Chagalls Jozef is een stevige boom

Liefhebbers van Marc Chagall kunnen zich dit najaar laven aan unieke wandschilderingen in het Joods Historisch Museum en dito raamontwerpen in het Bijbels Museum. Vroeg en laat werk, voor het eerst in Nederland te zien.

Cokky van Limpt

Chagall (1887-1985) was al 72 toen Miriam Freund, de toenmalige voorzitter van het Hadassah Medisch Centrum in Jeruzalem, hem in 1959 vroeg glas-in-loodramen te ontwerpen voor de synagoge van het ziekenhuis. Ze stelde de schilder voor de twaalf stammen van Israël als thema te nemen. Gebrandschilderd glas was niet nieuw voor Chagall -hij had in 1956 al ramen gemaakt voor de doopkapel in Assay en in 1958 voor de kathedraal van Metz- maar de opdracht voor Jeruzalem had voor hem een extra dimensie.

Hierin kon hij niet alleen zijn passie voor kleur en licht uitleven, maar ook uitdrukking geven aan zijn gehechtheid aan de Bijbel en religieuze onderwerpen uit zijn chassidisch-joodse jeugd, bovendien aan zijn emotionele band met het Heilige Land. Volgens kenners heeft Chagall dan ook in de Hadassah-ontwerpen zijn intiemste inspiratie verwerkt. Om die reden worden deze gebrandschilderde ramen behalve tot zijn spectaculairste, ook gerekend tot zijn persoonlijkste werk.

In de Bijbel wordt het Joodse volk na de uittocht uit Egypte verdeeld in twaalf stammen. Ze worden genoemd naar hun oprichters, de twaalf zonen van Jakob: Ruben, Simeon, Levi, Juda, Issakar, Zebulon, Dan, Gad, Aser, Naftali, Jozef en Benjamin. Maar hoe moest Chagall deze twaalf zonen van Israël karakteriseren? Omdat hij, gegeven het joodse beeldverbod, geen menselijke figuren mocht uitbeelden, besloot hij zijn inspiratie te halen uit de twaalf zegeningen die na elkaar worden uitgesproken door Jakob (Genesis 49) en door Mozes (Deuteronomium 33) op de avond voor hun dood.

In deze zegenspreuken, maar ook in het scheppingsverhaal, de tempelcultus en andere joodse rituelen zocht hij naar onderwerpen die hij kon visualiseren. Zo treffen we bijvoorbeeld in het raam van Juda's stam een leeuw aan, want 'sterk als een jonge leeuw' noemt Jakob deze zoon.

Ook Issakar associeert Jakob met een dier: 'Issakar is een sterke ezel'. De ezel ligt onder in het raam, neergevlijd in het gras. Boven hem is een dorpje geschilderd. Misschien een herinnering aan Chagalls Wit-Russische geboorteplaats Vitebsk.

Jozef, de eerste zoon van Jakob en Rachel, is de oogappel van zijn vader. Zijn jaloerse broers verkopen hem als slaaf naar Egypte, maar ondanks hun lage streken behoudt Jozef zijn edelmoedigheid en koninklijk karakter. Dat brengt Jakob tot de zegenspreuk: 'Een vruchtbare wijnstok is Jozef, een vruchtbare plant bij een bron, met ranken die reiken tot boven de muur'.

In Chagalls raam (zie foto's) staat Jozef, 'de vruchtbare wijnstok', als grootste boom linksonderin afgebeeld. Een mand met vruchten verwijst naar de voorspoed waarin hij zijn broers royaal liet delen. Zij waren herders van grazende kudden, zoals er rechtsonder;in een is afgebeeld. Uit de kruin van de boom verrijst een gekroonde vogel waarboven de naam 'Jozef' is te lezen.

De sjofar (ramshoren) boven in het raam is een verwijzing naar de profetische uitspraken over de hereniging van de Israëlitische rijken. Jesaja (Jes 27:13) spreekt daar visionaire woorden over: 'Op die dag wordt de grote bazuin geblazen: allen die in Assur verloren gingen of naar Egypte verdreven waren, komen dan terug en buigen voor de Heer, op de heilige berg in Jeruzalem'.

Chagall werkte twee jaar aan de ramen. In de zomer van 1961 werden ze tentoongesteld in Parijs en in de herfst van dat jaar in New York. Op 6 februari 1962 zijn de twaalf ramen ingewijd in Jeruzalem, in aanwezigheid van Marc Chagall en meester-glazenier Charles Marq.

De 62 schetsen en ontwerpen die Chagall voor de ramen maakte, zijn nadien veertig jaar lang niet meer in hun onderlinge samenhang te zien geweest. Voordat deze originele werken, die het hele scheppingsproces zichtbaar maken, in Amsterdam arriveerden, waren ze te zien in New York en Parijs. Hierna volgt nog een tentoonstelling in Kaapstad en dan keren ze terug in de privé-collectie van Chagalls kleindochter Meret Meyer Graber.

De reusachtige wandschilderingen, die de jonge Chagall in 1920 maakte voor het Joodse Theater in Moskou, vormen het hoofdgerecht van de expositie in het Joods Historisch Museum. Ze hangen er alle zeven en niet slechts drie, zoals het fotobijschrift op de voorpagina van Trouw afgelopen zaterdag per abuis suggereerde. Deze doeken zijn het hoogtepunt uit Chagalls Russische periode.

Ze zijn ontstaan vlak na de Russische Revolutie in 1917- een periode waarin de Russische cultuur opbloeide en kunstenaars alle vrijheid hadden. Chagall combineerde moderne kunst -kubisme, fauvisme- met Joodse inhoud en Russische folkloristische thema's. Het overvloedige documentatiemateriaal op de expositie laat de bezoeker kennismaken met de gelaagde wereld van Chagall en geeft een inzichtelijk beeld van de historische context.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden