Review

Chauffeur van twee vehikels: één vleugel en één lelijke eend

Straatlawaai en autotoeters klinken aan het het begin van de suite uit 'De Wonderbaarlijke Mandarijn' van Béla Bartók vanaf de bühne; alsof de filmcamera aarzelt om het verhaal binnen te treden en nog even diep ademhaalt in de chaos van de stad. Al aan die eerste minuten rauwe en gehaaste orkestklanken die Bartók als hedendaagse Naturlaute de zaal in laat denderen, hoor je of een orkest geschikt is om het gewelddadige verhaal van het lokmeisje en de niet kapot te krijgen mandarijn te vertolken.

Vrijdag leken de strijkers in Bartóks nog altijd actuele werk met messen op hun instrument in te hakken, leken de koperblazers met schorre keel te schreeuwen en lokten klarinet en hobo de hoerenlopers binnen om ze vervolgens te beroven. Ik miste de klanken van het orgel (was dat instrument wel bemand?), maar dirigent Peter Eötvös liet het orkest aangenaam hysterisch klinken in deze uitvoering zonder reserve.

Eötvös' eigen en eerste pianoconcert 'CAP-KO' ('Concerto for Acoustic Piano, Keyboard and Orchestra'), dat vrijdag zijn Nederlandse première beleefde, was een ode aan de dit jaar 125 jaar geleden geboren Bartók. De overeenkomst tussen de twee stukken lag misschien wel in het mechanische, het straatachtige van beide werken.

Welbeschouwd was pianist Pierre-Laurent Aimard chauffeur van twee vehikels: één grote vleugel en één lelijk eendje dat zijn geluid elektronisch voortbracht. Elke toets die de wonderbaarlijke Aimard op het laatste instrument aansloeg, werd verdubbeld met een andere. En bartokiaans beantwoord door het slagwerk. Indrukwekkend hightech, al bleef 'CAP-KO' wel een beetje hangen in een etalage van snufjes en technieken.

Hoog boven straatniveau verheven waren György Ligeti met 'Lontano' (een trage orkestrale stofwolk die uit één verstopte, langgerekte gregoriaanse melodie bestaat) en Peter-Jan Wagemans met zijn nieuwe 'Gravity Music'. Ook Wagemans houdt ervan om te citeren en verwijzen. En om tegenpolen brutaal te combineren. Verblindend koper en ratelend slagwerk in eeuwige loops naast strijkerssluiers die aan Indiase raga's deden denken.

Zoals wel vaker bij Wagemans liep er een geluidsband mee, dit keer met de klanken van hetzelfde Concertgebouworkest. Zo verwees de 'gravity' uit de titel naar de aantrekkingskracht van de ene toon waarmee het werk begon, en die van het denkbeeldige orkest aan de andere kant van de spiegel. Loskomen en vliegen, om aan het eind van de rit weer zacht te landen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden