Chatten / Een kassarol met woorden

Miljoenen mensen bevolken dagelijks vele duizenden chatboxen op internet. Ze 'spreken' er een virtueel dialect dat de aandacht trekt van wetenschappers. Voor het eerst ontwikkelt zich een tussenvorm van gesproken en geschreven taal.

iemand koffie?

*steekt vinger op*

brb...ff zetten

*pruttelt*

*grin*

*schenkt*

suiker en melk?

euhm...2 klontjes

*plons* *plons*

*slurp*

Dat chatten ergens over moet gáán, dat heeft niemand ooit beweerd. Het is kennelijk ook geen eis die de gebruikers stellen aan elkaar of aan het medium dat hun virtuele contacten mogelijk maakt. Voor een inhoudelijk gesprek zoeken twee chatters elkaar wel apart op. De chatbox zelf is een vrijplaats voor malligheid en meligheid.

Het is een samenkomst van mensen die elkaar veelal nooit in het echt hebben gezien. Er heersen ongeschreven normen en waarden (tenminste, dat is de bedoeling) over de omgang, én er is een taal ontstaan die onderling wordt begrepen maar voor buitenstaanders oogt als een mix van uitgekleed Nederlands en Engels.

Chatten is in 1988 uitgevonden door een informaticus aan de Universiteit van Oulu in Finland. Sindsdien heeft het verschijnsel zich razendsnel over de wereld verspreid. Zo'n 13 procent van de Nederlandse internetgebruikers chat met regelmaat. Talloze internetsites bieden bezoekers als service een 'ruimte' (een box of een room) aan waar ze met elkaar kunnen praten. Daarnaast zijn er sites die zich helemaal op het chatten richten en een hele verzameling boxen exploiteren. Er zijn chatrooms voor zwangere vrouwen, voor motorliefhebbers, voor doven, voor 65-plussers, en uiteraard voor mensen die erotiek zoeken. Populaire chatrooms zijn commercieel interessant, omdat bezoekers er blijven terugkeren en er langere tijd blijven hangen.

De 'ruimte' waar de conversaties zich afspelen, kan voor een argeloze nieuwkomer bijzonder verwarrend ogen. De personen die zich voor de chatroom hebben aangemeld, vaak tientallen tegelijk, praten allemaal door elkaar heen. Tussen de vraag van de ene chatter en het antwoord van de andere staan veelal flarden uit gesprekken van andere deelnemers. Het systeem verwerkt de ingetikte boodschappen namelijk in volgorde van binnenkomst en toont ze onder elkaar op een scroll, een scherm dat als een geluidloze kassarol voorbijdraait. De meest verse zin verschijnt bovenaan in beeld en wordt geleidelijk door nieuwere berichten naar beneden gedrukt.

Het duurt even voor een nieuwe bezoeker er enige lijn in ontdekt. Dat is niet zo raar: uit Amerikaans onderzoek blijkt dat 47 procent van het 'getikte' niet of nauwelijks te maken heeft met het voorafgaande. Mensen weten van elkaar niet wat ze aan het tikken zijn, dus verschijnt er soms een heel stel berichten in beeld die allemaal een ingang bieden voor een nieuwe conversatie. Er worden voortdurend zijpaden ingeslagen. Een vijfde van de ingetikte zinnen, zo blijkt uit onderzoek, blijft in het geheel onbeantwoord.

Nieuwkomers moeten dus wennen. ,,Je weg zoeken in de chatwereld heeft veel weg van een andere taal leren, wegwijs raken in een nieuwe stad of blindemannetje spelen'', zei een Amerikaanse onderzoeker, ,,maar toch is het net wat anders''. Het is vooral anders omdat de computer eisen oplegt aan de conversaties. De computer maakt het onmogelijk dat je elkaar halverwege een zin onderbreekt, zoals in het 'echte' leven. Je tikt een zin in een apart schermpje, drukt op 'enter' en ziet die zin vervolgens bovenaan op de scroll verschijnen. Zo gaat dat niet in een normaal gesprek. Daar vallen mensen elkaar voortdurend in de rede, en kondigen dat ook áán door non-verbale signalen.

In een chatroom is er onder andere sprake van wat de Deense onderzoeker Mads Orbesen Troest van de Universiteit van Aalborg 'virtuele interrupties' noemt; terwijl je een zin aan het tikken bent, kun je op het scherm zien dat die niet meer relevant is geworden door wat een ander inmiddels heeft gezegd. Dan kun je hem net zo goed weer uitwissen. Vervelend, maar opnieuw opgelegd door het medium: anderen kunnen niet zien wat je aan het tikken bent, en jij ziet de woorden van anderen niet aankomen. Degene die de 'interruptie' heeft gepleegd, zal zich er nooit van bewust worden. Ook dat is dus anders dan in het echte leven, waarbij het voor iedereen duidelijk is wanneer iemand een ander wil onderbreken.

In een drukke chatbox, zegt taalkundige Susan Herring van de Universiteit van Texas, doet het effect van de overlappende en incomplete zinnen denken aan een cocktailparty waarbij elk gesprek op even luide toon wordt gevoerd en gericht is tegen elke aanwezige. Het gaat er dus om, zegt Troest, dat je in staat bent bliksemsnel de voor jou relevante passages uit de woordenbrij kunt filteren. Dat vereist een grote alertheid. Wie te lang wacht, verliest zijn beurt en doet niet meer mee met het gesprek. Een te late reactie maakt het voor je gesprekspartner moeilijk een conversatie te blijven volgen, omdat de gesprekken van anderen óók doorgaan en zich opstapelen tussen vragen en antwoorden die bij elkaar horen. Bovendien maakt het een sullige indruk wanneer je er langer dan een paar seconden over doet om antwoord te geven. Het kan je op schampere reacties komen te staan van de andere aanwezigen. En zelfs in een virtuele wereld is het vervelend je gezicht te verliezen.

De oplossing zit hem in het bondig formuleren. Niemand heeft tijd om zinnen langer dan twee regels te lezen: de scroll rolt door. Inkorten dus, en wel fors. Chatten, zegt de Israelische communicatiewetenschapper Haya Bechar-Israeli, is enerzijds een vorm van linguïstische virtuositeit, en anderzijds een totale minachting voor taalregels. Volgens de Franse taalkundige Hillary Bays brengen chatters communicatie terug tot een minimale vorm. Om te beginnen: woorden die voor het begrip niet essentieel zijn, worden geschrapt. Voor hoofdletters is dikwijls geen plaats, leestekens sneuvelen eveneens: 'dat is' wordt 'das', 'het is' wordt 'tis'. 'Hoe is het ermee' wordt 'hoest', en 'Ik ben even naar het toilet, maar ik ben zo terug' wordt 'ff plassen brb'. Dat 'ff' staat voor 'even', 'brb' voor 'be right back'. Zo zijn er meer afkortingen: CU (see you), LOL (Laughing Out Loud) en ROFL (Roll On Floor Laughing), bijvoorbeeld.

Verder is er het gebruik van emoticons om het gemis aan non-verbale signalen goed te maken. Een :) achter een zin maakt duidelijk dat die met een kwinkslag is bedoeld, een :( geeft teleurstelling of boosheid aan. Ook de taal die bij het SMS'en wordt gebruikt is vergeven van zulke codes, die in tegenstelling tot in het echte leven vaak een uiting op zichzelf zijn. In een 'live' gesprek dient non-verbale communicatie doorgaans als parallelle ondersteuning van het gesproken woord, terwijl ze op het computer- of GSM-scherm een op zichzelf staande 'beurt' in een conversatie kunnen zijn. Bovendien zijn het steeds tekens die opzettelijk worden aangebracht, terwijl non-verbale signalen in het echte leven dikwijls onbewust worden afgegeven. Voor chatters zijn zulke 'ortografische strategieën' (zoals ook het tikken in hoofdletters wanneer je iets wil roepen) noodzaak, omdat hun boodschappen anders verkeerd kunnen overkomen.

Er is tenminste één aspect van chat-taal dat voor het computerscherm lijkt uitgevonden en geen enkel equivalent heeft in het dagelijkse discours, en dat is het gebruik van asteriksen om gedachten en handelingen aan te geven. Op de scroll verschijnen zinnen als *denkt dat Henk ladderzat is*, *droomt van vakantie* of *weet wel beter*. In het echte leven zég je dat je vermoedt dat Henk ladderzat is, of je zwijgt erover en de ander komt het dus nooit te weten. Op het scherm kun je je gedachten uitspreken. Het doet Mads Orbesen Troest denken aan het gebruik van tekstballonnen in stripverhalen. ,,Chatten is misschien wel een weergave van een weergave van spreektaal'', zegt hij. Wat hem betreft is chat-taal een autonome vorm van taal, samen met gebarentaal de enige die geen gesproken versie kent.

Of het goed is dat bijvoorbeeld de jeugd verkeert tussen mensen die voortdurend grammaticaregels aan de laars lappen, wordt betwist. Wel denken onderzoekers dat hun schrijfvaardigheid erop vooruitgaat; traditioneel krijgen ze immers geen onmiddellijke feedback op wat ze schrijven. In een chatbox ben je gedwongen om geconcentreerd met je eigen en met andermans taalgebruik bezig te zijn. Er wordt zelfs gesuggereerd dat chatten goed is voor de ontwikkeling van het snel en kritisch denken en de luister- en spreekvaardigheden in het algemeen. Weinigen geloven dat het computerdialect straks de officiële reguliere schrijftaal binnensijpelt.

Onderzoekers die beroepshalve tijd doorbrengen in een chatroom, verbazen zich erover dat de deelnemers er kennelijk behoefte aan hebben de sfeer van een fysieke ruimte te creëren. De enige manier waarop ze dat kunnen doen, is door verwijzingen in het geschrevene. En zo zijn er mensen die even een raampje openzetten, die klagen over het lawaai of die een opdringerige chatter de deur wijzen. En wordt er koffie gezet, koekjes uitgedeeld en muziek gedraaid. De vergelijking met de cocktailparty lijkt inderdaad op te gaan. En net als in het echt vormen zich subgroepjes van deelnemers die elkaar al beter kennen en wordt er geroddeld, gevloekt en geflirt. ,,Reacties kunnen veel extremer zijn dan in de werkelijkheid'', zegt Hillary Bays, ,,maar veelal wordt dat ook niet erg gevonden. Het is een overdrijving van de echte wereld''.

In de echte wereld heeft iedereen een naam, en zo ook in een chatroom. Er is daar echter geen dwingende reden je echte naam te gebruiken; vandaar het gebruik van nicknames, schuilnamen die vanzelf verschijnen bij elke uiting die je doet. En dat is handig, want anders wist niemand meer wie er aan het woord is. Mensen kunnen enorm hechten aan hun nick, bleek uit onderzoek van Bechar-Israeli. Zijn collega-onderzoeker Brenda Danet, ook van de Universiteit van Jeruzalem, vergelijkt de chat-schuilnaam met een masker. Dat wordt niet alleen gebruikt om iets te verbergen (je identiteit in dit geval) maar ook om op te vallen. Een virtueel mime-spel, noemt Danet het. ,,In het echte leven zijn het de maskers en kostuums die carnavalsvierders een gevoel van vrijheid geven. Hier zijn dat het computerscherm, de tekst en de nicks.''

Fragmenten chatboxen:

Kissie: Rick ben je oud???

Ingrid: daar...waar het niet regent...

Luciano: eindje fietsen, ingrid...

Babs: mmmmm....Ronald kom hier...

Sharon: hier ook niet ins :)

Luciano: hier schijnt de zon ook

Babs: wat is er dan Luciano?

Ingrid: ik peebee niet...

Sharon: goed gedaan hoor...

Sharon: soms

Ingrid: over die regen...mag ik daar ook even over zeuren Ins? :)

Niels: zijn er ook leuke vrouwen aanwezig uit de omg Ehv?

Luciano: Zuid-Limburg, omgeving Heerlen, zegt dat iets?

Ronald: *neemt heerlijke zoen van Babs graag in ontvangst*

Ins: jij mag zeuren

Kissie: ja daar woon ik in de buurt

Niels: kissie

Ins: dat doe je toch heel weinig verder

Kissie: Niels

Luciano: en jij Babs?

Darkboy19: hoi alles goed?

Babs: :)

Ronald: we moeten daar echt wel eens werk van maken he?

Edgar27: ja hoor

Mars25: nog een leuke meid, reageer pb

Ingrid: lekker op het balkon zitten terwijl het keihard regent...

Niels: daar woon ik kissie

Edgar27: is het hier gezellie?

(Focus-In Chat Darkroom, 's middags 16 uur)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden