CEES NOOTEBOOM - 'Ik laat mijzelf hier achter en ga weg'

Overzichtstentoonstellingen in het Letterkundig Museum hebben in de regel iets onderkoelds. Het papieren vlees van de schrijver ligt in stukjes in verlichte vitrines. Klaar voor comsumptie, maar onaanraakbaar. Net als bij de slager.

De expositie over het leven en werk van Cees Nooteboom is op deze regel geen uitzondering. De glazen kasten glimmen vol trots over zoveel keurig gerangschikte briefjes, foto's, artikelen, eerste- en roofdrukken.

De wand met vertalingen langs een muur glanst zelfs een beetje boosaardig. Van 'Philippe et les autres', de strak vormgegeven Franse vertaling van Nootebooms debuut dat verscheen bij Callmann Levy, tot 'Die folgende Geschichte' en 'Berliner Notizen' bij de zwaarwichtige Duitse uitgeverij Suhrkamp - samen vormen ze een aanklacht tegen het Nederlandse publiek en, vooral, tegen de vaderlandse critici, die zijn werk lang niet hoog schatten als de buitenlandse. Nooteboom is in veel landen het gezicht van de Nederlandse literatuur, maar liefst negentien van zijn boeken zijn in talloze talen vertaald. Dat is een absoluut record. Een van de portretten aan de muur kijkt het minzaam aan. De schrijver gluurt geheimzinnig en alwetend onder de zwarte rand van zijn fijn besneeuwde hoed. Zijn mond een zuinig zwijgende streep.

Bij het Letterkundig Museum zijn ze zich natuurlijk bewust van de problemen die bij de presentatie een rol spelen. “Tja, wat laat je zien?” vraagt Daan Cartens, de gastconservator die het werk van Nooteboom kent als zijn broekzak, zich hardop af. “Alleen maar boeken is natuurlijk erg saai. Je moet toch op een zo groot mogelijk publiek mikken. Het aantrekkelijk maken.”

In de archieven van het museum bleek zich niet veel materiaal van Nooteboom te bevinden. Carstens, inmiddels ook een goede vriend van de schrijver, kreeg de sleutel van diens Amsterdamse huis (Nooteboom heeft ook huizen in Berlijn en op het Spaanse eiland Menorca, waar hij de zomers doorbrengt) en snuffelde door de dozen vol materiaal. Sommige van de mappen met bibliofiele drukken, zoals de prachtige uitgave van 'Zelfportret van een ander' met de etsen van Max Neumann, zijn precies zo te zien als Cartens ze oorspronkelijk aantrof.

Nooteboom heeft geen moment moeilijk gedaan over de openbaring van de kleine vondsten die Cartens in het biografische materiaal deed. “Dat zou toch kunnen, met drie vrouwen in je biografie,” zegt Cartens. Nooteboom trouwde eerst zonder toestemming van haar vader met Fanny Lichtveld, een nichtje van de Surinaamse schrijver Albert Helman (het pseudoniem van Lou Lichtveld). Nooteboom had als bediende op de Gran Rio aangemonsterd om haar hand te gaan vragen. Het logboek ligt nog ter inzage. Op 5 juli 1957 noteerde matroos Nooteboom dat het schip op op weg van Georgetown naar Paramaribo 'licht stampte'. Een zeldzaam poëtische inbreuk op een zakelijk verslag.

Na zijn scheiding van Fanny Lichtveld ontmoette Nooteboom in 1965 Liesbeth List, na een van haar optredens in het theater. Hun relatie heeft in het verleden vanzelfsprekend veel aandacht gekregen - Nooteboom schreef zelfs liedteksten voor haar - maar op de tentoonstelling zijn de sporen vrijwel uitgewist. De belangrijkste rol die zijn huidige vriendin speelt is opvallend genoeg niet voor, maar achter de camera. Simone Sassen is fotografe en begeleidt Nooteboom op veel van zijn reizen over de wereld, waarvan hij verslag deed in zijn reisboeken. Bijna alle latere portretten van de schrijver, samen met de groten der aarde als Ernst Jünger en Umberto Eco of alleen, onder de rand van zijn hoed, heeft Sassen gemaakt.

Terug naar vitrine 1. De tastbare bewijzen uit Nootebooms troebele jeugd zijn opvallend karig. Het rapport van Gymnasium 1A, waarin hij maar een mager zesje voor Nederlands krijgt toebedeeld, flankeert wat plaatjes uit zijn tijd op school bij de paters. Het mooiste bewijsstuk van zijn herkomst is een foto van zijn vader, die als twee druppels water op hem lijkt - en andersom, natuurlijk.

In het schrijversprentenboek, dat de tentoonstelling begeleidt, schrijft Nooteboom: “Ik weet wat ik dacht toen ik die foto van zijn voorbije passage voor het eerst zag en in zijn spottende gezicht keek: het is jouw schuld dat ik alsmaar als een gek over de wereld moet draaien, jij hebt het zaad van die onrust in mij gezaaid. Een voorbijganger die zijn voorbije passage in woorden bewaart, tot ook die van tafel worden geblazen.” Zijn vader, die twee jaar eerder van zijn moeder was gescheiden, overleed in het laatste oorlogsjaar, bij het bombardement op het Haagse Bezuidenhout.

Veel dichter dan de leeggeblazen tafel nader je de kleine Cees niet, en in zekere in geldt dat ook de adolescent en de jonge schrijver van 'Philip en de anderen'. Voor een schrijver, die later zo'n intellectualistische statuur zal krijgen, debuteerde hij met een opvallend weemoedige en romantische roman. Een jongen trekt door Frankrijk op zoek naar verhalen en de liefde, in de persoon van een Oosters meisje. In de korte roman 'Het lied van schijn en wezen' keek Nooteboom dan ook met een schuin oog naar die tijd terug: “Moet het verzonnene op het bestaande gestapeld worden alleen omdat iemand toen hij jong was en van wat men dan de werkelijkheid noemt nog weinig ervaren had, gewoon zelf maar wat pseudowerkelijkheid bedacht had en vervolgens door iedereen schrijver genoemd was?”

De tafel van Nootebooms biografie wordt, naarmate de tijd vordert en de virtrinenummers oplopen, steeds hoger volgestapeld met nieuwe documenten. Desondanks blijft het beeld van de schrijver schimmig. Dat wil niet zeggen dat Cartens geen grappige dingen wist op te vissen uit de begintijd van zijn schrijversschap, waarin hij zich vooral ook als journalist en essayist onderscheidde. Een lezer van een van Nootebooms artikelen in Elsevier, waarin hij een sympathisant van Franco een 'lange, lange vakantie toewenst', meldt de schrijver op zijn beurt dat “Cees Nooteboom dringend aan een hersenspoeling toe is.”

Het Marxistisch Leninistisch Front gaat nog een stapje verder. In rode en zwarte blokletters wordt hem op 20 september 1970 te verstaan gegeven: “U bent een fascistisch varken. Reden genoeg voor ons om u binnenkort om het leven te brengen.” Dat soort reacties wekken wellicht verbazing of de lachtlust, maar zeggen feitelijk weinig specifieks over Nooteboom. Schrijvers, die voor hun mening uitkomen, krijgen nu eenmaal de vreemdste verwensingen naar hun hoofd geslingerd.

Nee, een echte vondst is pas de brief, die W.F. Hermans Nooteboom stuurde direct nadat hij 'Rituelen' achter elkaar had uitgelezen. Hermans schrijft dat de roman hem goed is bevallen, maar maakt ook een kanttekening: ,Onduidelijk blijft voor mij waarom Inigo (...) zijn prinses van Namibië, van wie hij zegt veel te houden, toch voortdurend met allerlei vieze snollen bedriegt. Het gevaar van veel moderne boeken is, dat het naaien er naar het lijkt soms vanzelfsprekende, maar daardoor duistere en achteraf verwonderlijke rol in gaat spelen als het wenen in de verhalen van Rhijnvis Feith.''

In laatste instantie zijn het niet de kattenbelletjes, hoe amusant ook ('telegrama' van Hugo Claus: “Kom lonely writer halen en hij inviteert voor dinner. Hugo kamer 183 stop.”), die de illusie van de schrijver dichterbij brengen. Dat doen pas de dikke, wijnrode acteboeken, waarin Nooteboom zijn romans en verhalen met de hand heeft opgetekend. Toch wreken zich ook hier de beperkingen van de statische presentatie achter glas. Lekker bladeren en zoeken, een stukje lezen en de boeken vergelijken is er niet bij.

Mocht iemand dat wel doen - nogmaals: ten strengste verboden! - dan zou die persoon wel eens tot de conclusie kunnen komen dat de twee manuscripten die daar koeltjes liggen opgebaard in feite als één roman zijn opgezet. Het 'Lied van schijn en wezen', de korte sleutelroman uit het oeuvre van Nooteboom en de klassieke roman 'Rituelen' verwijzen onderling sterk naar elkaar. In de kantlijn naast het opvallend regelmatige, haast priegelige handschrift staan daarvoor de aanwijzingen.

In de gedrukte versies van beide boeken is van het onderlinge verband nog wel iets overgebleven. De schrijver, die de hoofdrol speelt in 'Het lied van schijn en wezen', reist naar Rome. Hij zit twee van zijn personages achterna, die honderd jaar tevoren de Eeuwige Stad bezochten. Als hij op het grote, ovale plein voor de Sint Pieter loopt, denkt hij dat hij Inni Wintrop, de hoofpersoon van 'Rituelen', ziet lopen. Hij verschuilt zich snel achter een van de zuilen van Bernini.

Dit spel met feit en fictie, het eindeloos verdwalen in een zelfgeschapen Droste-effect is typisch voor de schrijver Nooteboom. Op zoek naar personages, afsplitsingen van hemzelf, duikt er een andere 'ik' en verschuilt zich in wezen voor zichzelf. “Het is onverdraaglijk om zoveel mensen te zijn,” klaagt hij in de bundel 'Koude gedichten' uit 1959. In de eerste strofen van 'Trinidad' klinkt daarvan de echo:

Dit ben ik vaak geweest: een man op een landweg, een man in een vliegtuig, een man met een vrouw,

En dit ben ik te vaak geweest: een man die zich onder een steen wou verbergen om geen licht meer te zien.

De nuchtere, belezen schrijver, bejubeld en bekroond van Bolivia tot Berlijn is altijd op weg naar zijn volgende bestemming. Maar de tweede strofe maakt pas duidelijk waarom: hij vlucht voor zijn eigen spiegelbeeld. In het reisboek 'Voorbije passages' zegt Nooteboom het ergens mooi tegenstrijdig: “Ik laat mijzelf hier achter en ga weg.”

Zo verwijst in Nootebooms werk alles naar alles en tegelijk naar niets. De schrijver laat iedereen, èn zichzelf, verdwalen in zijn spiegellabyrint. Het lijkt een onmogelijke taak om van zo'n verscheurde schrijver een tentoonstelling te maken die zijn persoonlijkheid en zijn werk tastbaar maken.

Toegegeven, er valt enig inzicht te verkrijgen over zijn werkwijze: Nooteboom laat zijn uiterst gedetailleerde aantekeningen voor zijn reisverhalen vaak tijden liggen 'looien', om er pas daarna in zijn preciese handschrift proza van te maken. Hoe Nooteboom eruit ziet, met wie hij omgaat en van wie hij post ontvangt, het is nu bekend. Maar alle bewijzen uit de werkelijkheid - of het nu gaat om de afbeelding van de raku-kom uit 'Rituelen' of een van de vele portretten in een uithoek van de wereld - blijken slechts flarden in de mist van Nootebooms verbeelding.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden