Chailly gaat op tournee met blinkende Beethoven

AMSTERDAM - Het Koninklijk Concertgebouworkest, tijdens de vakantie afgekickt van een maandje Slava Rostropovitsj, meldde zich donderdagavond weer voor een zomerconcert in het Amsterdams Concertgebouw met zijn eigen dirigent Riccardo Chailly. Samen begonnen zij aan wat in de seizoensbrochure als 'een langjarige Beethovencyclus' omschreven wordt.

Chailly begon bij het begin en presenteerde een blinkend opgewreven Eerste symfonie. Het reguliere Amsterdamse abonnementspubliek krijgt deze Eerste echter dit seizoen niet te horen; het blijft voorlopig bij deze ene zomeruitvoering. Beethoven gaat deze weken wel mee op tournee naar Kiel, Baden-Baden en Bremen.

Het programma waarin Beethovens Eerste gepresenteerd werd was opvallend samengesteld. Voorafgegaan door Beethovens 'Egmont'-ouverture klonk de symfonie voor de pauze. Na de koffie werden de Stravinsky-balletten 'Agon' en 'De vuurvogel' (in suite-vorm) gespeeld. Beethoven was 29 toen hij zijn Eerste symfonie schreef, Stravinsky 28 ten tijde van 'De vuurvogel'. Allebei vroege werken dus, die tijdens het concert afgezet werden tegen later werk van beide componisten. Tussen Beethovens Eerste en 'Egmont' ligt elf jaar, tussen Stravinsky's 'Vuurvogel' en 'Agon' drieënveertig jaar.

Stravinsky, die negenentachtig jaar oud werd, heeft zich langer kunnen ontwikkelen dan Beethoven, die overleed toen hij zevenenvijftig was. De hortende hoekigheid van 'Agon' staat dan ook in schril contrast met de lekkere lyriek en donderende dramatiek van 'De vuurvogel' -en toch is de handtekening onder beide composities onmiskenbaar die van Stravinsky. Een lustrum terug overtuigden het KCO en Chailly al in 'De vuurvogel'-suite, en ook nu betoverde de fagot in 'Berceuse' en knalde het voltallige orkest de forte-dreunen met een haast angstaanjagende precisie.

Die precisie was er niet bij de pizzicato beginakkoorden van Beethovens Eerste. Het was de enige technische smet op een interessante interpretatie die doet uitzien naar die 'langjarige cyclus'. Bij Chailly was geen sprake van de strijkerssaus waarin Beethoven-'grootheid' Von Karajan de symfonieën placht onder te dompelen. Ragfijn en uiterst doorzichtig werd de klassieke schoonheid van Beethovens symfonie-debuut door orkest en dirigent blootgelegd. Blazers werden heel mooi uitgelicht met in het tweede deel een magnifiek gerealiseerde hobo-fagot-oprisping die vooruitwijst naar de revolutie die Beethoven met de symfonievorm in petto had.

In de 'Egmont'-ouverture hoorde je die revolutie van het ruig-aangestreken begin tot aan de jubelende piccolo (een novum in die tijd) aan het slot. Mooi drama.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden