Cees Fasseur was nog niet klaar

Scherpe jurist en historicus verweert zich in zijn postuum verschenen herinneringen

Wat hij wilde drinken, vroeg koningin Beatrix in 1992 tijdens haar eerste kennismaking met Cees Fasseur, de beoogde biograaf van haar grootmoeder. Het was meteen een lastige keuze voor haar gast. Die koos 'als een volleerd hoveling' voor het veiligste antwoord: "Majesteit, ik volg uw keuze."

Beatrix begon te lachen en zei: "Dan nemen wij toch allebei witte wijn, professor." Een kleine drie uur en drie glazen wijn later stapte Fasseur enigszins wankelend in zijn auto "in de wetenschap dat ik de eerste agent die mij aanhield naar waarheid zou moeten antwoorden dat ik van de koningin kwam, in wier naam recht gesproken wordt".

Fasseur dist het verhaal op in zijn postuum verschenen memoires 'Dubbelspoor'. Verder dan het aan Beatrix overlaten van de drankkeuze ging zijn lakeiengedrag niet, lijkt hij er ook mee te willen zeggen: nee, hij werkte nooit in opdracht van de koningin.

Dat zovelen tegen hem tekeergingen omdat hij exclusief toegang kreeg tot de archieven, betitelt hij als collegiale kinnesinne. Meer historici proberen bronnen tot verschijning van hun boek voor zichzelf te houden. Dat het materiaal dat Fasseur gebruikte voor zijn tweedelige biografie van Wilhelmina en zijn boek 'Juliana & Bernhard. Het verhaal van een huwelijk. De jaren 1936-1956' nog steeds niet door anderen te raadplegen valt, is niet zijn schuld. Maar ooit zal al zijn werk te controleren zijn en duidelijk worden dat hij steeds professionele distantie betrachtte, bezweert Fasseur.

En passant sneert hij op de hem typerende wijze nog maar eens richting een aantal van zijn ergste critici. Volgens historicus Willem Otterspeer schreef Fasseur met zijn Wilhelmina-biografie "een door en door monarchistisch boek, een soort dikke versie van het tijdschrift Vorsten", gevolg van een 'monumentale verliefdheid' op zijn hoofdpersoon. Fasseur reageert onderkoeld: "Als biograaf van de weinig sympathieke en antisemitische hoogleraar in de filosofie (Gerard Bolland) stond Otterspeer zelf uiteraard boven elke verdenking."

Voor de aanname van vooral vrouwelijke critici dat Juliana als gevolg van Bernhards promiscuïteit troost zocht bij gebedsgenezeres Greet Hofmans, ontbreekt volgens Fasseur ieder bewijs. Zijn indruk was dat Juliana ondanks alles dolverliefd bleef op haar echtgenoot en tamelijk ruimdenkend was over zijn escapades. "Maar dat was natuurlijk het gevolg van mijn mannelijke vooringenomenheid. Ook mijn neiging achter elke waarheid weer een andere waarheid te zoeken, speelde mij parten. De waarheid van een feministisch complot van linkse muggenziftsters, waarover ik tegenover een journalist van De Telegraaf een grapje maakte, werd door mijn uitgedaagde tegenstanders gelukkig niet serieus genomen."

Zijn jaren als biograaf van de Oranjes (en later van oorlogspremier Gerbrandy) vormen slechts een deel van Fasseurs herinneringen. 'Dubbelspoor' is ook het verhaal van een kind van Indië, geboren op Borneo, geïnterneerd in een Jappenkamp op Java. Van een jongeman die scheikunde ging studeren met een toekomstige loopbaan in de olie in het achterhoofd, maar er al binnen een week achter kwam dat die opleiding niets voor hem was. In plaats daarvan koos hij voor een combinatie van rechten en geschiedenis. Dat leidde tot de tweeledige carrière, waar de titel van het boek naar verwijst.

Die loopbaan staat centraal in deze herinneringen. Fasseurs privé blijft vrijwel geheel buiten beschouwing. Tot 1985 was hij raadadviseur op het ministerie van justitie. Fasseur hielp onder meer mee aan soepeler regels voor de verkoop van condooms en aan de abortus- en euthanasiewetgeving.

Vanaf 1975 had Fasseur ook een parallelle carrière als hoogleraar aan de Leidse universiteit. Een jaar of tien later ging hij er voltijds aan de slag met de geschiedenis van Zuidoost-Azië, meer in het bijzonder het oude Indië, als specialisatie. Het contrast tussen het jachtige departement en het 'stille' Leiden was groot. "Iedereen was mijn bestaan vergeten."

In deze eeuw zou Fasseur zijn werk als historisch auteur nog combineren met een deeltijdbaan als raadsheer bij het gerechtshof in Amsterdam. In al die jaren en functies werkte hij aan tal van heikele dossiers: de excessen van Nederlandse militairen in Indië, de zaak-Menten, de steun van Nederland aan de Amerikaans-Britse inval in Irak, het optreden van de veiligheidsdiensten en nog veel meer.

Al met al een vol werkzaam leven van iemand die niet van treuzelen hield. He knows to deliver, waren de woorden waarmee hij destijds werd aanbevolen als Wilhelminabiograaf.

Al die verschillende klussen zorgen ook voor een rijk en gevarieerd boek vol inkijkjes in de departementale en universitaire keuken. Iets van de corporale sfeer van zijn Leidse jaren is wel blijven hangen. Fasseur haalt venijniger uit naar mensen buiten zijn eigen kring. En een nostalgisch verlangen naar vroeger tijden steekt geregeld de kop op. Fasseur heeft geen hoge pet op van de parlementariërs van de laatste decennia: "Het doorsnee Tweede Kamerlid heeft nu eenmaal het geheugen van een kind van vier tot acht jaar, zijn gemiddelde zittingsperiode."

Hij kan er ook nauwelijks over uit dat de meeste professionele historici tegenwoordig meer belang stelden in het bedienen van een select internationaal gezelschap van vakgenoten ('Ja, ook mijn volgende boek verschijnt bij Oxford University Press') dan in het bereiken van een groot publiek. "Voor hen heeft, al dan niet noodgedwongen, de moedertaal afgedaan om daarin over het vaderlandse verleden te spreken en te schrijven." Het gevolg is, constateert Fasseur, dat de meer populaire geschiedschrijving "hier te lande nu grotendeels is overgelaten aan vlot schrijvende, niet altijd erg deskundige of nauwelijks nauwkeurige (oud-)journalisten en andere amateur-historici, die bij voorkeur in de tegenwoordige tijd en in een wat hikkende stijl, zoals een krant dat gewoon is te doen, hun verhalen neerpennen".

Zijn eigen stijl? Bij voorkeur geen morele verontwaardiging en gemakkelijke oordelen achteraf. "Ik heb een voorkeur voor een licht ironische benadering van het verleden, en daarin past slechts bij hoge uitzondering morele verontwaardiging. Mijn boeken heb ik alle tongue in cheek geschreven. Ironie en understatement zijn mijn wapens."

Cees Fasseur had graag nog wat titels aan zijn oeuvre toegevoegd. "U hoort nog van mij!", besluit hij zijn memoires. Het heeft niet zo mogen zijn. Het dubbeltalent overleed twee maanden geleden aan een bloeding na een operatie.

Cees Fasseur: Dubbelspoor. Herinneringen Balans; 368 blz. euro 19,95

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden