China durft nu zelf de superheld te spelen

Kinderen spelen met hun telefoon onder reclames voor de patriottische superheldenfilm 'Wolf Warrior 2', de kaskraker van afgelopen zomer. Beeld AP

Ze zag het Chinese zelfvertrouwen groeien. De banden met de wereld werden sterker, maar tegelijk groeide het nationalisme. Tabitha Speelman, scheidend Trouw-correspondent, blikt terug.

In dé Chinese kaskraker van deze zomer redt slanke superheld Wu Jing vele hulpbehoevende Afrikanen. Hij verslaat tientallen piraten onder water, zonder tussendoor naar adem te happen. En als hij een potje strandvolleybal speelt, vallen de plaatselijke vrouwen in zwijm. De film is gemaakt volgens een klassieke Hollywoodformule, vol speciale effecten en culturele stereotypen. Het Chinese leger leverde tanks voor indrukwekkende vechtscènes. Het blijft onduidelijk in welk Afrikaans land het verhaal, dat draait om een gewelddadige coup, zich afspeelt.

Terwijl ik in de bioscoop mijn ogen dichtkneep om wat van het overdadige geweld te vermijden, bedacht ik dat het nog altijd uitzonderlijk is om een Chinese (of niet-witte) filmster in de rol van superheld te zien. Of om een film te kijken waarin iedere witte acteur een slechterik is. 'Wolf Warrior 2' blaakt van Chinees zelfvertrouwen. Los van het realisme van het plot: Chinese kijkers bleken klaar voor deze kijk op hun land.

Tijdens mijn eerste bezoek aan China, deze maand precies tien jaar geleden, was hoofdstad Peking in de ban van de Olympische Spelen die het jaar erop zouden plaatsvinden. Door de hele stad, waar ik op studie-uitwisseling was, hingen aftelborden die per seconde de tijd tot de openingsceremonie op 8 augustus 2008 bijhielden. In mijn appartementencomplex stond er ook een, op een pleintje vol felgekleurde metalen sporttoestellen - een soort speeltuinen voor volwassenen, ook goed voor de olympische sfeer. Schommelend telde ik mee. Ik ontcijferde met mijn beginnerschinees de propagandaleuzen op de omringende muren. 'Peking verwelkomt je'. 'Eén wereld, één droom'. Het leek een goede tijd om als buitenlander China te verkennen.

Vernedering

Zowel in mijn Chinese geschiedeniscolleges als in de lesboeken van Chinese vrienden ging het vaak over China's 'eeuw van vernedering'. De term verwijst naar de periode vanaf de 19de-eeuwse Opiumoorlogen tegen Groot-Brittannië, waarin China's keizerrijk afbrokkelde en het land het voortdurend aflegde tegen westerse grootmachten en Japan. Hoewel de eeuw officieel afliep met de oprichting van 'het nieuwe China' onder de communisten in 1949, waren de armoede, chaos en internationale isolatie van de Maoïstische periode niet per se een verbetering.

Het land uit het historisch slop trekken, een missie die wordt gepresenteerd als een 'renaissance', een terugkeer naar vroegere glorie zoals tijdens de veelgeprezen Tang-dynastie( 618 - 907 na Chr.), is een centrale doelstelling van de Communistische Partij. Het is een project dat nooit helemaal af is - de Partij is nooit klaar - maar sinds de jaren zeventig is er wel enorme vooruitgang geboekt. De Olympische Spelen van 2008 werden in China gezien als een 'coming out-feestje', waarop de wereld kon zien wat er was bereikt.

Voor de buitenlandse verslaggeving over China was het ook een belangrijk moment. In de aanloop naar de Spelen versoepelde de Chinese overheid de regels voor buitenlandse journalisten. Die kunnen sindsdien vrij door China reizen - met uitzondering van Tibet - en mogen iedereen interviewen. Daarvoor was voor de meeste interviews en reizen overheidstoestemming nodig.

Zowel Chinese als buitenlandse journalisten waren voorzichtig optimistisch. Ondanks restricties, gaven het internet en sociale media Chinese journalisten nieuwe mogelijkheden voor onderzoeksjournalistiek. En de verslaggeving over China in buitenlandse media werd langzaam maar zeker diverser, een welkome kans om de asymmetrie in kennis van elkaar te verkleinen. Nog altijd weet een afgestudeerde jonge Chinees gemiddeld een stuk meer over Europese geschiedenis en populaire cultuur dan andersom.

Voor Chinese burgers, misschien wel meer dan voor het starre leiderschap, was het de start van een periode waarin ze steeds meer leerden over waar China staat in de wereld. Het aantal buitenlandreizen explodeerde, terwijl ook in China's meest afgelegen gebieden internettoegang normaal werd.

Van deze ontwikkelingen had ik in 2007 niet zoveel door. Wel profiteerde ik van de open houding van de mensen die ik tegenkwam. Een 'Hollandse' directheid en brede fietspaden zorgden ervoor dat ik me in Peking meer thuis voelde dan in Michigan, de Amerikaanse staat waar ik het jaar daarvoor had doorgebracht. Toen mijn uitwisseling na drie maanden afliep, wist ik dat ik terug wilde komen. Drie jaar later lukte dat, eerst als beleidsmedewerker, later als journalist.

Toen ik eind 2014 begon als Trouw-correspondent wist ik inmiddels dat de grijze mist waar ik in 2007 zo blij doorheen had gefietst gevaarlijke smog was. Net als de meeste Chinezen had ik geen idee gehad - het concept bestond niet voor me - voordat de fijnstofmetingen van de Amerikaanse ambassade in Peking in 2011 werden opgepakt en via sociale media verspreid door een bekende Chinese blogger.

De ommezwaai in de overheidsaanpak van vervuiling die volgde is nog altijd een van de duidelijkste overwinningen van 'het internet' als motor voor maatschappelijke verandering in China. Inmiddels meet de Chinese overheid in honderden steden fijnstofniveaus en worden ambtenaren afgerekend op hun aanpak van de nog altijd zeer ernstige smog.

Maar de trend wees de andere kant op. Onder president Xi Jinping werd vaart gemaakt het internet onder controle te krijgen. Door geavanceerde censuurtechnologie lukt dat steeds beter. In een poging relevant te blijven, stelt de Partij zich opnieuw op als moralistische waakhond - tegen morele verloedering, maar ook tegen 'verwestersing' en 'de zogenaamde universele waarden'. Steeds vaker kreeg ik 'sorry, geen buitenlandse media' als antwoord op een interview-verzoek, terwijl het voor Chinese collega's steeds moeilijker wordt kritische stukken te publiceren. Velen verlaten de journalistiek voor internetbedrijven en pr-functies.

Dat betekent niet dat er minder te doen is voor correspondenten. In een tijd waarin traditionele media het moeilijk hebben, is het een voorrecht te werken in een land dat op de nieuwsagenda stijgt. De tweede economie van de wereld mag zich verheugen in een steeds bredere belangstelling, zoals ook het succes van een serie als de VPRO's 'Aan de oevers van de Yangtze' laat zien.

Waarom die belangstelling groter lijkt dan voor een belangrijk land als India weet ik niet. Maar het maakte mijn werk makkelijker. De verhalen die ik het liefst schreef, over plattelandsbibliotheken, religieuze oplevingen of de opmars van smartphones onder fruitverkopers, werden het best ontvangen.

En waar het qua politieke vrijheden achteruit gaat, wordt het leven in China's grote steden steeds makkelijker. "Geen noemenswaardig verschil in levensstandaard en -kosten voor een jonge professional", zeg ik tegen Chinese kennissen die zich afvragen hoe Peking zich verhoudt tot Amsterdam in dat opzicht.

Waarschijnlijk is het in Peking zelfs wat makkelijker, met het uitstekende openbare vervoer en de razendsnelle online bezorgdiensten. Als ik toevoeg dat het verschil tussen rijk en arm wel zichtbaar groter is in Peking, waar de Maserati's naast fietsriksja's rijden, wordt er geknikt. Nu klopt het weer. Het land is er al, maar ook nog lang niet.

Tweederangsburgers

Andere dingen bleven vrijwel hetzelfde tijdens de afgelopen tien jaar. Een van mijn laatste reportages voor deze krant ging over migrantenarbeiders in Peking. Aan hun status als tweederangsburgers in de stad, waar ze vaak geen recht hebben op sociale voorzieningen, is in die tijd niet veel verbeterd. Ook dit jaar werden informele scholen voor hun kinderen, op een waarvan ik in 2007 als vrijwilliger Engelse les gaf, met de grond gelijk gemaakt.

Toen in 2015 bekend werd dat Peking opnieuw de Olympische Spelen organiseert, nu de Winterspelen in 2022, bleef het enthousiasme van de eerste keer uit. Anders dan de meeste andere landen heeft China geld over voor een wintersportcircus. Maar de symbolische waarde die het internationale sportevenement kan hebben in het op de kaart zetten van een locatie, is in China niet meer nodig. Waar het in 2008 nog draaide om 'één droom' voor de wereld, hangen Pekings straten nu vol met president Xi Jinpings 'Chinese droom'. De president benadrukt graag dat die nationale droom goed is voor de hele wereld. De verplaatsing in nadruk is veelzeggend.

Ook acteur en regisseur van 'Wolf Warrior 2', Wu Jing, prijst de Chinese droom in een propagandafilmpje dat in Chinese bioscopen wordt gedraaid voorafgaand aan de film. Wu's film kun je zien als een product van tien jaar Chinese opmars, inclusief intensieve internationale uitbreiding. Sinds het jaar 2000 vertwintigvoudigde de waarde van de handel tussen Afrika en China. In dezelfde periode werd China een van de belangrijkste bijdragers aan VN-vredesmissies, vooral in Afrikaanse landen. Het aantal Chinese immigranten groeide er hard, net als in veel andere gebieden.

Nationalisme

De film speelt in op een groeiend nationalisme in China, dat soms verder lijkt te gaan dan een gezond zelfvertrouwen. Maar het Chinese publiek reageerde verre van eentonig. Recensenten noemden het ironisch dat de Chinese superheld zo lijkt op zijn Amerikaanse voorgangers. Kan China wel een 'andere' supermacht zijn dan Amerika, die zich niet bemoeit met de zaken van andere landen, zoals de film claimt? Of zijn zaken als militaire inmenging op den duur onvermijdelijk?

Chinese diplomaten en onderzoekers met Afrika-ervaring legden in de media uit hoe fout het simplistische beeld dat de film schetst van het continent is. Anderen wezen op interculturele momenten in de film, zoals de Chinees-Afrikaanse huwelijken onder een groep fabrieksarbeiders die worden afgebeeld.

Dat soort momenten, ook makkelijk vindbaar in de echte wereld, zijn voorbeelden van de talloze manieren waarop de wereld 'Chineser' wordt, zoals onderzoekers Frank Pieke en Garrie van Pinxteren stellen in hun boek 'Nederland door Chinese ogen'. Niet op een enge of uitzonderlijke manier, maar als een van vele belangrijke processen in de wereld vandaag.

'China' komt dichterbij - een krantenverhaal over de gevolgen van tientallen jaren eenkindpolitiek gaat niet alleen maar over een ver land maar ook over de realiteit van een Chinese medestudent. De snelle groei van Chinese investeringen in Europa vraagt om een strategie, iets waar Brussel eerder deze maand mee bezig bleek toen het de controle op buitenlandse investeringen verscherpte.

Ook mijn eigen wereld werd in de laatste tien jaar een stuk 'Chineser'. Daar maakt mijn fysieke locatie steeds minder voor uit. Het heeft meer te maken met wat ik zie. Waarop ik let op straat, op mijn telefoon of in de trein. Net als bij een film, of het selecteren van nieuws voor een buitenlandpagina in de krant - hoe je kijkt doet ertoe.

Tabitha Speelman schreef de afgelopen drie jaar voor Trouw over China.

Lees de laatste bijdragen van Tabitha Speelman aan Trouw
Chinese arbeiders verlaten Afrika alweer 
Peking werkt migrant resoluut de stad uit
De nieuwe zijderoute is de graadmeter van China's ambities

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden