CHERRY DUYNS

De VPRO zendt morgenavond Wegmans World uit, een documentaire van Cherry Duyns over William Wegman. Deze Amerikaanse kunstenaar werd beroemd met video's en fotoportretten van zijn Weimaraner jachthonden. Duyns is gefascineerd door de honden en de kunstenaar. “Tien jaar geleden zag ik de foto's voor het eerst in het Stedelijk Museum en ik was met stomheid geslagen, zo mooi. Helaas kan ik geen foto betalen, was ik maar directeur van de VPRO.”

In 1995 logeerde Cherry Duyns vier dagen bij Wegman en er ontstond een band tussen de twee. “Hij is een heel bijzonder iemand, hij heeft zijn eigen universum gemaakt. Zoals bij al mijn films, heb ik er eerst voor gezorgd dat er een verstandhouding tussen ons bestond.” Afgelopen zomer filmde hij negen dagen in het buitenverblijf van de kunstenaar, ergens verscholen in de bossen van de staat Maine. “Wegman heeft ook een huis in New York, waar hij 's winters woont, daar wilde ik beslist niet filmen. Je loopt dan het risico van die cliché's over Amerika te krijgen, zoals die eeuwige sky-line van New York.”

De kunstenaar Wegman werkte gewoon door terwijl Duyns filmde. “Ik heb inmiddels natuurlijk ervaring met behoedzaam werken. Onze aanwezigheid was daar als vanzelfsprekend. We konden ongestoord onze gang gaan. Wegman heeft alleen een filter van onze cameraman geleend.”

“Wegman wilde graag worden gefilmd. Alles wat we afgesproken hadden, was er. Zo ook het minder bekende werk van hem: zijn schilderijen. De grote doeken heeft hij speciaal uit New York laten overkomen. Immiddels heeft hij Wegmans World gezien en vond het fantastisch.”

William Wegman fotografeert zijn honden in allerlei poses en kleertjes, maar zielig wordt dat geen moment. “Je hebt altijd wel hele erge dierenbeschermers die klagen, maar hij weet precies wat zijn honden kunnen. Hij voelt gewoon de harteklop van de honden. Als hij opstaat, doen zij dat ook. Wegman is hun big Indian.”

Het resultaat van Duyns' en Wegmans inspanningen is 72 minuten film over de samenwerking tussen de kunstenaar en Batty, Crooky, Chundo en Chip, de grijze honden met amberkleurige ogen.

Documentaire-maker, schrijver en toneelspeler Cherry Duyns zit inmiddels al weer in de montagekamer te knippen en plakken aan zijn nieuwe product: een documentaire over de Frans-Canadese componist Claude Vivier. Geconcentreerd kijkt hij samen met editor Jan Langeveld naar het beeldscherm. Overal in de donkere ruimte liggen grote blikken film. Duyns werkt nog altijd met film in plaats van de goedkopere video. “Als u niets van film weet, zal dat wel niet zo goed voor het artikel zijn”, zegt hij vinnig. Een dik uur later lijkt Duyns bijgetrokken en komen zijn didactische kwaliteiten naar boven. “Dit is de geluidsband.” Een nauwkeurige uitleg volgt over het werken met het materiaal.

Net als het gebruik van film, is de tijd van de lange documentaire op televisie eigenlijk een beetje voorbij. Tegenwoordig moet het kort en snel gaan op de buis. De vraag is of er straks nog wel plek is voor televisie zoals Duyns die al meer dan twintig jaar maakt.

De maker zelf is niet erg bezorgd over zijn toekomst. “Als de televisie zich slecht ontwikkelt en ik alleen nog maar films van pakweg 45 minuten mag maken, dan kijk ik wel wat ik verder ga doen. Ik zie het niet somber in. Er is altijd wel een plekje voor mij over, het genre verdwijnt niet. De VPRO moet zich, naar mijn mening, wel sterk maken voor de documentaire. Het is namelijk een heel belangrijk genre. Een goede documentaire verschaft inzicht in de 'problemen des levens'. Brengt je naar plekken waar je anders niet zou komen. En dan bedoel ik niet per se verre landen ofzo. Maar ook zoiets als de oncologische afdeling van een ziekenhuis.”

“Of ik bij de VPRO wil blijven, hangt af van degene die er de baas is. Als dat een begeesterd persoon is, die de documentaire goed zal onderbrengen, blijf ik.” Jaren geleden dacht Duyns er anders over. Toen zei hij alleen bij die omroep te blijven omdat zijn maatje Roelof Kiers daar directeur televisie was. Kiers had dezelfde gevoelens met betrekking tot het informatieve genre als Duyns. Hij overleed onverwacht in 1994, maar Duyns bleef. “Het instituut VPRO was Roelof zo dierbaar en om dan weg te gaan... Dat heeft mij ertoe gebracht te blijven, anders had ik het gevoel gehad Roelof enorm in de steek te laten.”

“Zelf sta ik wat afstandelijker dan Roelof tegenover de VPRO. Wat niet wil zeggen dat het reilen en zeilen me helemaal niet raakt.” Duyns kwam in 1974 bij die omroep te werken, eerder maakte hij programma's voor de Avro en schreef hij voor de Haagse Post. “De VPRO heeft mij gevraagd en ik ging erop in omdat het de meest interessante omroep was. Er werkten heel boeiende mensen.”

“De gedachte dat het vroeger interessanter was, probeer ik te onderdrukken. Dat is van die oude-mannenpraat. 'Noorderlicht' en 'Veldpost' zijn heel interessante programma's. Ook Kees en Wim vindt ik buitengewoon geestig. Ik heb niks te klagen. Op de televisie dient zoiets als wat de VPRO vertegenwoordigt te blijven bestaan.” Aan het einde van het gesprek zal hij nog een keer op het onderwerp terugkomen. Wat hij over de VPRO heeft gezegd moet wel juist worden opgeschreven. “Als ik kritiek op de leiding heb, ga ik ze dat wel persoonlijk vertellen. Dat moet niet via een artikel.”

Eigenlijk heeft Cherry Duyns nog de meeste kritiek op zichzelf. Hoewel hij liefst negen prijzen mocht ontvangen. Acht voor zijn documentaires en één voor zijn schrijverswerk: de J. van den Bos Literatuurprijs, in 1994 uitgereikt voor 'Dante's Trompet'. “Al die prijzen zijn aardig, ik zou liegen als ik zeg dat het mij totaal niet interesseert, maar op een nominatie of prijs zit ik niet te wachten. Ach, in Nederland krijgt iedereen weleens een prijs. De leukste vond ik de J. van den Bos Literatuurprijs. Die was georganiseerd door een enthousiaste boekhandelaar uit Rotterdam. Samen met een aantal klanten had hij mijn boek gekozen. De prijs bestond uit honderd gulden en die kreeg ik ook echt.”

“Ik heb echt niet zo'n hoge pet van mijn werk op en dat is geen valse bescheidenheid. Zoiets moet ik eigenlijk niet zeggen, dat gaan anderen tegen me gebruiken om iets lulligs over mij te zeggen.”

Wordt er dan zoveel lulligs over hem gezegd? “Ik bedoel het in zijn algemeenheid. Ik heb het niet per se over mezelf.”

“Een kunstenaar ben ik niet. Zo denk ik nooit over mijzelf. Niet als ik schrijf of film of wat dan ook. Wat betreft mijn toneelwerk, ook acteur ben ik niet. Films maken, schrijven, toneel het zijn gewoon drie dingen die ik doe. Het klinkt flauw, maar het komt allemaal voort uit het verlangen verhalen te vertellen. Ik ben slechts een verhalenverteller. Bij het maken van documentaires komt veel samenwerking met anderen kijken. Wanneer ik daarvan af wil, ga ik gewoon schrijven.”

Iemand die zijn werk zo kan relativeren leeft in de zaligheid bij premiéres niet veel last van de zenuwen te hebben. Duyns over Wegmans World, die voor de eerste keer was te zien op het documentaire-festival eind december in Amsterdam: “De vertoning van de film daar vond ik niet eng. Ik was inmiddels met mijn hoofd alweer bij mijn nieuwe film over de componist Claude Vivier. Nu Wegmans World op televisie komt ben ik wel enigszins gespannen. Ik besef op dat moment dat in principe iedereen kan kijken. Een wonderlijke gedachte. Meestal zit ik dan zelf ook voor de televisie.”

“Ik houd alleen rekening met mezelf, niet met anderen. Je kunt toch alleen maar films maken over dingen die jezelf interessant vindt? Ik hoop natuurlijk van harte dat zoveel mogelijk mensen kijken. En ik ga er vanuit dat ik niet zo uitzonderlijk of bijzonder ben, er zullen dus wel een paar mensen zijn die iets in mijn werk zien. Iets alleen voor hoge kijkcijfers maken is niet mijn denkwereld.”

Netzomin als de wereld van filmmakers die mensen zomaar ongewild filmen. Wanneer Cherry Duyns mensen filmt doet hij dat van heel dichtbij, heel intiem. Maar hij gaat daarin nooit te ver. Bozig: “Ik ben niet een of andere plurk die overal zijn spijkerbroek tussen de deur steekt. Ik maak geen reality-tv. Dat is weerzinwekkend en walgelijk. Mensen die ik film wíllen dat. Het komt trouwens maar zelden voor dat iemand die ik benader weigert. Mensen weten dat ik serieus bezig ben, dat ik iets zinvols hoop te vertellen. Het scheelt natuurlijk dat ik al een flink aantal jaren meedraai.”

Wat niet wegneemt dat het ook bij hem wel eens misgaat. “Soms loopt het maken van een film niet zoals ik had gehoopt, er zijn problemen met de techniek of de gesprekken ontwikkelen zich anders. Een voorbeeld daarvan is Knellend Land, over mensen die gingen emigreren. Het lukte niet. Ik moet dan, zo zie ik het, een reparatie uitvoeren, er een mouw aan passen. Nu klinkt dat heel rampzalig, als een kapotgeschoten deken - ik bedoel te zeggen, dat een verhaal soms moeilijk te vertellen is. Andere films worden juist wat ik hoopte. Levensberichten werd zelfs meer dan ik had gehoopt. Wat mijn beste en wat de slechtste film is, daar houd ik mij eerlijk gezegd niet mee bezig. De kijkers moeten dat maar uitmaken.”

Het lijkt alsof Duyns dat uit een soort bescheidenheid niet wil of kan zeggen. Voor menig beginnend documentaire-maker is hij echter een idool, een leermeester. Soms willen ze tips van hem hebben. Maar die geeft hij alleen als het 'heel aardige mensen zijn'. Daar blijft het verder bij, want aan lesgeven moet hij niet denken. “Ik ben veel liever met mezelf bezig. Missie-drang heb ik niet. Daarom heb ik het eindredactionele werk losgelaten. Ik heb te veel in redacties gezeten, zoals voor de programma's Reiziger in muziek en Lopende Zaken. In andermans werk zitten wroeten. Het probleem is dat je met andere mensen samenwerkt en conflicten krijgt. Nou ben ik daar niet voor beducht, het is alleen zonde van mijn tijd.”

In de montagekamer hangt een affiche van Duyns' documentaire-reeks Toonmeesters, over hedendaagse componisten. “Ik speel een klein beetje trompet, maar had eigenlijk wel piano willen spelen, zoals Glenn Gould”, mijmert Duyns hardop, alsof hij niet al genoeg doet.

In de auto naar het station draait hij de cd van het orkestje van de Amerikaanse tekenaar Robert Crumb, The cheap suit serenades. “Leuke muziek hè? De film over hem, die een tijd geleden op tv was, dát was een briljante documentaire.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden