toen ik twintig jaar geleden begon, had ik nooit verwacht dat ik vandaag een auto en een huis in de stad zou hebben. Het is een stuk makkelijker geworden, maar het is en blijft een lastig leven. Ik wil niet dat mijn zoon landbouwer wordt. Hij moet goed studeren, zodat hij een baan in een kantoor kan krijgen. Ik wou dat ik dat zelf ook had gedaan.”

Sojabonen als munitie

De sojaboon komt oorspronkelijk uit China, en in het begin van de twintigste eeuw was China zelf een belangrijke soja-exporteur. De import van soja begon na de markthervormingen begin jaren tachtig, toen de welvaart in China begon toe te nemen en steeds meer veevoer nodig was voor de vleesconsumptie van de groeiende middenklasse. In de afgelopen twintig jaar steeg de soja-import van 500.000 ton naar bijna 100 miljoen ton.

Om genoeg veevoer te kunnen produceren voert China op grote schaal genetisch gemanipuleerde sojabonen in. De eigen landbouwers mogen geen genetisch gemanipuleerde soja telen, waardoor hun bonen duurder zijn dan de geïmporteerde. De Chinese non-GMO-bonen worden uitsluitend gebruikt voor menselijke voedingsproducten, zoals tofu of sojamelk, waarvoor genetisch gemanipuleerde ingrediënten niet zijn toegestaan.

Een derde van de Chinese soja-import komt uit de Verenigde Staten, waar veel landbouwers zich in het kamp van president Trump bevinden. Toen Trump afgelopen maart een handelsoorlog tegen China lanceerde, richtten de Chinezen hun tegenaanval dan ook op de Amerikaanse soja. Ze legden de Amerikaanse bonen forse invoertarieven op en lieten doorschemeren dat Amerikaanse soja moeilijk door de Chinese douane zou raken.

De Chinese overheid zet zich in om het wegvallen van de Amerikaanse soja te kunnen opvangen door meer bonen uit andere landen te importeren, vooral uit Brazilië en Argentinië. Ook wil China de eigen sojaconsumptie drastisch verlagen, nationale voorraden aansnijden en de productie van eigen landbouwers verhogen. Vorig jaar oogstten de Chinese landbouwers 14,6 miljoen ton soja. Dat moet tegen 2020 volgens de China Sojaboon Industrie Vereniging het dubbele zijn.

Tot nu toe is het China gelukt de Amerikaanse soja buiten de deur te houden, maar volgens deskundigen krijgen de Chinezen het nog moeilijk. In Brazilië en Argentinië, waar pas komende lente weer wordt geoogst, raken de bonen langzaam op. De prijsstijgingen zijn enorm. Deskundigen verwachten dat China begin volgend jaar toch weer Amerikaanse soja zal moeten importeren, tarieven of niet.

Lees ook:

China voelt handelsoorlog: munt onderuit, bedrijven overwegen het land te verlaten

Met de nieuwe ronde invoertarieven die de VS hebben opgelegd, krijgt China het benauwd. De economische groei neemt af en bedrijven overwegen China te verlaten.

China verstevigt zijn greep op de voedselketen

China is er als de kippen bij als een agrarisch bedrijf te koop staat. Het voeden van de enorme bevolking is staatsbelang.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden