Charlotte Dematons Schepper van visuele speeltuinen

Als ze niet de beste illustrator van Nederland is, dan toch zeker één van de besten. Charlotte Dematons, bekend van haar boek over Sinterklaas, zet nu Nederland op de prent.

Ze doet de deur open met een kwastje in haar hand. Altijd aan het werk, Charlotte Dematons.

De illustratrice is druk bezig met de laatste penseelstreken van haar nieuwste boek, dat 'Nederland' gaat heten.

Nog drie platen te gaan, nog een paar kussen van de kwast op de wangen van papier en er ontvouwt zich een prentenboek dat zo te zien weer een echte Dematons gaat worden: gedetailleerd realisme met ruimte voor een spel en een grap. Het zijn visuele speeltuinen voor kinderen, waar grote mensen gratis naar binnen mogen. En de gele ballon keert terug, net als Zwarte Piet. Als we ze kunnen vinden, tenminste.

Dematons, Française van oorsprong, reisde half Nederland af om het land dat ze inmiddels ziet als het hare, van nog dichterbij te bekijken.

Hoe krijg je een heel land in een prentenboek?
"Dat vroeg ik me ook af. Waar is bijvoorbeeld het begin van Nederland? Heeft Nederland een begin? Er is geen begin! En omdat dit land plat, waterig en groen is, bestaat het gevaar dat je de hele tijd dezelfde sfeer krijgt door het hele boek heen. Dat wilde ik niet. Dus ging ik nadenken hoe je toch een gevarieerd beeld kon krijgen en toen kwam ik uit bij de maanden van het jaar. En de seizoenen. En dag en nacht. En verschillende weertypen. Mistig, zonnig, dag, nacht, zomer, winter, herfst, lente. Het is ook een canon van het land aan het worden. Niet alleen het heden, maar ook de geschiedenis van Nederland zit er in verstopt. Dat maakt het ook afwisselend. Al denkend, viel me ineens in: wacht eens, Nederland heeft wél een begin: water! Daarom begint het boek met de Rotterdamse haven."

Hoe krijgt u zo'n haven, met die schepen en containers, zo gedetailleerd op papier?
"Door er gewoon naartoe te gaan. Ik heb half Nederland door getoerd voor dit boek. Kijken hoe het er uit ziet, maar ook polsen hoe het gevoel is. Giethoorn, Staphorst, de Erasmusbrug. Ik doe dat dan samen met mijn man - die ook tekenaar is. Hij achter het stuur en ik druk tekenend met een schetsboek. Toen we door Rotterdam reden, kon ik het amper bijhouden. Al die indrukken! Soms stapte ik uit en sprak ik mensen. Daardoor kwam ik bijvoorbeeld nog beter te weten hoe dat werkt, met die vrachtwagens, schepen en containers. En dat het ook weleens mis gaat, als niet alleen de container maar de hele vrachtwagen per ongeluk door zo'n kraan wordt opgetild. Nou, als ik zoiets hoor, weet je wel wat ik dan ga tekenen."

Maar hoe teken je nu zoiets als mist?
"Die mist laten zien, vond ik spannend. Zou ik dat wel kunnen? Ik heb eerst de hele prent getekend, in net iets grauwere, minder heldere kleuren - dat past ook bij het weertype dat bij mist hoort, en bij de tijd van het jaar. Toen heb ik een waterig soort wit aangemaakt en dat eroverheen geschilderd. Nou, je ziet het."

Kwam u, denkend aan Holland, nog tot nieuwe inzichten?
"Het viel me op dat we ons meer uiten dan we zelf vaak denken. Neem de Nederlandse vlag. Die zie je best vaak. Misschien zijn ze op plezierjachten wel verplicht, hoor, dat weet ik niet, maar op elk bootje hangt een vlag. Als er iemand geslaagd is: een schooltas met een vlag. Als er een kind geboren is, laten Nederlanders het ook zien: Hoera, het is een jongetje - je kent die letters voor het raam wel. Of een pop in de tuin als we vijftig zijn geworden. Tuinen zonder hoog hek. Open tuinen. En altijd maar die gordijnen open, hè. Daar ga je allemaal op letten als je zo'n boek maakt. En het helpt dat ik uit het buitenland kom. Dan kijk je er toch anders naar. Het is zo leuk om te doen. Je schept het land opnieuw."

U kon nooit alles wat Nederlands is in het boek kwijt. Was dat schiften lastig?
"Vreselijk, bijna niet te doen. Maar wat er wél per se in moest was ook niet altijd makkelijk. Iemand als Willem Drees, daar kon ik niet omheen. Maar hoe laat je Drees nu zien? Ik wist het niet. Weet je wat, dacht ik. Ik teken een straatnaambordje en daar schrijf ik op: Willem Dreespad. Dan ben ik er vanaf. Ik vind dat soort dingen leuk om te bedenken. Kijk hier, op deze prenten heb ik 15 Pinkeltjes verstopt. Door het hele boek heen zitten zitten zulke, typisch Nederlandse symbooltjes verscholen. Heb je Zwarte Piet al ontdekt? Daar zit-ie, op het dak."

Het Sinterklaasboek betekende uw doorbraak. Hoe kan een Française, die op 18-jarige leeftijd naar Nederland kwam, het sinterklaasverhaal doorgronden?
"Mijn vader is dan wel Frans, maar mijn moeder is natuurlijk gewoon Nederlandse, dus die zorgde daar wel voor. Ik weet nog dat er met sinterklaas bij ons thuis een kartonnen schip kwam binnenvaren. Geweldig toch? Mijn broer vond het vreselijk toen hij hoorde hoe het werkelijk zat met de sint. Ik niet. Ik dacht ja, ja, maar we gaan er gewoon mee door. Dat was in wezen het begin van dat boek. Mijn hele leven vroeg ik mij al af: hoe zit dat met die man? Waar woont-ie? Wat eet -ie? Dat zag je nergens. Dus dan ga ik het maar doen, dacht ik."

Doorbrak u daarmee niet een mythe? Nu weet ieder kind hoe de Sint woont en hoe die stoomboot er van binnen uitziet.
"Ik laat expres ook heel veel niet zien. En ik heb ontzettend veel dozen, zakken en laatjes getekend. Dus als jij jouw cadeautje zoekt, misschien zit dat dan wel daarin. Er zijn genoeg deurtjes die dicht zijn in het boek."

Dematons brengt haar duim en wijsvinger dicht bij elkaar, om de maat aan te geven, en zegt dan: "De Sint teken ik nooit groter dan zo. Dat laat ruimte aan de fantasie. Als het een foto van de stoomboot zou zijn geweest, dan zou het magische er wel af zijn. Maar het is een tekening. Een tekening behoudt die magie."

Wist u al vroeg dat u illustratrice wilde worden?
"Het is bij mij gaan leven toen ik op de kunstacademie terechtkwam - ik was toen twee jaar in Nederland, ik was 20. Al mijn geld ging naar potloden, prentenboekjes en penselen. Dat was mijn wereld. Ik moest en zou illustratrice worden. Hoewel: kostuum en decor, dat bedenken en dat maken, dat leek me ook geweldig. Nog steeds. Ik heb er hard voor moeten werken. Modeltekenen op de Rietveld Academie. Dat ging niet vanzelf. Maar de bibliotheek van de Rietveld Academie was geweldig! Ik leerde er in korte tijd alle geïllustreerde kinderboeken van Nederland kennen."

Dat had u in Frankrijk niet.
"Er waren sowieso veel minder boeken toen. Wij waren wel groot fan van Babar van Jean de Brunhoff. Maar ik weet nog goed: als de tekeningen in een boek mij niet aanstonden, dan las ik het niet. Daar kon ik me gewoon niet overheen zetten. Als de bibliotheekbus het dorp in kwam rijden, was het feest, want daar kwamen de prentenboeken uit. Toch wist ik pas aan de kunstacademie in Nederland dat illustreren mijn vak moest worden. Het was toen ook nog een vak.

"Weet je wat ook zo heerlijk was aan die school? De tolerantie. Je kon daar gewoon leven en ademhalen. Terwijl ik eerst altijd dacht: er bestaat geen leuke plek op aarde. Maar die bestond wel."

Die tolerantie van toen, is die er nog in het Nederland van nu?
"Je moet Geert Wilders er nog in tekenen, zeiden sommige mensen tegen me als het over 'Nederland' ging. Maar dat doe ik niet. Wat moet Geert Wilders er in? Die overleeft de tijd niet. Die dubbele paspoorten. Ik lever mijn Frans-zijn nooit in. No way! Het is ook niet iets dat je kunt afnemen, dat zit in je. De tulp en de aardappel zijn toch ook niet Nederlands? Die hebben we ons eigen gemaakt. In Rotterdam is meer dan de helft van de bevolking buitenlands, maar die zullen uiteindelijk Nederlands worden. Net zoals ik Nederlandse ben geworden. Dus wat wil je nou? Wilders gaat over. Zo is Nederland niet."

Wie uw werk bekijkt, ziet een duidelijke Dematons-signatuur. Hoe zou u die zelf omschrijven?
"Toch wel als realistisch. Maar ik hoop ook dat mensen er veel humor in zien. En ik let erg op de details. Zoals mijn werk is, zo is mijn leven ook: als ik door de Barteljorisstraat loop, zie ik niet een groep mensen, ik zie allemaal losse dingetjes. Zonder beelden zou ik ook de weg niet kunnen vinden naar zo'n Barteljorisstraat. Maar als ze tegen me zeggen: dat is de hoek om bij die deur met die gouden versieringen, dan weet ik het. Ik ben een beelddenker."

Altijd sinterklaas
Een prentenboek over Sinterklaas is leuk, maar waarom zou mijn uitgever die kosten maken voor de drie weken in het jaar dat de Sint in het land is, dacht Charlotte Dematons. Verkeerd gedacht. De eerste druk kende nog een veilige oplage van 1500 stuks, maar die waren zo uitverkocht. Inmiddels verscheepte de stoomboot van de Rotterdamse uitgeverij Lemniscaat dik 100.000 exemplaren naar de boekhandel en moeten ouders het boek na sinterklaas verstoppen, omdat de kinderen anders het hele jaar denken dat het feest is. Dematons ontving voor het boek (uit 2008) een Gouden Penseel. Twee jaar eerder won ze al een Zilveren Penseel voor haar illustraties bij de sprookjes van Grimm. Dematons maakte tekeningen voor ruim 150 titels, onder meer voor de boeken van Paul Biegel. Ook het 'zoekboek' 'De Gele Ballon' is een bekende titel van Dematons.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden