Chailly's Puccini-queeste

interview | Begin 2017 wordt Riccardo Chailly officieel muziekdirecteur van Teatro alla Scala in Milaan. Vorige week presenteerde hij er een alternatieve versie van Puccini's 'La fanciulla del West'. Een gesprek over Milaan, Puccini, Mahler en ook een klein beetje over Amsterdam.

Riccardo Chailly oogt moe. Begrijpelijk want hij heeft net een inspannende en spannende première van Puccini's 'La fanciulla del West' achter de rug. Maar in de dirigentenkamer van het Teatro alla Scala in Milaan lijkt hij lang niet zo energiek en vol adrenaline als hij vroeger na een première in Amsterdam wel kon zijn. Hij is zoals altijd aardig en voorkomend, maakt grapjes, maar praat opvallend bedachtzaam. Als alle post-première-plichtplegingen achter de rug zijn, en hij buiten bij de artiesteningang nog even de gebruikelijke handtekeningen voor de fans heeft gezet, loopt hij wat broos, met zijn arm om zijn vrouw Gabriella geslagen, de stille Milanese nacht in.

Bij de plichtplegingen na de première hoort het bezoek in de kleedkamer van kleindochter Simonetta Puccini, die Chailly uitvoerig komt bedanken. Deze nazaat van componist Giacomo Puccini is er vaak bij als er met de opera's van haar grootvader iets bijzonders gebeurt. Zo was ze in 2002 in Amsterdam bij de wereldpremière van het nieuwe slot dat Luciana Berio gecomponeerd had voor Puccini's onvoltooide opera 'Turandot'. Dat nieuwe slot was bij Berio besteld door Chailly.

Met een reprise van die Amsterdamse 'Turandot' begon Chailly vorig jaar mei zijn Puccini-cyclus aan de Scala. De bedoeling is dat alle twaalf opera's van Puccini door hem de komende zeven jaar in Milaan gedirigeerd gaan worden, steeds waar mogelijk in bijzondere, minder bekende versies van de partituren. Typisch Chailly, altijd op zoek naar alternatieve versies van bekende partituren of die nou van Brahms, Mendelssohn, Schumann, Verdi of Mahler zijn.

"Ik beschouw het als een privilege om voor die alternatieven te kunnen kiezen. Ze kunnen nieuw licht werpen op een componist die we dachten te kennen. Het is geen must, maar we hebben de mogelijkheid om te kiezen. Misschien is de algemeen geaccepteerde versie van een compositie beter - meestal is dat ook zo, maar hoe interessant is het niet om de verschillende stadia te kunnen laten horen. En als we dan daarna zeggen, nee, de aloude versie is de beste, dan is dat prima. Maar het feit dat je kúnt vergelijken maakt een meesterwerk alleen maar waardevoller."

Goudzoekers

Het bijzondere dat Chailly nu in petto had was de originele versie van 'La fanciulla del West' (Het meisje uit het Westen) die niemand kent. Puccini componeerde de opera over goudzoekers in het Wilde Westen voor de Metropolitan Opera in New York. Arturo Toscanini dirigeerde er in 1910 de wereldpremière.

"We laten een Puccini horen, die zelfs Puccini nog nooit gehoord heeft", verklaart de maestro. "Omdat de akoestiek van de oude Metropolitan Opera zo droog en moeilijk was, heeft Toscanini de partituur 'geholpen' door allerlei zaken toe te voegen, of juist te schrappen. Er zijn wat korte scènes helemaal gesneuveld en verder zijn er heel veel veranderingen in dynamiek en accenten, verdubbelingen in partijen die wij weer teruggedraaid hebben. Als je alles bij elkaar optelt zijn er ruim duizend verschillen, kleinere en grotere, met de partituur zoals we die nu kennen en uitvoeren. Met deze uitvoeringen zeg ik niet per se dat wat Toscanini gedaan heeft verkeerd is. Dat is absoluut niet mijn bedoeling. Maar het is goed om de partituur een keer te horen zoals Puccini hem bedoeld heeft. Hij ging met deze opera een nieuw pad op en hij heeft langer met de partituur geworsteld dan met elke andere opera van hem. Dat zegt wel wat. Onze versie is subtieler, die van Toscanini zwaarder. Maar bovenal blijft de partituur zó ontzettend modern. Zelfs na honderd jaar zeggen we dat nog steeds over deze opera."

Dat de première in Milaan heel anders loopt dan verwacht is een tegenvaller voor iedereen. Omdat sopraan Eva-Maria Westbroek een zware griep kreeg, wordt zij op het laatste moment vervangen door Barbara Haveman. Die kende de 'schoongemaakte' partituur niet, waardoor Chailly en het orkest in sommige fragmenten weer terug moesten grijpen op de gebruikelijke versie. Chailly is overigens zeer content met beide Nederlandse sopranen. "Westbroek heeft een prachtige wagneriaanse stem. Haveman is lichter, maar ik bewonder haar durf om ons uit de brand te helpen en haar stem mengt heel mooi met onze tenor Roberto Aronica."

Chailly begon zijn Milanese Scala-avontuur in januari 2015 als direttore principale (eerste dirigent). Gevraagd naar zijn ervaringen in de Scala tot nu toe zegt Chailly in de dirigentenkamer dat het niet makkelijk is, maar houdt zich verder op de vlakte. Een ochtend later wil hij niet echt terugkomen op die opmerking. "Alles wat je hier doet wordt onder een enorm vergrootglas gelegd", zegt hij erover. Misschien doelt hij op de onenigheid die hij met de regisseurs van 'Giovanna d'Arco' heeft gehad, de veelbesproken seizoensopening afgelopen december. En 'La fanciulla del West' had geregisseerd zullen worden door Graham Vick, maar die kon het niet eens worden met Chailly. Vick trok zich terug - in goed overleg wordt er benadrukt - waarna de oude productie die Robert Carsen voor de Vlaamse Opera maakte door de Scala overgenomen werd.

Maar ondanks de eventuele interne problemen wordt Chailly in Milaan op handen gedragen door het publiek - en dat is daar heus ook wel eens anders. Het grootste applaus na afloop van de 'La fanciulla' is voor hem, doorspekt met luide bravo maestro-kreten. Zijn interpretatie is dan ook van een ongekende precisie. In de drukke eerste akte lukken de lastige ritmische overgangen perfect en houdt hij Haveman, die natuurlijk toch wat onwennig en onzeker op het toneel staat, magistraal bij de les. Boven alles laat Chailly ons het moderne van Puccini's partituur horen. Eigenlijk precies zoals hij dat bij Mahler ook altijd deed.

"Puccini en Mahler lijken erg op elkaar, omdat ze beiden hun hele scheppende leven twijfels hadden over hun muziek. Er altijd aan bleven schaven. 'La fanciulla' is de eerste opera van Puccini waarin het orkest het eigenlijke hoofdpersonage is. Het is constant zeer aanwezig en stuwt de handeling voorwaarts. En Puccini was natuurlijk een fenomenaal orkestrator. Hij heeft zich wat dat betreft in deze partituur overtroffen."

Vechten voor erkenning

"Voor deze Puccini-cyclus hier werken we samen met zijn uitgever Ricordi, die de verschillende 'Urfassungen' in partituur gaat uitbrengen. Je hebt bij elke opera wel alternatieven, bij 'Manon Lescaut', bij 'Le villi' en bij 'La rondine' - er zijn veel keuzes te maken. Onlangs heeft men de verloren gewaande vierde akte van 'Edgar' teruggevonden. Er is een hoop te doen dus. We kunnen Puccini in een ander, nieuw licht laten zien. Hier in de Scala waar hij zulke successen had, maar - laten we dat niet vergeten - ook heeft moeten vechten voor erkenning."

De opening van het nieuwe seizoen - traditiegetrouw op 7 december, de naamdag van de Milanese patroonheilige Sint Ambrosius - belooft in elk geval opzienbarend te worden. "We gaan de originele 'Madama Butterfly' doen, de versie die hier in de Scala bij de wereldpremière in 1904 gigantisch flopte. Dus in de originele twee lange aktes. Puccini was een theatraal genie, maar voor deze vorm was men in Milaan destijds niet klaar. Hopelijk kunnen we de Milanezen laten zien hoe geniaal Puccini met deze opbouw was, zijn tijd ver vooruit. We luisteren inmiddels naar Bergs 'Wozzeck' zonder pauze, dus een originele 'Butterfly' moeten we aankunnen."

Als het gesprek afgelopen lijkt, wil Chailly nog even wat weten. Hoe het toch gaat met zijn land- en stadgenoot Daniele Gatti, de nieuwe chef-dirigent van Chailly's oude orkest in Amsterdam? Met meer dan gewone interesse luistert hij naar het verhaal over de Zesde symfonie van Mahler. Dat was het eerste werk dat Gatti in Amsterdam dirigeerde nadat bekend was geworden dat hij de nieuwe chef van het Koninklijk Concertgebouworkest was geworden. En dus kreeg dat concert ineens een enorme meerwaarde. Als Chailly hoort dat Gatti aardig wat kritiek te verstouwen kreeg, lacht hij een lichtelijk verbaasd lachje. Nee, Chailly hoeft er niet aan herinnerd te worden dat zijn eerste Mahler in Amsterdam eveneens een zeer slecht ontvangen en omstreden Zesde was. Hij weet het nog als de dag van gisteren. Misschien ziet hij er een goed voorteken voor Gatti in, maar als dat zo is, laat hij dat niet blijken. Het enige dat hij zegt is: "Dat was lang geleden."

'La fanciulla del West': nog vijf keer in Milaan

'La fanciulla del West' (foto hiernaast) is t/m 28 mei nog vijf keer te zien in Milaan; de laatste drie zijn met Eva-Maria Westbroek. De dvd-registratie komt later uit bij Decca.

Op 16 en 17 juni neemt Chailly afscheid van het Gewandhausorchester in Leipzig met de Derde symfonie van Mahler. Op 12 augustus begint hij als muziekdirecteur van het Lucerne Festival Orchestra (als opvolger van Claudio Abbado) met een uitvoering van de Achtste symfonie van Mahler.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden