Cheryl Barker is een stralend middelpunt in ’Makropulos’

De Nederlandse Opera, Rotterdams Philharmonisch Orkest, solisten olv Yannick Nézet-Séguin met ’De zaak Makropulos’ van Leos Janácek in een regie van Ivo van Hove op 18/5, Muziekhteater Amsterdam. Herhalingen op 21, 25, 28, 31/5 en 3, 7, 9, 12/6. Info: www.dno.nl

In de productie uit 2002 van ’De zaak Makropulos’ van Leos Janácek door De Nederlandse Opera (DNO), zou de Duitse sopraan Angela Denoke oorspronkelijk de hoofdrol van de eeuwig jonge, 337 jaar oude Emilia Marty voor haar rekening nemen. Omdat zij zich er toen nog niet klaar voor voelde, werd Denoke op een laat moment vervangen door Kristine Ciesinski. Terwijl bij DNO maandag de reprise van deze Ivo van Hove-regie in première ging, zong Denoke die avond in de Parijse Bastille een voorstelling van dezelfde opera.

Maar Amsterdam was maandag de beste plaats om Janáceks opera te horen. De hoofdrol werd gezongen door de Australische sopraan Cheryl Barker, de intense sopraan die al eerder ’Madama Butterfly’ bij DNO deed. Barker klonk maandag niet alleen stralend in het hoge register en krachtig in Janáceks laagte; ook haar ononderbroken aanwezigheid op de bühne leek haar fysiek weinig te doen. Tot aan de hemelvaart van haar personage Emilia Marty aan het einde bleef ze het middelpunt van alle handelingen, en cirkelden de andere personages en de zichtbaar verstrijkende tijd rond haar heen.

Yannick Nézet-Séguin, sinds dit seizoen chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO), had maandag met dat orkest zijn debuut bij DNO. En wat voor debuut. De rusteloze keten van monologen, dialogen en verhalen werden onder Nézet-Séguin spannende metamorfoses – van instrumentale kleur, van gemoedstoestanden en van heftige expressie.

Behalve in de ouverture en aan het eind van de eerste akte schreef de componist geen puur instrumentale muziek; ook aria’s ontbreken in ’Makropulos’. Waar het lijf van Emilia Marty steeds kouder werd, leek de orkestmuziek steeds warmer te worden en te ontdooien met haar karakter. Tot Nézet-Séguin en Barker in het slot-arioso uiteindelijk dramatisch samenvielen in een laatste golf.

Na zeven jaar was de ingetogen regie van Van Hove sterk overeind gebleven, als contrast bij de woelige muziek van Janácek en de ingewikkeld verknoopte plot: de kale ruimte als afspiegeling van de leegte van de eeuwige jeugd; de zichtbaar gemaakte tijd, met het bed en de digitale countdown die ruim anderhalf uur lang als planetenbanen over kale houten vloer cirkelden; de suggestie van een advocatenkantoor met stapels dossiers, van een operahuis met de bergen bloemen. Van Hoves toneelachtige personenregie gaf een mooie stuwing aan het libretto, naar een blijspel van Karel Capek.

Naast Barker viel de Amerikaanse tenor Raymond Very (DNO-debuut) op door zijn geloofwaardig neergezette onderdanige vertwijfeling. De stralende sopraan Marisca Mulder liet haar personage Kristina groeien, van schutterende bakvis naar volwassen vrouw. Van de ’oude’ cast zong Dale Duesing een zelfverzekerde Jaroslav Prus en was tenor Graham Clark overdonderend in zijn tragikomische rol van voormalig minnaar Hauk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden