Ceessie Goekoop verslaat alsnog de Spaensche scharen

LEIDEN - Een heiligverklaring van de kerk laat voorlopig nog op zich wachten, maar van de bevolking van Leiden heeft burgemeester Cees Goekoop die al op zak. Hij legt zijn ambtsketen eind november neer, maar zijn bewieroking is al maanden aan de gang en bereikte zaterdag een voorlopig hoogtepunt op het traditionele 3-oktoberfeest.

Dat Leiden z'n historische overwinning op de 'Spaensche scharen' dit jaar helemaal in het teken plaatste van het afscheid van de eerste burger en dat inwoners op zo'n feest massaal zwaaien en zingen ('Ceessie bedankt!'), is opvallend genoeg. Alle fracties in de gemeenteraad, inclusief die van de Socialistische Partij, paradeerden met hun partijvlaggen en -vanen door de stad achter de open koets van het echtpaar Goekoop aan.

De hele dag door werd de burgemeester gefêteerd. Zelfs 's morgens om zeven uur, bij de Reveille, werd er al voor hem gezongen - en enthousiaster dan bij het Wilhelmus en de 3-oktoberhymne 'Wij willen soep met ballen'. Bij de Koraalzang een uur later, waar duizenden alle uitingen die aan de Tachtigjarige oorlog herinneren meegalmden, klonk massaal het van Paul van Vliet gepikte 'Mogge, Cees!' En in de herdenkingsdienst in de Pieterskerk vergeleek ds. Nico ter Linden Leiden met het volk van Samaria en Goekoop met de koning van deze eveneens belegerde bijbelse stad.

De grote optocht door de binnenstad was één langgerekt eerbetoon aan Goekoop, met taferelen en praalwagens die aan hem waren opgedragen: variërend van Amsterdamse tableaus (Goekoop was voor zijn komst naar Leiden raadslid en wethouder in Amsterdam en is daar tot de huidige dag blijven wonen) tot allerlei voorstellingen in uniform (een liefhebberij van de reserve kapitein b.d. der artillerie). De stoet eindigde met een rijdend koor in het Leidse 'Glippertje' dat door de hele stad het Afscheidslied voorzong: 'Hoe moet het zonder jou?' en 'Wie zal het beter doen?' De tekst werd als een soort bidprentje aan het publiek uitgedeeld. 'Sinds jij de keten draagt voor ons waait er in Leiden een andere wind'. Dat hij nooit vast in Leiden wilde komen wonen (of beter gezegd: zijn vrouw wilde niet weg uit Amsterdam), is hem al lang vergeven. 'Burger nummer één' werd hij in het lied genoemd.

Zijn eeuwige rooie sjaal is inmiddels het handelsmerk van Leiden geworden. Zijn bourgondische inslag is algemeen bekend. Er zullen weinig Leids cafés zijn die hij nooit gevisiteerd heeft, en niet alleen in z'n tijd als rechtenstudent en corpslid van Minerva. Voor zijn stemgeluid is elke microfoon overbodig. Hij zingt het 'Io vivat' als de beste, maar werd in achttien Leidse jaren steevast een man van het volk genoemd, al zal die betiteling niet zo snel gebruikt worden in een volksbuurt als De Kooi. 'Goe', zoals hij ook wel wordt genoemd, is en was een VVD'er. Zijn taal bleef Leids, maar dan met het ballerige en niet het platte accent.

In zijn speeches is Goekoop, om de taalwetenschapper prof. P. van Sterkenburg te citeren, een 'dienaar van het woord, een woordspelvirtuoos'. De praatjes die hij op het jaarlijkse 3 oktoberfeest afsteekt zijn 'juweeltjes waar geen theorie tegen op kan'. Ze zijn volgens hem geestig, spits en spiritueel, ze zijn warm en ze vertolken 'de taal van alle mensen die 3 oktober vieren.' Vele handboeken over welsprekendheid kunnen garen spinnen bij zijn toespraken, schrijft de voorzitter van de 3 October-Vereeniging in de gids voor de honderd-en-vijfde feestviering, die dit jaar als motto meekreeg 'Scheiden doet Leiden'. En dat is volgens Van Sterkenburg geen spelfout.

Goekoop onderging de ongekende aanhankelijkheid met zichtbaar plezier. Elk speechje begon met 'Vrienden en vriendinnen'. De traditionele toespraak van de onvermijdelijke Leidse 'meneer Den Tonkelaar' bij de Koraalzang pareerde hij met nog meer luim en lawaai dan hij anders doet. Het deerde hem niet dat deze stadsspreker, zoals altijd even onstuitbaar als onverstaanbaar, alle spreektijd te buiten ging - ook al liepen Goekoops speciale gasten zoals Jan Wolkers daardoor de uitdeling van de haring en witte brood mis.

“Er moet een keer een eind aan komen”, zei hij onder de hutspotmaaltijd. Hij doelde op zijn ambtsperiode van 18 jaar of op zijn afscheidstoernee, maar het is de vraag of hij het meende. Met grote tegenzin heeft hij zich neergelegd bij zijn vertrek; een burgemeester kan wat hem betreft ook na zijn 65-ste doorgaan. En alle loftuitingen liet hij zich maar al te graag welgevallen.

De herdenking van het ontzet van de belegerde stad in 1574 is jaarlijks voor duizenden een heilig moeten: op de derde oktober, en vooral op de avond en nacht ervóór, trekken 200 000 'Leijenaars' en inwoners van omliggende plaatsen naar de binnenstad en laven zich aan haring met wittebrood, hutspot, gezang, corenwyn en andere dranken.

Sommigen sparen het hele jaar om het in enkele etmalen in kermis en kroeg uit te geven. Maar ook de Reveille en de Koraalzang trekken massa's aan. De Pieterskerk zat stampvol, de hutspotmaaltijd voor de kerk zag een recorddrukte en voor de haring en wittebrood in het Waaggebouw stond een rij van honderden meters. 'Omdat het gratis is', zoog een Leidenaar, maar ook omdat ze in Leiden van tradities houden. En daarvoor hadden ze aan Goekoop een goeie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden