China beschermt zijn belangen nu zonder sputteren

Onderzoeker: Risiconemende staatsbedrijven helpen aarzelende overheid over interventie-angst heen

In maart stoomden Chinese oorlogsschepen op naar Jemen. De Chinese marine evacueerde 629 landgenoten en 279 andere buitenlanders die hun leven niet zeker waren nu gevechten, bomaanslagen en luchtaanvallen het land teisterden.

Die Chinesen in Jemen waren in dienst van staatsbedrijf Sinopec bijvoorbeeld, of van Sinochem, die er samen zo'n 20.000 vaten olie per dag oppompten. Of ze werkten voor de Chinese telecomgigant Huawei, of de Chinees-Jemenitische staalproducent Star. Allemaal bedrijven die doen wat de Chinese overheid sinds 2000 van ze vraagt: ga de grens over en investeer.

"Nee, ik denk niet dat de overheid in die dagen voorzag dat ze daarmee ook haar weerzin tegen buitenlandse interventie overboord moest zetten", zegt Mathieu Duchâtel vanuit Peking. Twee weken geleden verscheen zijn boek 'China's Strong Arm'. Daarin betoogt de Franse onderzoeker met een Deense collega dat het de risiconemende (staats-)bedrijven waren die de risicomijdende Chinese overheid over haar angst heen hielpen om (militair) in te grijpen als Chinese burgers of bezittingen in het geding zijn.

China ís inmiddels een grote buitenlandse investeerder. En er verblijven naar schatting zo'n 5 miljoen Chinesen buiten de landsgrenzen, van wie 2 miljoen in Afrika, zegt Duchâtel. "Chinese buitenlandse investeringen komen niet per se in de meest stabiele landen terecht. De Chinesen staken geld in kopermijnen in Afghanistan, in de olieindustrie in Libië. Bedrijven namen risico's en daaraan heeft de regering zich moeten aanpassen." Uit Libië evacueerde China 35.000 werknemers toen daar in 2011 protesten uitbraken tegen president Kadafi.

Aan die overgang naar een actiever buitenlandbeleid lag geen weldoordachte strategie ten grondslag, meent Duchâtel. Iedere keer dat China in het buitenland op vijandigheden stuitte, verzon het een oplossing. In Afghanistan en Pakistan vertrouwde het niet alleen op ministeries en officiële kanalen om de veiligheid van Chinese burgers te waarborgen; China stapte ook naar de Taliban. Toen er in 2011 dertien Chinese matrozen werden vermoord op de Mekong Rivier, liet China zijn eigen politiemensen patrouilleren op de rivier, ook in Birma, Laos en Thailand.

Die 'interessante beleidsomslag', zoals Duchâtel het noemt, is volgens hem het stadium van struikelen van incident naar incident wel voorbij. De Chinese overheid kondigde vorig jaar aan dat ze de oude zijderoute, de handelsweg van China naar Europa en het Midden-Oosten, nieuw leven wil inblazen. Wegen, havens en elekticiteitsnetwerken wil China aanleggen, wederom in niet de makkelijkste landen. "Vergelijk de zijderoutestrategie met de oproep om te investeren uit 2000 en je ziet het verschil. Nu probeert China wel van te voren in te schatten wat de risico's zijn in instabiel Centraal-Azië."

Pakistan heeft al toegezegd dat het een speciale militaire eenheid opzet om Chinese werknemers te beschermen, zegt hij. Is dat het nieuwe China, een wereldmacht die anderen het vuile werk laat opknappen? "Voor China is dat de meest gunstige optie, het meest kostenefficiënt. Ieder land zou als eerste bezien of dat mogelijk is."

Nu is die militaire eenheid in Pakistan een extreem voorbeeld, zegt Duchâtel. Het risico op terroristische aanslagen is er dan ook hoog. Maar in alle landen waar China belangen heeft, sporen Chinese ambassades lokale overheden aan zijn burgers te beschermen.

China heeft wel wat te verliezen. Door zich nergens mee te bemoeien, kon het zich profileren als vriend; een verademing voor menig Afrikaans regime met een post-koloniale allergie voor bemoeizuchtige Europeanen en Amerikanen. Al maakt de nieuwe koers de Chinesen niet direct tot Europeanen. "Behoedzaam zullen ze blijven."

Moeten we er blij mee zijn? "Je kunt zeggen dat nationalisme de drijvende kracht is achter dit hele proces. Dat voedt wellicht de angst voor militaire inzet als standaardgereedschap in de Chinese buitenlandpolitiek. Of je zegt dat China beweegt richting een meer humanitaire politiek; een overheid die haar burgers beschermt. Meer zoals wij het in het Westen doen en dus wellicht een stimulans voor meer internationale samenwerking. Ik neig naar dat laatste."

Jonas Parello-Plesner en Mathieu Duchâtel: China's Strong Arm, protecting citizens and assets abroad, Adelphi, 126 blz. euro 21,36

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden