Cesar Zuiderwijk Leren drummen is uren maken

In Nederland en veel andere landen kende iedereen hem al jaren als Cesar. Maar als een oude buurvrouw hem op straat tegenkwam, was het nog gewoon ’Ha, Corretje!’ Een gesprek met Golden Earring-drummer Cornelis Johannes Zuiderwijk. „Als het maar op tel 1 uitkomt.”

Wat schuchter, een hand van zijn moeder bemoedigend tegen zijn rug, loopt het jongetje na afloop van de drumworkshop met een toegangskaartje en een pen op Cesar Zuiderwijk af. Zou die misschien...? Maar natuurlijk wil die dat. De held van menig drumliefhebber wil op foto’s nog wel eens een tikkeltje nors kijken. Maar voor zo’n aankomend drummertje maakt hij tijd.

Mensen die hem kennen, noemen hem een lieve man. Zorgzaam. Een man, die bijvoorbeeld voortdurend bezig is om het gasten die hij te logeren heeft naar de zin te maken.

Na de workshop en een maaltijd wachten nog wat voorbereidingen voor de avondvoorstelling. Geen Golden Earring, maar het soloprogramma Slagdroom waarmee Zuiderwijk langs de theaters trekt. „Kijk”, zegt hij, terwijl hij op het toneel aan een marionettenpop achter een drumstelletje morrelt. „Dit is Corretje, mijn alter ego.”

Corretje, met een ADO-sjaal om de nek, stelt een beetje brutaal ogend jochie voor uit de oer-Haagse Zuiderparkbuurt en heeft een rol in Zuiderwijks (deels autobiografische) voorstelling. „Zó zag ik er vroeger uit”, wijst Zuiderwijk op het gezicht en het haar van de pop.

Hoe is Corretje Cesar geworden?

„Lang geleden vond men dat ik een artiestennaam nodig had. Er scharrelde op dat moment een hond rond die Cesar heette. Toen die werd geroepen, zei iemand: „Hé, dat is wel een mooie naam voor jou. Vanaf dat moment was het Cesar.”

Sinds 1970 is hij de drummer van Golden Earring, Nederlands succesvolste rockband. Maar dat is niet zijn enige activiteit. Hij heeft muziekscholen in Den Haag en Rotterdam en geeft lezingen en drumdemonstraties bij bedrijven. „Maar je begrijpt dat dat laatste door de kredietcrisis nu wat minder is.”

En hij heeft plannen. Zo deed hij ooit het project ’1000 drummers op de Maas’. Wat zou het mooi zijn om iets dergelijks weer te doen. Maar dan met 4000 drummers.

Slagdroom nadert het einde van het tweede seizoen. Maar Zuiderwijk werkt al aan een nieuwe theatervoorstelling. Ook daarvoor wil hij de teksten zelf schrijven. Hoe dat gaat? „Gewoon om acht uur ’s morgens gaan zitten. Uren maken.” Het zijn woorden die hij vandaag vaker zal bezigen.

Dat hij drummer zou worden, was niet meteen duidelijk. In zijn tienerjaren probeerde hij het aanvankelijk op de gitaar. Maar dat was geen succes. In zijn voorstelling is het een vaste grap. „Zijn hier ook gitaristen in de zaal?” En als er een hand omhoog gaat: „Wegwezen!” Corretje stortte zich op drummen toen zijn vader, die conciërge was bij de dienst gemeentewerken van Den Haag, overleed aan de gevolgen van longkanker. Corretje was 13.

Cesars ogen worden een beetje vochtig als hij vertelt hoe hij het nieuws te horen kreeg. „Ik zat op school, het Johan de Witt-lyceum in Den Haag. Ik had een moeizame verstandhouding met de rector. Met mijn lange haar, rode broek en bruine hemd viel ik uit de toon. Ik werd bij hem geroepen. Of ik wel wist waar de kleur rood voor stond, en wat een bruin hemd betekende? Op een dag haalde hij me uit de klas. ’Zuiderwijk. Spullen pakken.’ Op de gang zei hij: ’Je vader is overleden.’ Dat was het.”

Heeft het geholpen, gaan drummen?

„Je jankt je eerst gek natuurlijk. Maar je moet wát doen om er uit te komen. Het is belangrijk dat je in zo’n situatie iets hebt waarop je al je aandacht kunt richten. Nu had ik al eens eerder stokken vastgehouden, bij de turnvereniging. Op een dag dacht ik: ik wil drummer worden. En ik wil de allerbeste worden.

„De zekerheid dat dat gaat lukken, heb je natuurlijk niet. Maar je hebt dat nodig om je zelf te motiveren. Kijk naar wielrenster Leontien van Moorsel of voetballer Johan Cruijff. Je denkt toch niet dat die aan hun sport zijn begonnen met de bedoeling om steeds als laatste te eindigen of voortdurend op de reservebank terecht te komen?”

Ja, hij denkt nog vaak aan zijn vader. „Ik ben helemaal niet spiritueel of zo. Daar ben ik veel te nuchter voor. Maar soms denk ik wel eens: ’Goh pap, ik hoop dat je dit ziet’.

„Dat heb ik niet alleen bij optredens gehad, hoor. Er zijn genoeg andere momenten geweest. De geboorte van mijn zoon en mijn dochter, bijvoorbeeld. Of als ik het gewoon even niet meer weet. Dan denk ik wel eens: ’Wat zou jij nu hebben gedaan, pap?’”

Toen hij zijn reputatie als internationaal bekende rockdrummer al had gevestigd, ontmoette hij de 29 jaar oudere Jim Chapin. De Amerikaan, die geen stap deed zonder een paar drumstokken, gold al jaren als een begenadigd jazzdrummer en een fameus instructeur. De jazzmuzikant en de rockdrummer sloten vriendschap.

„Vrienden, dat zijn mensen bij wie ik een goed gevoel heb”, zegt Zuiderwijk. „Dat zijn de mensen van de Earring. Maar ook iemand als Henk Savelberg (topkok, red.). Ik kook ook graag. Maar ik wil niet in mijn eentje in de keuken staan. Koken moet gezellig zijn. Samen met je maten in de keuken en maar praten. Nee, niet altijd over muziek. Over de kinderen, over het leven.”

Chapin werd een beetje een vaderfiguur voor hem. De Amerikaan kwam verscheidene keren voor demonstratielessen in de muziekschool van de Earringdrummer naar Nederland, waar Chapin dan steevast bij Zuiderwijk thuis in Den Haag logeerde.

„Jim is een huisvriend geworden. Voor de familie, de kinderen en de hond. Eén keer ontving die Jim met geblaf en gegrom. Jim kwam rechtstreeks uit de Verenigde Staten en moest vroeg op. Hij ging dus meteen slapen. De volgende morgen wilden we hem wekken, maar hij lag voor dood in bed. Ambulance erbij, meteen naar het ziekenhuis. Wat bleek? Jim had de vorige dag de pillen niet ingenomen, die artsen hem hadden voorgeschreven vanwege een hypofyse-aandoening. De hond was zo tekeergegaan omdat hij had gemerkt dat er iets niet in orde was met Jim. Je weet toch dat ze tegenwoordig honden ook gebruiken om vast te stellen of mensen kanker hebben?”

Chapin is de enige van wie Zuiderwijk les heeft gehad. De Amerikaan leerde hem een speciale techniek die de spieren minder belast.

Maar verder is de Earringdrummer autodidact. Natuurlijk, hij luisterde naar zijn drumhelden. Ringo Starr van de Beatles. Charlie Watts van de Rolling Stones. Buddy Rich, de onnavolgbaar snelle jazzdrummer. En Keith Moon, de legendarische drummer van The Who. Maar verder was het vooral oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Links, rechts, links, links. Rechts, links, rechts, rechts. Uren achter elkaar. Iedere dag weer.

„Leren drummen is uren maken”, houdt hij de deelnemers aan zijn workshop voor. En tegen een puber: „Anderhalf uur drummen? En drie uur achter de computer? Als je dat nou eens zou omdraaien?”

Wat is het grootste misverstand over drummen?

„Dat je er heel sterk voor moet zijn, omdat je hard en snel moet slaan. Maar dat hoeft helemaal niet. Je hebt helemaal geen kracht nodig. Je moet alleen de goede beweging maken.”

Is het misverstand niet dat iedereen het kan? Geef een aap een stok en een trommel...

„Ik ben ervan overtuigd dat iedereen het kan. Nou ja, iedereen met een beetje normale motoriek kan het leren. Als mensen er maar de tijd voor nemen. Het heeft mij ook moeite gekost. Ik zag ooit in Spanje een televisieshow met de voetballers Cruijff, Stoitsjkov en Koeman. Ze moesten ballen door een gat schieten. Cruijff schoot als enige alles raak. Hoe kan dat? Nou, reken maar dat hij vroeger een miljoen keer de bal op dat kruisje op de muur heeft staan mikken.”

Buitenbeentjes zijn het wel, drummers. Wat dat betreft voelt Zuiderwijk zich nog steeds een beetje die middelbare schooljongen met dat lange haar, die rode broek en dat bruine hemd.

„Een drummer van een band is als een keeper van een voetbalteam. Ze staan wat apart van de rest. Je bent alleen. Het is gelukkig niet meer zo dat je underdog bent. Dat je net als vroeger je mond moet houden. Maar toch, als de rest van de band staat te overleggen over akkoorden en melodie denk ik even aan iets anders. Ik ga Barry (Barry Hay, zanger van Golden Earring, red.) toch niet vertellen hoe hij iets moet zingen? Wij laten elkaar vrij daarin. Ik denk dat we het mede daardoor als band zo lang met elkaar uithouden. We hebben er lol in om te spelen. De druk is er af.”

Wat maakt iemand een goede drummer?

„Tsja, anderen zouden misschien zeggen: hij moet de maat goed vast kunnen houden. Dat is misschien wel belangrijk. Maar ik bén geen strakke drummer. Ik vind dat je vooral opwinding teweeg moet brengen. Bij de band, en bij het publiek. Adrenaline. En dus mag je gaandeweg best wat versnellen tijdens een nummer. Vergelijk het maar met seks. Er is toch niemand die net zo langzaam eindigt als hij begon?”

Voor subtiel drumwerk moet je niet bij Zuiderwijk zijn, weet iedereen. Hij staat bekend om zijn stuwende spel, en om roffels die klinken alsof alle kuddes van de Serengeti-vlakte over zijn trommels denderen. Niet elke slag hoeft dan even precies te zijn, houdt hij de deelnemers aan zijn workshop voor.

„In het publiek begrijpen de meeste mensen toch niet wat je doet. En de mensen die het zouden kunnen begrijpen, horen het tegen de achtergrond van een band meestal niet. Als je maar zorgt dat je weer op tel 1 uitkomt.

„Als ik een bokser zou zijn, zou ik meteen bij de eerste de beste klap mijn tegenstander knock-out proberen te slaan”, zegt hij aan tafel in de artiestenfoyer. „Jammer voor het publiek en de promotor. En zonde van de gereserveerde zendtijd op televisie. Maar zo zit ik nou eenmaal in elkaar. En als we met de Earring optreden, zeker als we elektrisch spelen, moet ook bij het eerste nummer meteen de beuk erin.”

Bent u dan helemaal niet gevoelig voor een ingetogener aanpak?

„Nou ja,als we akoestisch spelen gaat het wel wat zachter. En ik herinner me een workshop die ik ooit gaf. Daar zat een vader met een autistisch zoontje. Iedereen zag: dat jongetje zit er anders bij dan de rest. Ik liet deelnemers drummen en iedereen probeerde zo hard mogelijk te spelen.

’Zijn er nog vragen?’, vroeg ik, toen iedereen zo’n beetje geweest was. ’Mag mijn zoon ook nog wat spelen?’, vroeg de vader. Iedereen was verbaasd. Dat jongetje pakte de stokken en tikte heel subtiel een bekken aan. Vervolgens nog één. Daarna een trommel. Zo bouwde hij een heel muziekstuk. Heel subtiel. Iedereen was sprakeloos. Ik moet zeggen, wat die jongen deed, heeft me toen wel gepakt.”

Gaf dat de stoot om te gaan werken met kinderen met een verstandelijk beperking, en ook oorlogskinderen?

„Nee, dat deed ik al eerder. War Child had me benaderd om met kinderen met een oorlogstrauma in Bosnië te gaan drummen.”

Waarom zegt een drukbezette rockdrummer daar ja op?

„Het gaat me niet speciaal om kinderen. Ja, kinderen willen graag leren. En ik heb ook een goed gevoel als ze iets van me hebben geleerd. Maar het gaat mij om alle mensen, kinderen én volwassenen, die een drempel over moeten om muziek te kunnen maken en er moeite mee hebben die hindernis te nemen.

„Toen War Child langskwam, had ik er de tijd voor en het leek me ook goed om te doen. Maar ik vond het ook interessant om naar Bosnië te gaan. Om Mostar te zien, waar die brug kapot was geschoten. En ik voelde me gevleid dat ze mij daarvoor vroegen.

„Je moet bereid zijn om mensen te helpen die het minder getroffen hebben. Ik vind dat een sociale verplichting. Voor iedereen. Niet alleen voor mensen die bekend zijn.”

Aan het einde van de voorstelling Slagdroom wordt Cesars drumstel onder zijn handen afgebroken door zijn technicus. Zuiderwijk blijft doordrummen op de restanten, todat hij letterlijk van zijn kruk wordt gesleurd.

Staat u wel eens stil bij de mogelijkheid van een abrupt einde van zijn carrière als drummer?

„Nee. Zoals de drummer van Def Leppard bedoel je? Die band verkocht een miljoen platen en drummer Rick Allen reed zijn auto in de prak en was zijn linkerarm kwijt. Maar hij drumt nog. Ik stond een keer bij de balie op Schiphol, op weg naar de Verenigde Staten. Vanwege een blessure liep ik op krukken. Voor mij zie ik iemand met één arm. Rick Allen draait zich om, ziet mijn krukken en zegt: „Hello Cesar! Together we would make a perfect drummer now.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden