China duwt, Tibet wijkt

Tibet wordt overspoeld door Chinese toeristen en migranten. Daarvan profiteren lokale Chinesen meer dan Tibetanen. „Waarom sparen Tibetaanse riksjarijders niet twee jaar al hun centen, zodat ze een taxi kunnen kopen?”

Van een medewerker

’Indrukwekkend. Ontroerend’, vindt een Chinese verslaggeefster uit Baoji het tafereel voor de Jokhang, de belangrijkste tempel van Tibet in de hoofdstad Lhasa. Pelgrims prevelen hun gebeden terwijl zij op een kleedje of het harde plaveisel hun prosternaties, teraardewerpingen, uitvoeren. De geur van jeneverbestakken die als offerande worden gebruikt, waait voorbij.

Met haar vriend is Li een week op vakantie in Tibet. Net als de honderdduizenden Chinese toeristen die er jaarlijks komen, wordt zij vooral aangetrokken door het mysterie van dit land. Velen komen ook uit interesse voor het boeddhisme, dat in China in opmars is.

Maar de communistische dictatuur verafschuwt én vreest religie, omdat juist monniken en nonnen zo vaak voor religieuze vrijheid opkomen en daarmee voor onrust in Tibet hebben gezorgd. Toch ziet Peking nu het economische belang van het boeddhisme: het is een ongekende folkloristische trekpleister.

De overheid betaalt mede daarom mee aan restauratie van (eerder verwoeste) tempels en kloosters en houdt 80 procent van de entreegelden. Dat levert een aardig bedrag op: een uur in de Potala kost 10 euro, een kaartje voor de Jokhangtempel kost 7 euro, en voor andere kloosters ook al snel 5 à 6 euro.

Tibet bleef in de 19de en 20ste eeuw – nog lang na de invasie van het Chinese Volksbevrijdingsleger in 1950 – grotendeels afgesloten van de wereld. Maar sinds de eeuwwisseling is de Chinese overheid bezig met een toeristisch offensief, waarbij ze zich vooral op de grote binnenlandse markt richt.

Sinds 2006 zorgde de nieuwe spoorlijn van Peking over de bergen naar Lhasa voor een explosie. Maar liefst 8,3 miljoen passagiers lieten zich al vervoeren van en naar het dunbevolkte land. Voor een klein bedrag kunnen Chinezen er nu snel komen. „De trein betekent meer prostitutie, meer gokken en meer alcohol. Voor Chinezen én Tibetanen. En ze kunnen sneller onze grondstoffen weghalen”, zegt een inwoner van Lhasa zuur.

Vanaf het vliegveld gaan tientallen vluchten per dag naar diverse Chinese steden. China heeft grootse plannen om Tibet verder te ontwikkelen: er komen spoorlijnen bij en een groter vliegveld, op 4436 meter hoogte, dat in 2011 af moet zijn. Waar nog wat plek is rond het oude stadshart verrijzen vijfsterrenhotels.

Critici vrezen dat de toevloed van Han-Chinezen de Tibetaanse cultuur zal vernietigen en dat het delicate ecosysteem op die grote hoogte evenmin bestand is tegen mensenmassa’s. Bevolkingscijfers uit de regio zijn erg onbetrouwbaar, maar waarschijnlijk heeft het dunbevolkte Tibet tegen de 2,8 miljoen inwoners. Een even groot aantal etnische Tibetanen woont in de omliggende Chinese provincies.

De verwachting van de overheid is dat er dit jaar zes miljoen toeristen komen, die samen zo’n 600 miljoen euro in het laatje zullen brengen. Het rap uitbreidende Lhasa (met inmiddels naar een Chinese schatting 600.000 inwoners) krijgt dit jaar in zijn oude stadshart 3,8 miljoen toeristen te verwerken. Meer dan negentig procent van de toeristen is Chinees, waardoor sommige Tibetanen spreken over ’de tweede Chinese invasie’.

Natuurlijk profiteren ook Tibetanen van de nieuwe ontsluiting, de toeristenstroom en de booming economie. Toch lijkt het erop dat de oorspronkelijke inwoners, die al een bezienswaardige minderheid zijn in de eigen hoofdstad, grotendeels achter het net vissen.

De meeste Chinese toeristen die voor het exotische Tibet komen, bezoeken namelijk het liefst Chinese horeca en winkels. Zij reizen naar hun bestemming met Chinese vlieg-, bus-, en treinmaatschappijen.

Op het parkeerterrein van het grote Lhasahotel (voorheen het Holiday Inn, bekend van het geestige boek van hotelmanager Alec le Sueur) staan zeker veertig Chinese kleine bussen om die toeristen naar alle bezienswaardigheden te brengen. Dat doen Chinese chauffeurs en Chinese gidsen. Die komen van de overheidsopleiding waar tweehonderd studenten per jaar leren de correcte, Chinese versie van heden en verleden te vertellen.

Veel Tibetaanse gidsen die in India hebben gewoond, verloren deze eeuw hun vergunning. Zoals Tashi die nu als ’illegale’ gids toeristen rondleidt. „Ze zijn bang voor ons omdat wij in India de vrijheid hebben gezien”, zegt hij. Op elke pas tijdens onze reis komen we bussen vol Chinese toeristen tegen. „In de trein is dat ook zo. De pelgrims die meereizen krijgen geen enkele service in hun eigen taal”, moppert hij.

Voor de naburige, overbevolkte provincie Sichuan is Tibet een overloopgebied. Talloze migranten komen naar Tibet in de hoop op werk, soms voor een paar jaar. Als zij de hoogte kunnen verdragen is dat werk wel te vinden voor de ondernemingslustige Han-Chinezen. Zij openen disco’s, karaokeclubs (lees: seksclubs), eethuisjes, kledingwinkels, kapsalons, rijden taxi enzovoort.

Pressiegroep International Campaign for Tibet zegt dat de talloze Chinezen de Tibetanen van de arbeidsmarkt verdringen. Ook culturele verschillen spelen daarbij een rol: „De Tibetaanse werkhouding is anders. Ze zitten liever met een biertje voor de tent, dan hard aan te pakken”, zegt een Nederlandse deskundige die veel in Tibet komt: „Ze zijn niet zo happig op werken voor een baas en diensten verrichten achten zij beneden hun stand.” Bovendien zijn velen laaggeschoold, waardoor voor hen het laagstbetaalde werk rest, in de bouw, of bij de aanleg van een spoorlijn.

De succesvolle Tibetaanse zakenman Sonam Yeshi wil wel praten, maar niet in zijn kantoor, zegt hij, suggestief kijkend naar een personeelslid dat achter de computer zit. Het tekent de gespannen sfeer in Lhasa, waar een werkgever zijn eigen personeel niet eens kan vertrouwen. Het wemelt er van de overheidsspionnen en de verhouding tussen Chinezen en Tibetanen verslechtert met elke neergeslagen opstand.

In zijn traditioneel ingerichte huiskamer vertelt Yeshi over zijn verblijf in India, waar hij Engels leerde, en zijn reizen naar diverse grote Chinese steden. „Misschien heb ik daar wel geleerd hoe je vooruit kunt komen. Van huis uit hebben Tibetanen een relaxtere houding. Als je je huis of winkel aan de Barkor (de centrale winkelstraat) verhuurt voor een goede prijs, hoef je dus minder te werken. Terwijl een Chinees gaat sparen om nog meer huizen te bouwen en te verhuren.”

De zakenman verwijst naar de winkeltjes in het stadshart die steeds vaker in handen komen van Chinezen. Dezelfde etnische verschuiving ziet hij onder riksjarijders. „Waarom sparen de Tibetanen niet twee jaar hard, zodat ze een taxi kunnen kopen?”, vraagt hij zich hardop af. Veel taxichauffeurs zijn nu Chinees. „Het is niet zozeer dat Tibetanen weggeduwd worden, het is meer dat zij zich terugtrekken”, meent hij.

Yeshi is zelf opgeklommen van het simpelste bediendenwerk, via een kantoorbaan, naar een eigen zaak. „Ik had een plan.” Hij kijkt niet zelfgenoegzaam terug, maar maakt zich zorgen over de jeugd. „Ze lummelen, zijn verwend. Maar de groei in Tibet gaat nu zo snel, dat ze het niet gaan redden. Want op het moment dat je erachter komt, is het te laat. Dan mis je de ervaring en kom je er niet meer tussen.”

Concluderend spreekt hij van een gemis aan sociale educatie. „Een plan maken, kansen creëren, leert onze jeugd niet thuis en niet op school.” Daar komt bij dat veel omstandigheden Chinezen bevoordelen. Zo krijgen migranten belastingvoordelen, gaan opdrachten soms verplicht naar Chinese bedrijven, hebben Chinese kaderleden die in Tibet gaan werken extra goede arbeidsvoorwaarden en worden diverse examens (rijbewijs, zakenvergunning, gidslicentie) in Tibet in het Mandarijn afgenomen, een taal die de meeste Tibetanen niet spreken.

Die marginalisering van Tibetanen is ook terug te zien op het gebied van eigendom en management. Deze eeuw is de omvang van de Tibetaanse economie verviervoudigd, becijfert ontwikkelingseconoom Andrew Fischer. De jaarlijkse groei van tien procent ging voor de helft naar het ambtenaren- en militaire apparaat, waar Chinezen de dienst uitmaken. En van die nieuwe geldstromen, die gericht zijn op stedelijke gebieden, komt weinig in Tibetaanse handen.

Natuurlijk eten Tibetanen door de vooruitgang jaarlijks beter, en hebben ook zij vaker mobieltjes, motoren en tv’s. Maar veel inkomsten verlaten Tibet weer; naar Chinese moederbedrijven of met terugkerende migranten.

De ontwikkeling van gezondheidszorg en onderwijs blijft achter. Het kost al moeite kinderen zes jaar naar school te laten gaan, in plaats van de negen jaar die elders in China gebruikelijk is. Voor de grote meerderheid van boeren en herders op het platteland, zal het volgens Fischer steeds moeilijker zijn in het nieuwe Tibet in haar levensonderhoud te voorzien. Hekken verschijnen op weidegronden, het Chinese nationale beleid is om nomaden te dwingen zich op een vaste plaats te vestigen.

Wat toerisme betreft was 2008 rustiger door aanhoudende rellen in de Tibetaanse gebieden rond de Olympische Spelen. Zelfs in 2009 legde de overheid nog veel beperkingen op aan Westerse toeristen. „Dat treft vooral de Tibetaanse sector”, zegt een reisbureau-eigenaar. „Chinese toeristen blijven komen, maar zijn meer uit op winkelen en kiezen voor Chinese restaurants, bars, hotels, chauffeurs en gidsen. Westerlingen hebben meer interesse voor de Tibetaanse cultuur.”

De touroperator geeft ook aan dat er sinds de rellen meer spanningen zijn tussen Tibetanen en Chinezen. „Je voelt meer weerstand onder Tibetanen, vanwege de onderdrukking.”

Dat dringt niet eens tot de meeste Chinese toeristen door, omdat zij maar kort in het land verblijven.

De jonge Yang loopt in hartje Lhasa: „Toen ik was afgestudeerd in logistiek, vond ik Peking zo saai.” Nu maakt hij een grote reis door Azië, te voet en met de bus. „Van vijandigheid van de kant van de Tibetanen merk ik niks. Ze zijn juist heel vriendelijk.”

Zakenman Yeshi spoort in zijn kantoor de Tibetaanse jeugd nog eens aan: „Ze dromen te veel.” Hij haalt auteur Claire Scobie aan die schrijft over het If-café, waar de jongemannen van Lhasa zich dronken drinken, al dromend van rijkdom of de terugkeer van de dalai lama. „Maar de Chinezen gaan nooit meer weg”, zegt Yeshi. „Dus je moet met ze zien om te gaan.”

Voor hun veiligheid zijn de namen van de Tibetanen gefingeerd.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden