'Centenbak' bespoedigde dood Karel V

'Negenmaal was ik in Duitsland, zesmaal in Spanje, zevenmaal in Italië, viermaal in Frankrijk, tweemaal reisde ik naar Engeland, tweemaal naar Afrika, ontelbare keren doorkruiste ik de weidse gebieden van mijn verschillende landen, achtmaal ben ik de Middellandse Zee overgestoken.'

Ik heb mijn best gedaan - dat stak achter de opsomming van reizen die Karel V in 1555 gaf bij zijn troonsafstand. Hij was Duits keizer, heer van de zeventien Nederlanden, koning van Spanje met alle bezit in Italië en de Nieuwe Wereld dat daarbij hoorde. Elk rijksdeel had hij het zijne proberen te geven. Maar het was niet genoeg. Iedereen was uiteindelijk ontevreden. En dat wist hij.

Hij trok zich terug in een Spaans klooster. Uitgeblust en somber. Drie jaar later stierf hij, 58 jaar oud. Karel had syfilis (gehad) en was kreupel door de jicht. Officieel gaf malaria het laatste zetje.

Maar er was meer aan de hand, blijkt uit een tekening uit 1872, die te zien is op de tentoonstelling 'Carolus' in de St-Pietersabdij te Gent, hoogtepunt van het Vlaamse Keizer Kareljaar. Toen, ruim driehonderd jaar na zijn dood, werd Karels crypte geopend. Zijn mummie bleek intact. Eén ding springt in het oog: de vooruitstekende onderkaak van Karel - een typisch kenmerk van zijn familie, de Habsburgers.

Bij Karel was het zo erg dat hij zijn mond niet kon sluiten. Dat maakte hem kortademig en slecht te verstaan. Belangrijker nog, hij kon moeilijk kauwen. Helemaal niet meer toen hij bij een ongeluk in 1550 alle tanden verloor. De doktoren schreven een streng dieet voor, maar dat wuifde hij weg. Hij schrokte enorme maaltijden binnen, met grote potten bier en heel veel Rijnwijn. Slechte voeding hoort zeker bij het rijtje doodsoorzaken.

Op sommige officiële portretten van Karel die in Gent te zien zijn, is zijn 'centenbak' teruggebracht tot een licht wijken van de lippen of een wat zwaar aangezette onderkin. Ze leunen dicht aan tegen de stereotiepe laatmiddeleeuwse beelden van een monarch. Vaak is dan ook onzeker of Karel wel de geportretteerde is. Het kan evengoed zijn vader of zijn broer zijn.

Aan het hof van Mechelen, waar Karel zijn opvoeding kreeg, leefde men nog volop in de Middeleeuwen. Karel zou dan ook zijn leven trouw blijven aan de ridderidealen die hij daar leerde. Hij daagde ooit zijn aartsvijand koning Frans I van Frankrijk uit voor een duel. Hij droomde van een kruistocht van alle christenen tegen de Turken.

Maar de eenheid van het christendom was niet meer. Karels tijd was ook die van Luther en Calvijn, de ontdekkingreizen naar Amerika, Afrika en Azië, de astronomie van Copernicus en de kaarten van Mercator. De ridder-vorst was meteen ook, zijns ondanks, de eerste moderne monarch van Europa. Ook dat blijkt uit zijn portretten. Karel had niet veel op met de schilderkunst, maar hij had smaak genoeg om Titiaan als hofschilder te kiezen. Van zijn hand is op de expositie onder meer een staatsieportret van Karel ten voeten uit met hond te zien. De Venetiaan nam de voorstelling over van een Oostenrijks doek, dat in Gent naast het zijne hangt.

Titiaan schildert duidelijk de keizer. Waardig, maar toch ook elegant. Karel V draagt een gouden tenue, met daar overheen een mantel van sabelbont. Achter een donkere baard heeft Titiaan zijn onderkaak weggemoffeld. Wel staat zijn mond wat open, maar dat draagt hier juist bij aan de allure van het portret. Het maakt Karel tot een wijs man, getroffen midden in een overpeinzing.

Dat was hoe de Renaissance Karel aan de man wilde brengen. Onverschrokken, als een christelijke Hercules, zou hij een einde maken aan de verdeeldheid en oorlogen van Europa. Met een universele monarchie zou hij het gouden tijdperk van de keizers van Rome doen terugkeren. Een droom die geen enkele kans van slagen had, omdat er te veel gebeurde.

Gent probeert alle ontwikkelingen uit die tijd recht te doen in een reeks zaaltjes, die weer opgedeeld zijn volgens thema's en subthema's. De bezoeker gaat van harnassen naar wereldbollen, wat sieraden, munten, een enkel incabeeldje, muziekinstrumenten en ingewikkelde vorstelijke stambomen. Wanneer hij elk onderdeel(tje) wat aandacht poogt te geven, legt hij, net als Karel zelf, ten slotte het hoofd moedeloos in de schoot. Ondanks topstukken zoals doeken van Titiaan en Lucas Cranach de Oude.

Dichter in die complexe tijd of de persoon van Karel dring je niet door. Ook niet in de dikke catalogus. Die voert nog meer brokstukken aan. Behalve dat hij zich haast letterlijk een ongeluk vrat, spillebenen had, maar toch vaak lange kousen droeg, blijkt dat Karel ook een zwak voor papegaaien had. Of hij die op al zijn reizen meenam, staat er niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden