Charmeur van het Kremlin

(Trouw)Beeld AFP

Als het echt gevaarlijk werd in de Koude Oorlog, dan kwam hij in Washington praten over een oplossing. Altijd via de achterdeur.

Of hij echt de wereld heeft gered van een kernoorlog is de vraag. Maar dat hij dichtbij het vuur zat dat dreigde op te vlammen tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie begin jaren zestig, is een feit.

Het waren zenuwslopende dagen toen Anatoli Dobrynin zich in 1962 aan het inwerken was als ambassadeur van de Sovjet-Unie in Washington. Op allerlei fronten stonden de Amerikanen en de Sovjets elkaar dreigend aan te staren, met hun kernwapens paraat. Europa dreigde opnieuw een slagveld te worden. West-Berlijn was omsingeld door de communisten, die een muur dwars door de stad hadden gebouwd. In oktober ontdekten Amerikaanse spionagevliegtuigen dat Sovjetschepen vol kernraketten opstoomden naar Cuba, vlakbij de VS zelf. Wilde het Kremlin de aandacht afleiden van Berlijn? was de vraag in Washington. President John F. Kennedy stelde een ultimatum aan Sovjetleider Nikita S. Chroesjtsjov om de schepen terug te halen. Want anders...

Wat dat ’anders’ zou zijn geweest, werd niet hardop gezegd. Maar binnenskamers heeft Kennedy het wel uitgesproken. „Als de Sovjets iets ondernemen in Berlijn dan heb ik geen andere keus dan kernwapens afvuren, en dat is een helse keuze”, zei hij tegen zijn hoogste generaals.

Amerikaanse schepen legden een blokkade bij Cuba en de hele wereld, inclusief de Amerikanen en de Sovjets zelf, vreesde het moment dat beide vloten op elkaar zouden stuiten.

Terwijl Kennedy en Chroesjtsjov elkaar publiekelijk uitdaagden, ging de nieuwe Sovjetambassadeur Anatoli Dobrynin in het geheim praten met Robert Kennedy, de jongste broer en vertrouweling van de president. Mogelijk heeft Dobrynin gesuggereerd dat er een ruil mogelijk was: laat de Amerikanen hun verouderde raketten weghalen uit Turkije, dan zal Chroesjtsjov geen raketten neerzetten op Cuba.

Of dat echt Dobrynins vondst was, of dat de VS die ruil zelf al bedacht hadden, is niet zeker. Hoe dan ook, de Veiligheidsraad van de VN roemde hem vorige week vanwege zijn „belangrijke rol in de redding van de wereld van een nucleaire ramp”.

Een kwart eeuw lang zou Dobrynin persoonlijke banden smeden met vertrouwelingen van zes Amerikaanse presidenten, van Kennedy tot en met Reagan. Hij diende ook zes Sovjetleiders, van Chroesjtsjov tot Gorbatsjov. De Amerikanen vielen meteen voor hem. Anders dan Chroesjtsjov, die een karikatuur leek van de onbehouwen Rus, was Dobrynin hoffelijk en beminnelijk.

Het weekblad Time constateerde bij zijn aankomst dat hij ’veel ontspannener’ was dat zijn voorgangers, dat hij goed Engels sprak en dat zijn vrouw Irina zich kleedde als een Amerikaanse.

Toch zou Dobrynin in het openbaar altijd de geharnaste taal van het Kremlin spreken. In zijn ontmoetingen via de achterdeur was hij mild en bereid om zijn bazen tot compromissen te verleiden, als de tegenpartij dat ook deed. Als de spanning op het hoogst was, dan leek hij te gedijen.

Dat hij diplomaat werd, was voor hemzelf een grote verrassing geweest. Hij had een technische loopbaan voor ogen gehad. Zijn vader was loodgieter en slotenmaker. Zijn moeder had nauwelijks opleiding en werkte als ouvreuse in het Moskouse Maly Theater. Ze hielp Anatoli aan vrijkaartjes en zo leerde hij het beschaafde culturele leven van de stad kennen. Hij studeerde vliegtuigbouwkunde en kreeg een baan bij vliegtuigbouwer Jakovlev, die helemaal werkte voor de oorlogvoering.

Daar bleef hij niet lang. Hij werd in 1944 ontboden op het kantoor van het Centraal Comité van de communistische partij en kreeg te horen: „De opvatting bestaat dat u dient te studeren aan de Hogere Diplomatieke School.” Wie die opvatting had, bleef onduidelijk. Dobrynin wist dat deze formulering geen uitweg bood. „Je wist niet bij wie je in beroep kon gaan en je kon alleen maar toestemmen”, schreef hij later in zijn boek ’In vertrouwen’ (1995).

Er was een groot tekort aan diplomaten in de Sovjet-Unie. Een deel zat bij de strijdkrachten die tegen Duitsland vochten, een ander deel was verdwenen in de zuiveringen die Sovjetleider Josef Stalin geregeld liet houden. Stalin wilde voortaan technici als diplomaten, geen intellectuelen, die vertrouwde hij niet.

Dobrynin was een goede keus geweest, want hij studeerde af met lof en trad in dienst bij het ministerie van buitenlandse zaken. In 1952 werd hij voor drie jaar bij de ambassade in Washington benoemd. Vervolgens plaatste het Kremlin hem in de staf van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Zijn bliksemcarrière leidde in 1960 tot zijn benoeming als hoofd van de afdeling Noord- en Zuid-Amerika op het ministerie. Op z’n 42ste werd hij ambassadeur in Washington, een positie die hij zou houden tot 1986 toen Gorbatsjov hem terugriep voor een hoge baan in de partij.

Tekenend voor zijn persoonlijke betrekkingen met Amerikaanse toplui zijn de gesprekken met Henry Kissinger, de vertrouweling van president Richard Nixon begin jaren zeventig. „Asjeblieft Anatol, laat die KGB-kerels ’s nachts in Washington niet steeds in mijn buurt rondlopen”, klaagde Kissinger per telefoon. „Nee, ik weet zeker dat ze respect voor je hebben”, antwoordde Dobrynin ontwijkend. „Zeiden ze dat dan? Ik zag er wel vijf.” „Wanneer?” „Vannacht op straat.” „En wat deed jij dan op straat?” „Als je dat beslist wil weten, ik bracht een meisje naar huis.”

Kissinger en zijn ’meisjes’ waren vaker onderwerp van de telefoongesprekken, die op band werden opgenomen en enige jaren geleden openbaar werden gemaakt.

„Je stem klinkt heel anders dan gisteren”, zei Dobrynin in mei 1973. „Ik zal wel een beetje moe zijn geweest”, antwoordde Kissinger. „Nou, ik hoorde dat je bij een heel leuk meisje bent geweest. Ik heb een foto van haar.” „O ja?” „Van een kalender. Ze stond in die Playboy-kalender.” „Oooo, je bent een vieze ouwe man.”

Meestal gaan de gespreken over spanningen in de wereld: Vietnam, wapenbeheersing, ’die gekken’ in het Midden-Oosten. Ook dan laten twee mannen voortdurend doorschemeren dat ze veel weten van elkaars positie en dat ze in hetzelfde schuitje zitten: professionals in de internationale politiek die hun bazen zo proberen bij te sturen dat er geen ongelukken gebeuren. Samen stonden ze aan de wieg van het antiballistische raketverdrag ABM van 1972.

Het Kremlin was bang geweest voor het presidentschap van de communistenvreter Nixon. Dobrynin kreeg opdracht van Moskou om in de verkiezingsstrijd steun te geven aan de Democraat Hubert Humphrey, zelfs financiële hulp. Maar Dobrynin voelde aan dat dat de doodskus voor Humphrey zou betekenen. Dus hij zorgde ervoor dat het plan op niets uitliep.

Dobrynin leek op zijn best bij rechtse presidenten die de mond vol hadden over een harde aanpak van de Sovjet-Unie, zoals Nixon en later Reagan. Van idealistische presidenten zoals Jimmy Carter begreep hij niet zo veel. Wie tegen hem over mensenrechten begon, stuitte op een muur van kille onwil.

„Eén ding vind ik heel goed van jou”, zei Nixon eens tegen hem. „Je hebt nooit iets uit laten lekken.” Dankzij Dobrynin bloeide er iets moois op tussen Nixon en de Sovjetleider Leonid Brezjnev. Volgens Dobrynin vonden ze dat meer gemeen hadden met elkaar dan met hun eigen mensen. Tijdens een topontmoeting in 1973 in Californië was Brezjnev ’s avonds zo ontspannen dat hij te veel dronk en tegen Nixon begon te roddelen over zijn collega’s in het Politburo. De volgende dag vroeg Brezjnev: „Anatoli, heb ik te veel gezegd?” „Ja”, zei Dobrynin. „Maar ik heb niet alles vertaald.”

Toen Nixon in grote moeilijkheden kwam tijdens de Watergate-crisis, betuigde Dobrynin namens Brezjnev zijn steun aan hem, en sprak hij de hoop uit dat hij er niet aan onderdoor zou gaan.

Toen Dobrynin in 1986 werd teruggeroepen naar Moskou om onder Gorbatsjov hoofd te worden van de afdeling buitenlandse politiek van het Centraal Comité van de partij, was president Reagan verbaasd: „Is hij dan een communist?”

Dobrynin „aanvaardde het Sovjetsysteem met al zijn tekortkomingen en successen”, schreef hij in zijn memoires. Toen de Sovjet-Unie in elkaar zakte, was hij ontdaan. Hij zag het allemaal als het gevolg van de blunders van „onze onbekwame maar hoogst ambitieuze leiders”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden