Chatten met de huisarts

Er is een alternatief voor de overvolle wachtkamer en het drukbezette telefonische spreekuur. Steeds meer huisartsen hebben een eigen website en een emailadres. Ook handig voor verlegen patiënten, die eindelijk hun vraag durven stellen.

Bezorgd over die gekke wrat? In de Verenigde Staten is het al jaren mogelijk om in zo'n geval een foto van de wrat te scannen en naar de huisarts te mailen voor een diagnose. Zonder scrupules vragen Amerikaanse internetdokters voor hun antwoorden bedragen oplopend tot enkele honderden dollars. Ze stellen diagnoses variërend van een onschuldig moedervlekje tot ernstige psychiatrische of neurologische aandoeningen, zonder de patiënt ook maar te hebben gezien. En ze willen ook nog wel een receptje uitschrijven.

Zover is het in Nederland nog niet. Er wagen zich wel steeds meer artsen op het net, maar aanmerkelijk bedeesder en niet zo commercieel als hun Amerikaanse vakbroeders. Inmiddels hebben ruim zestig Nederlandse huisartsen en een enkele specialist een eigen homepage. De meesten beperken zich tot kabelkrant-achtige informatie over de openingsuren van de praktijk en de arts van dienst komend weekend. Bij een aantal internetdokters zijn folders met informatie over ziekten en medische onderzoeken te downloaden, via email herhalingsrecepten te regelen en vragen te stellen. Eén huisarts gaat binnenkort zelfs wekelijks een half uurtje chatten met haar patiënten.

Voor huisarts P. van Beek in Oldenzaal is de homepage een hobby: ,,Ik wilde een homepage maken, maar geen rotzooi op het net zetten. Ik vond mijn praktijk en mijn medische kennis een geschikt onderwerp. Als ik veel van rugby had geweten had ik daar een site over gemaakt.'' Wie eigenlijk al lang iets had willen vragen aan de eigen arts maar geen gelegenheid heeft, kan bij dokter Van Beek terecht. Zijn eigen patiënten mailen hem, maar ook anderen, tot in Japan en Australië toe. De antwoorden die hij terugstuurt zijn algemeen. ,,Om iets te kunnen zeggen over een patiënt wil ik hem toch echt voor me zien. Daarom heb ik ook geen telefonisch spreekuur.''

Dr. M. van Schie uit Leiden is de dokter van de chatline. ,,En dat allemaal dankzij mijn neefje van dertien.'' Volgens Van Schie is internet te vergelijken met een medische encyclopedie, maar dan wel een gigantische. Nogal wat patiënten in haar praktijk, in de buurt van het academisch ziekenhuis en de universiteit, halen eerst informatie van het net en komen daarmee naar het spreekuur. ,,Sommigen gooien de dag voor het bezoek een pak computeruitdraaien in mijn brievenbus, zodat ik me alvast kan voorbereiden.''

Een van de weinige specialisten op het net is kinderarts W. van IJperen, werkzaam in het Vlietland Ziekenhuis in Schiedam. ,,Mijn ervaring is dat mensen na een doktersbezoek vaak met vragen blijven zitten. Via internet zijn vragen naar feitelijke informatie makkelijk te beantwoorden. En hoe beter mensen geïnformeerd zijn, hoe beter de uiteindelijke behandeling.''

Om die reden is ook de Stichting Bureau Medische Antwoord Service (BMAS) opgezet. Antwoord op een eenvoudige, algemene vraag kost 28,50 gulden en een antwoord op een specifiekere vraag, toegespitst op de persoonlijke situatie komt op 57,50 gulden. Het antwoord kan een paar dagen op zich laten wachten maar dan is het ook geschreven door een medisch specialist op het betreffende gebied, gecontroleerd op juistheid en ontdaan van onbegrijpelijk medisch jargon. Wie een dringende vraag stuurt, krijgt binnen twee uur advies. De service krijgt enkele tientallen emailvragen per maand, meer dan de andere Nederlandse netdokters.

Dringende vragen vormen de uitzondering. Met een acuut medisch probleem gaan mensen eerder rechtstreeks naar de eigen arts. Kinderarts Van IJperen krijgt vragen als: welke babyvoeding is het beste? Welke schoenen moet ik voor mijn kind kopen? De tenen van mijn kind staan krom, trekt dat vanzelf weer bij? En een groot aantal emails gaat over drukke kinderen en over ADHD, een ziektebeeld dat veel in de media aan de orde is geweest.

Veruit de meeste vragen in de mailbox van de andere artsen gaan over sex en voortplanting in de ruimste zin. Dokter, ik heb een vlekje op mijn penis, wat kan dat zijn? Het is een stuk makkelijker zoiets via de elektronische post aan een arts voor te leggen dan oog in oog in de spreekkamer. Verder zijn er veel vragen van psychologische aard. Prof. Hennemann, internist en endocrinoloog aan de Erasmus Universteit en voorzitter van het college van specialisten van BMAS: ,,Tussen de regels door zijn vaak angsten te lezen, die voortkomen uit een gebrek aan kennis bij de patiënt. De uitleg van de eigen arts was onvoldoende, of de patiënt heeft in alle emotionaliteit na het horen van de diagnose het een en ander gemist.'' Dat kan de beste gebeuren: uit onderzoek blijkt dat mensen zich na een bezoek aan de spreekkamer gemiddeld nog dertig procent van de gegeven informatie herinneren.

De antwoorden van de Nederlandse internetdoktoren blijven algemeen: de meeste hebben veel weg van de bekende patiëntenfolders. De artsen wagen zich bewust niet aan het stellen van een 'cyberdiagnose', tenzij de situatie uitzonderlijk duidelijk is en niet ernstig. Doorgaans sturen ze de patiënt terug naar de eigen huisarts of specialist. De specialisten van het BMAS wagen zich soms een een zogenaamde 'differentiaal diagnose', een bespreking van de ziekten die het meest waarschijnlijk zijn. Maar ook zij houden de nodige slagen om de arm. In elk antwoord staan frasen als: 'voor zover ik het met de informatie die u stuurde kan beoordelen'.

Kinderarts Van IJperen: ,,Het adagium in de geneeskunde luidt: de arts moet het verhaal van de mensen combineren met lichamelijk onderzoek. Een internetdokter kan dus moeilijk een diagnose stellen of een therapie voorschrijven.''

Van Beek: ,,Bij zo'n email ben je zelden goed op de hoogte van de voorgeschiedenis, de familie- en sociale omstandigheden van de betrokkene. Ook kun je de gezichtsuitdrukking en het gedrag van de patiënt niet meenemen in de overwegingen. En de vertrouwelijkheid met de dokter, die veel mensen wel kennen bij hun huisarts, ontbreekt op het net volledig.''

Gunther Eysenbach, een Duitse specialist op het gebied van geneeskunde en internet, deed onderzoek naar de inhoud van de vragen die een aantal internet-artsen per email kreeg. Aan veertig procent van de vragen hoefde geen dokter te pas te komen; een medewerker van de medische bibliotheek kon het antwoord zo uit een studieboek halen. Dertig procent kon de arts zelf via email beantwoorden. Voor de resterende dertig procent moest de dokter de patiënt in levenden lijve zien.

Dr. J.W. van der Slikke is gynaecoloog in de Heel Zaans Medisch Centrum. Voor zijn specialistenvereniging zette hij een website op (NVOG-net) en is hij voorzitter van de internet-werkgroep. Hij kan zich bij de cijfers van Eysenbach wel iets voorstellen, zeker in de huisartsenpraktijk. ,,Hoe vaak heb je niet een vraag waarvan je denkt: moet ik mijn huisarts daar nou voor lastig vallen? En hoe moeilijk is het niet om erdoor te komen bij een telefonisch spreekuur? Dan is email ideaal. Die kun je sturen wanneer het uitkomt en die kan de huisarts beantwoorden wanneer het uitkomt.'' Zo worden het spreekuur en de arts ontlast, en is er meer service voor de patiënt.

De patiënt wordt door alle informatie die op internet beschikbaar is steeds mondiger. Binnen de spreekkamer brengt dit langzaam een kleine revolutie op gang: artsen moeten zich aanpassen, en dat is voor de één makkelijker dan voor de ander. Van der Slikke haalt als voorbeeld de ervaringen van publiciste Karin Spaink aan. ,,Toen bij haar MS (multiple sclerose) werd vastgesteld, is ze meteen op internet naar informatie gaan zoeken. Ze was al snel op de hoogte van de laatste wetenschappelijke ontwikkelingen. Haar huisarts weigerde nog verder met haar te communiceren, maar de neuroloog werd haar beste vriend. Spaink hield hem op de hoogte van de ontwikkelingen. Het is voor iedere arts moeilijk die bij te benen. Op zijn beurt kon de neuroloog de publicaties voor haar beoordelen op kwaliteit en op toepasbaarheid in haar situatie. Zo wordt de arts-patiëntrelatie gelijkwaardiger.''

Linda Riemens kampt sinds anderhalf jaar met rugklachten. Zij zocht uitgebreid naar informatie op internet : ,,Wat kan een arts je nou in die circa tien minuten op het spreekuur uitleggen als je geen medische achtergrond hebt?'' Zij heeft met haar arts soortgelijke ervaringen als Karin Spaink. ,,Ik heb op internet informatie gevonden over oorzaken, operatietechnieken, mogelijke gevolgen van wel of niet medisch ingrijpen, andere behandelingsmogelijkheden en wetenschappelijke literatuur. Mijn arts reageerde er nogal geïrriteerd op. Niet dat de informatie niet juist was, maar hij vond het blijkbaar vervelend dat een patiënt beter op de hoogte was van de modernste techniek dan hijzelf.''

Huisarts Van Schie voelt zich niet bedreigd door de beter geïnformeerde patiënten, maar is juist enthousiast: ,,Er is niets verloren, maar juist alles gewonnen. De band tussen huisarts en patiënt moet het kunnen hebben.'' Bij prof. Hennemann komt ook wel eens een patiënt met een stapel afdrukken van internet binnen, soms met een aardig goed idee over wat voor ziekte hij zou kunnen hebben. ,,Voor jezelf voelt dat wel even raar, het is niet bepaald een motie van vertrouwen. Maar daar moet je je als medische professional overheen zetten. De zorg voor de patiënt gaat voor alles, dus ga ik er dan, met wederzijds respect, op in.''

Linda Riemens : ,,Al is het maar mogelijk om korte vragen te stellen via email. Voor een antwoord op die paar vragen die ik overhoud na een bezoek aan de specialist ga ik geen nieuwe afspraak maken: de wachtlijst is zes weken.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden