China bloeit, de kunst ook

China is in! De economie groeit razendsnel en in haar kielzog bloeit het culturele leven. Het Amsterdam China Festival sluit er naadloos op aan. Door de vele ideeën én sponsors werd het een veel groter festival dan aanvankelijk gedacht.

'Ik heb nog nooit zo weinig moeite hoeven te doen om zoveel sponsorgeld binnen te halen“, zegt Martijn Sanders, directeur van het Concertgebouw en organisator van het Amsterdam China Festival dat zondag van start gaat. In het verleden organiseerde hij in het Concertgebouw al indrukwekkende muzikale festivals, maar qua budget is dit het grootste dat hij ooit onder handen heeft gehad. “Er bleek een gigantische interesse voor te bestaan“, vertelt Sanders. “Zes van de zeven bedrijven die ik benaderde, zegden meteen toe. Zo kreeg ik een groter marketingbudget dan we zelf nodig hadden, zodat ik andere kunstinstellingen gratis marketing kon aanbieden als ze zouden meedoen. Daardoor hebben we nu een breed festival met een heel divers aanbod.“

Volgens Sanders haalt de overkoepelende marketingcampagne veel uit de capaciteiten die in de stad aanwezig zijn. Al zit er ook een risico aan: “De instellingen die meedoen hebben natuurlijk de vrije hand in de programmering; je kunt ze niets opleggen. Maar ik vind dat iedereen die meedoet een interessante invulling aan het festival heeft gegeven.“

Martijn Sanders was begin deze maand nog in China als lid van een culturele delegatie onder leiding van staatssecretaris van cultuur Medy van der Laan. Er werd onder andere een cultureel uitwisselingsverdrag getekend. “Voor het Amsterdam China Festival was het belangrijk dat Van der Laan daar was“, zegt Sanders. “Ze heeft de Chinese regering persoonlijk bedankt voor de steun aan het festival. En ze heeft een Chinese ministeriële delegatie uitgenodigd voor het slotconcert van 17 oktober in het Concertgebouw, waar behalve de Nederlandse topvioliste Janine Jansen ook het Chinees Nationaal Symfonie Orkest speelt.“

Juist voor dit concert heeft hij nog veel moeten lobbyen. De tournee van het Chinese orkest dreigde afgelast te worden. Maar nadat Sanders in juni persoonlijk naar China was gereisd om uitleg te geven over het festival, besloot de Chinese overheid om het orkest alsnog op reis te sturen; en kwam bovendien met geld voor de reiskosten.

De relatie tussen overheid en de wereld van de kunst is in China heel anders, verklaart Sanders: “Het heeft ons veel tijd gekost om de juiste aanspreekpunten te vinden op het Chinese ministerie. Het was interessant om te zien hoe het daar toeging. Je kunt instanties niet direct benaderen, omdat die geen ja of nee kunnen zeggen op onze ideeën. De overheid beslist daarover. Zij snappen niet dat wij geen onderdeel van de overheid zijn. Pas toen we konden aantonen dat de autoriteiten ons direct en indirect steunden, verdween het onbegrip.“

Het bezoek van Medy van der Laan, de grote belangstelling voor China: het Amsterdam China Festival had niet op een beter moment kunnen komen. “Hebben we geluk gehad, of hebben we het voelen aankomen?“ Sanders stelt zichzelf de vraag. “Het zal een combinatie van beide zijn. Je hebt natuurlijk in mijn baan wel altijd je antennes uitstaan. Ik praat veel met mensen uit het bedrijfsleven, omdat het Concertgebouw voor een derde van de programmering afhankelijk is van sponsorgelden. Vanwege die contacten lees ik in kranten en tijdschriften ook over de bedrijven. Ik wil weten hoe het met mijn sponsors gaat.

Zo'n twee jaar geleden was ik te gast op een etentje met ondernemers en ging het de hele avond alleen maar over China. Over de kansen en de bedreigingen voor het Nederlandse bedrijfsleven van de florerende Chinese economie-het ging vooral over de kansen trouwens. Na die avond dacht ik: 'Hoe zit het eigenlijk met de Chinese cultuur? Wat weten we van Chinese muziek?' Het idee voor het China Festival is toen geboren.“

Sanders eerste contact met China dateert van tien jaar geleden, toen hij met een kleine handelsdelegatie meereisde. Die eerste kennismaking was fascinerend; hij fietste onder andere met de vrouw van de Nederlandse ambassadeur door Peking, wat in Chinese ogen een absoluut plebejische bezigheid is. Hij kwam in oude wijken en achterbuurten, de zogenoemde hutongs. “Als ik nu in China kom zijn die hutongs bijna allemaal afgebroken, iets waar wij met onze monumentenzorg van zouden gruwen. Chinezen hechten niet zo aan traditie. Nieuw is beter dan oud. Het verdwijnen van de hutongs is direct te zien, maar ook de authentieke Chinese volksmuziek verdwijnt in hoog tempo.“

“Voor het festival ben ik gaan zoeken naar mensen die me konden helpen. Ik kwam uit bij Frank Kouwenhoven en Antoinette Schimmelpenninck van Chime in Leiden, een stichting ter promotie van Chinese muziek. Ik dacht toen nog aan een klein festival - een lang weekend of zo. Maar Chime kwam met dertig ideeën, die ik zo interessant vond dat ik ze allemaal wilde uitvoeren. Op die manier is het een heel groot festival geworden.“

Op 3 en 4 oktober is er bovendien in Amsterdam een economisch congres, waar zo'n zestig topmensen uit het Chinese bedrijfsleven zullen komen. Het is een enorme operatie met een zelfde sponsorbudget als het festival zelf. “Bij mijn weten is het voor het eerst dat een kunstenfestival de aanleiding vormt voor een economisch congres; het is altijd andersom. De politiek hebben we van het festival weggehouden, bewust. Het is mooi als we elkaar beter leren begrijpen, maar het Concertgebouw is niet Amnesty International.“

De verschillende onderdelen van het culturele Amsterdam China Festival somt Martijn Sanders met enthousiasme op. Van een authentiek Chinees theehuis-ensemble- “amateurs van heel hoog niveau“, tot aan de beroemde Peking Opera uit Shanghai- “zangers met een ongelofelijke beheersing van stem en lichaam“. In Amsterdam zal alles uitgebreid van toelichting worden voorzien. “Wat betekenen de maskers, wat betekent de lichaamstaal. Alles wordt boventiteld. Radio en televisie zijn heel nadrukkelijk aanwezig: bijna alles wordt live uitgezonden.“

Volgens Sanders worden Chinese componisten in hun land als helden beschouwd. Zo ook iemand als Tan Dun, die al jaren in New York woont en onder andere een oscar kreeg voor de filmmuziek van Ang Lee's 'Crouching Tiger, Hidden Dragon'.

Tan Dun is op verzoek van Sanders de centrale componist van het festival geworden. “Eigenlijk had hij helemaal geen tijd, omdat hij bezig is met het schrijven van een nieuwe opera, maar na vier gesprekken raakte hij zo enthousiast dat er steeds meer bijkwam.“ Na de aanvankelijke euforie over Tan Dun is er op hem de laatste tijd ook de nodige kritiek. “Dat heeft voor een deel te maken met jaloezie“, zegt Sanders daarover. “Chinezen willen enorm communiceren. Moderne componisten bij ons zijn veel meer naar binnen gekeerd. In China moet je succes hebben en snel ook! Je ziet het ook in de beeldende kunst. Galeries willen snel zoveel mogelijk geld verdienen. Het is echt gigantisch, die drang om te willen scoren. Dat is absoluut taboe bij ons. Kunstenaars veranderen met het grootste gemak van stijl als blijkt dat iets niet aanslaat of loopt.“

Sanders heeft inmiddels ook de gesloten Chinese gemeenschap in Amsterdam kunnen interesseren. Er zijn contacten met winkeliers- en bedrijfsverenigingen, de Chinese lokale media werken mee en ook de Chinese restaurants haken in. “Als Chinezen zaken kunnen doen, dan worden ze wakker“, zegt Sanders. “Zo gaat het eigenlijk ook met de eigen waardering voor zo'n instituut als de Peking Opera. Je ziet het wel op televisie in China, er is zelfs een speciaal kanaal voor, maar tegelijkertijd proef ik dat ze er onvoldoende trots op zijn. Pas als het een exportproduct zou worden, als er dus geld mee te verdienen valt, dan zou het met die Chinese trots ineens heel anders gesteld zijn.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden