Censors van bisschoppen schrappen Oosterhuis

Huub Oosterhuis over de bisschoppelijke ban op zijn liederen: 'Het is terug naar de jaren vijftig. Dit grenst aan boekverbranding.' (Mark Kohn) Beeld Mark Kohn

Twee censors bepalen wat er voortaan in de rooms-katholieke kerk mag worden gezongen. Veel liederen van Huub Oosterhuis worden geschrapt.

De rooms-katholieke kerk in Nederland is begonnen aan een radicale opschoning van haar liederenbestand. Veel bekende en populaire kerkelijke gezangen die door verschillende dichters geschreven zijn vanaf begin jaren zestig, toen de Latijnse mis voor het eerst geleidelijk werd aangevuld met liturgische teksten in de volkstaal, moeten het daarbij ontgelden.

Na een eerste inventarisatie van deze krant (zie kader) gaat het tot nu toe in elk geval om 29 liederen van Huub Oosterhuis, de invloedrijkste liturgische dichter van katholieken huize. Zijn teksten liggen slecht tot zeer slecht bij de kerkelijke keurmeesters die namens de bisschoppen hun veto uitspreken. Afgekeurde Oosterhuisliederen zijn onder meer ’Licht dat ons aanstoot’, ’Zomaar een dak’ en ’Uit vuur en ijzer’. Ook ’De steppe zal bloeien’, in 2006 nog door kerkgangers gekozen tot het mooiste Nederlandse religieuze lied, staat inmiddels op de zwarte lijst.

Tegen zes van de 29 afwijzingen loopt nog een bezwaarschrift van de Werkgroep voor Liturgie Heeswijk. Maar de bezwaarprocedure lijkt volgens medewerker Martin Hoondert ’een wassen neus’; bezwaren komen op hetzelfde bureau terecht als waar de afwijzing in eerste instantie vandaan kwam.

Cor Mennen, censor van het bisdom Den Bosch en liturgisch adviseur van bisschop Hurkmans, wekt niet de indruk dat hij graag in debat wil over zijn keuzes. „De bisschop geeft via ons, de censors, zijn oordeel. En daar blijft het verder bij.”

Hoe gaat deze ’zuivering’ in zijn werk? Geleidelijk maar gestaag, en tot nu toe buiten het zicht van media en publiek.

Het begon enkele jaren geleden, na de publicatie van ’Liturgiam Authenticam’ (2001), de vijfde Vaticaanse instructie over de liturgie sinds het Tweede Vaticaans Concilie (1962-65). Daarin vroeg Rome onder meer aan elke kerkprovincie (elk land) om een lijst samen te stellen van ’liederen waartegen geen enkel bezwaar bestaat’. Aan deze lijst wordt nog gewerkt, maar de eerste selectie van honderd liederen bevatte alvast geen enkel lied van Huub Oosterhuis. Ook andere moderne dichters kwamen niet op de lijst voor.

De bisschoppen besloten dat er ook via andere wegen een strikter toezicht moest komen op wat er in katholieke kerken gezongen wordt. Van grote invloed op het ’zangschema’ zijn de wekelijks misboekjes die gemaakt worden door twee uitgeverijen: ’De zondag vieren’ door de Werkgroep voor Liturgie Heeswijk en ’Bron van christelijke geest’ door uitgeverij Gooi en Sticht. Precieze oplagecijfers willen de uitgeverijen niet geven, maar gezamenlijk bedienen deze twee spelers ’de hele markt’. Met andere woorden: in nagenoeg elke katholieke kerk in Nederland ligt ’s zondags ofwel het ene, ofwel het andere boekje klaar, compleet met lezingen, gebeden en gezangen. En in de meeste gevallen wordt er niet afgeweken van wat het boekje aandraagt.

De laatste twintig jaar werden deze wekelijkse boekjes in relatieve vrijheid samengesteld door de redacties van de twee uitgeverijen. Er was weliswaar enig toezicht, maar dit bestond slechts uit een vrij algemeen gesprek met de bisschop, gemiddeld één keer per jaar.

Dat is nu veranderd. Sinds Advent 2008 kijkt een bisschoppelijke censor de wekelijkse selectie die Gooi en Sticht maakt na op ’theologische en dogmatische zuiverheid’. Pas na instemming van de censor verkrijgt de uitgave een imprimatur (letterlijk: ’dit mag gedrukt worden’) van de bisschop. Sinds kort vervult Herman Woorts deze functie in Utrecht. Woorts is vorige maand benoemd tot hulpbisschop van aartsbisschop Eijk.

En sinds kort heeft ook de Werkgroep voor Liturgie Heeswijk een eigen censor toegewezen gekregen. Cor Mennen, pastoor te Oss, vervult de functie voor het bisdom Den Bosch. Mennen: „De Werkgroep heeft de zaak lang weten te traineren, maar nu kunnen ze er niet meer onderuit.”

Al zegt Mennen dat het oordeel van hem en zijn collega-censor altijd ’voorlopig’ is, dat uiteindelijk de Nationale Raad voor Liturgie met zijn ’positieve lijst’ veel belangrijker is, toch erkent ook hij dat de invloed van de twee bisschoppelijke censors groot is. „Inderdaad, ons oordeel heeft landelijke reikwijdte.”

Mennen zegt overigens dat het hem niet om Oosterhuis te doen is. „Het gaat om de liederen, niet om de schrijvers.” Maar hij vindt wel dat ’met name het nieuwere werk’ van Oosterhuis ’problematisch’ is: „Enkel gericht op gerechtigheid, en niet op aanbidding.”

En zo verdwijnen zonder slag of stoot sinds een jaar alle teksten die volgens de censoren ’te vaag’ zijn of ’te horizontalistisch’ uit de boekjes van Gooi en Sticht, en straks ook uit die van Heeswijk.

Gooi en Sticht was hiermee nooit naar buiten gekomen. Directeur Bert Endedijk: „Wij zijn een brede uitgeverij, een podium voor gevarieerde geluiden, van liberaal tot zeer recht in de leer. Deze uitgave staat of valt bij de goedkeuring van de bisschop. Van die goedkeuring maakt de bisschop tegenwoordig weer actief werk, door strikt over de inhoud te waken. Dat is zijn goed recht. Als je het mij persoonlijk vraagt, vind ik het jammer dat liederen die vroeger een plek hadden in de eredienst, en waar mensen kracht en troost uit putten, nu niet meer via deze weg aangeboden worden. Maar wij hebben als uitgeverij een goede samenwerking met de kerkelijk censor.

Joost Jansen, norbertijn in de abdij van Berne, voorzitter van de Werkgroep voor Liturgie Heeswijk, denkt er heel anders over. De Werkgroep is niet van plan om zich kritiekloos te voegen in de grillen van de heren censoren, en brengt deze ontwikkeling nu doelbewust naar buiten. Jansen: „Wij zijn sinds 1892 een liturgisch apostolaat. Wij reageren dus vanuit de inhoud, en niet puur vanuit een commercieel belang. Wij hechten groot belang aan de rijkdom van de katholieke liturgie, in al zijn gelaagdheid en gevarieerdheid. En wij zien die onder druk staan.”

Op zichzelf juicht Jansen het toe dat de bisschoppen weer actief willen meedenken over de liturgie. Jansen: „Maar waar wij grote moeite mee hebben, is de rigoureuze manier waarop onze censor tot nu toe optreedt. Volgens het kerkelijk recht dient een censor na te gaan of een lied of gebed niet tegen geloof en zeden is. Indien de tekst voor meerdere interpretaties vatbaar is, moet de censor volgens de kerkelijke jurisprudentie de meest gunstige interpretatie kiezen. Daar heeft de heer Mennen op zijn zachtst gezegd grote moeite mee: hij wijst gemiddeld een derde van de teksten die wij hem voorleggen af, teksten die vaak al tientallen jaren naar tevredenheid gebruik zijn.”

Vaak luidt Mennens bezwaar dat een tekst te ’multi-interpretabel’ is. „Terwijl in principe elke poëtische tekst ambigu is”, zegt Jansen. „Dat is juist de kracht van gedichten. Het ’Lied aan het licht’ van Huub Oosterhuis is geschrapt omdat God daar niet in voor zou komen. Ik zou de censor adviseren om dan ook het Hooglied uit de Bijbel te schrappen, want als je op die manier leest, komt God ook in dat boek niet voor.”

Gerard Kock, al twintig jaar samensteller bij Gooi en Sticht: „Liederen van Oosterhuis krijgen we vrijwel zonder uitzondering teruggestuurd met een rode streep erdoor. Tegenwoordig hanteren we zelf een lijst met liederen die al meermaals zijn afgekeurd, want je wilt niet elke keer de deur tegen je neus krijgen.”

Volgens Kock blijft er niets over van Oosterhuis in de katholieke kerk. „Een paar brave liedjes uit zijn eerste jaren, waar niemand zich een buil aan kan vallen. ’Zolang er mensen zijn op aarde’ en ’Heer onze Heer, hoe zijt Gij aanwezig’. Maar de prachtigste liederen worden ons gewoon afgepakt, zonder dat iemand wakker schrikt.”

Huub Oosterhuis is zelf niet verbaasd, en vindt het moeilijk om inhoudelijk te reageren, aangezien besluiten, criteria noch argumenten openbaar zijn gemaakt. Oosterhuis: „Ik ben altijd geïnteresseerd in de reden waarom teksten afgekeurd worden. Deze censors staan voor de rooms-katholieke moraal en theologie, laat ze dan maar uitleggen waarom deze teksten daar niet aan voldoen. ’Te doen gerechtigheid’, dat is de kern van het bijbelse verhaal. En wat is er mis met het werk van al die andere schrijvers? Ida Gerhardt, Sytze de Vries, Henk Jongerius, Willem Barnard en weet ik wie? Ik zou ze allemaal op een rijtje willen zien, en precies willen horen wat er niet aan deugt.”

Bovendien wekt het Oosterhuis’ verontwaardiging dat er überhaupt censuur gepleegd wordt. „Het is een terugval naar de jaren vijftig, het grenst aan boekverbranding. En welke sancties gaan ze uitvoeren, als die liederen toch gezongen gaan worden? Wordt je dan de communie geweigerd?”

Joost Jansen: „Wij zouden bijzonder graag met de bisschoppen en hun censors in gesprek treden. We nodigen ze van harte uit voor onze conferentie over liturgie, in Den Bosch op 17 april aanstaande.”

Huub Oosterhuis over de bisschoppelijke ban op zijn liederen: 'Het is terug naar de jaren vijftig. Dit grenst aan boekverbranding.' (FOTO MARK KOHN) Beeld Mark Kohn
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden