Cees den Heyer

Dominee Jos de Heer doopt deze dienst vijf jongetjes. ,,Wie denkt dat de kerk van de toekomst vol zit met oude vrouwtjes heeft het mis', grapt hij. ,,Nee, de kerk zal gedragen worden door deze nieuwe lichting jonge mannen.' ,,Oei, nou moet hij oppassen', zegt Den Heyer, ,,dat kan denigrerend zijn.' Maar de voorganger lacht onbezorgd en zegt: ,,Met respect voor alle oudere dames die hier zitten'. De theoloog haalt opgelucht adem.

De 13e eeuwse gerestaureerde stadskerk bevalt Den Heyer. Waarom? ,,Veel ruimte', antwoordt hij onmiddellijk. Misschien niet zo'n gek antwoord voor een theoloog die pleit voor een ruim, niet-dogmatisch geloof en die in zijn eigen kerk niet die ruimte kreeg voor zijn vrijzinnige bijbeluitleg.

Ook de eenvoud van het kerkelijk interieur vindt hij prettig en de pilaren zijn 'nog zo mooi wit'. Spijtig zegt hij: ,,Op een gegeven moment worden ze weer groen. Het verderf ligt altijd op de loer.' Het orgel speelt niet bij binnenkomst. Den Heyer: ,,Er mag hier blijkbaar gepraat worden. Vroeger speelde het orgel omdat anders de mensen gingen roddelen.'

Een lied. Gezang 301. 'Wij moeten Gode zingen' zet Den Heyer brommend in. Al snel volgt de doop van de vijf babies. Een kruik water wordt leeggegooid in het doopvont. De kinderen in de kerk worden naar voren geroepen. ,,Wie van jullie heeft er geen naam?' vraagt de dominee. En dan: ,,Jullie staan te lachen. Waarom?' ,,Omdat iedereen een naam heeft', zegt een kind. Jos de Heer: ,,En dat vinden jullie heel gewoon? Maar het is toch wel bijzonder dat je een naam hebt, want anders was je er niet.' ,,Dan kon je nooit doodgaan', zegt een kind. ,,Heeft voordelen' lacht Den Heyer. De dominee zegt over het kind: ,,We hebben hier een filosoof in ons midden.' Weer een ander kind roept: ,,Als je geen naam had, dan was je niet gedoopt.' ,,Die is ingehuurd', fluistert mevrouw Den Heyer, die met haar man is meegekomen. ,,Waarom is een naam belangrijk?' houdt de dominee vol. ,,Dan kan je misschien bij God horen', zegt er een vroom. Dan geeft de voorganger zelf maar antwoord: ,,Als je geen naam hebt kun je niet geroepen worden.' Den Heyer: ,,Dat heeft hij leuk gedaan. Ik heb zelf ook weleens in de kerk praatjes voor kinderen gehouden. Daar lag ik wakker van. Het is moeilijker dan een preek, want die kun je overdenken en die staat vast.'

Het doopritueel wordt afgesloten met de geloofsbelijdenis van Constantinopel-Nicea, een belijdenis waarin Jezus beleden wordt als menselijk én goddelijk wezen. Een opvatting waarin de vrijzinnige Den Heyer zich niet kan vinden. Hij gelooft dat Jezus alleen mens was. De theoloog zwijgt dan ook bij deze passages. ,,Deze geloofsbelijdenis is me te machtig. Juist bij een kinderdienst zouden ze daar toch iets moois van kunnen maken. Wat dat betreft, kan ik me wel vinden in de doopsgezinden die hun eigen geloofsbelijdenis schrijven.' Dat hij de doopsgezinden noemt is niet toevallig. Begin februari gaat de voormalig hoogleraar aan de theologische universiteit in Kampen lesgeven aan het doopsgezinde seminarie in Amsterdam. Den Heyer: ,,Ik ben niet doopsgezind en ik hoef het ook niet te worden.' Hij lacht: ,,Het is wel merkwaardig dat ik nu net in een kinderdoopdienst terechtkom. In de doopsgezinde kerk doen ze alleen aan de volwassendoop.'

De cantorij zingt in het Duits. Den Heyer: ,,Dat doet me denken aan jeugddiensten van heel vroeger. Dan was er een combo en werd er in het Engels gezongen. Ik vind dat je de woorden moeten kunnen verstaan, moet kunnen meezingen. Ook al kan ik het niet, zingen geeft me een goed gevoel.'

Jos de Heer staat op een zeer hoge preekstoel. ,,Hoog boven de mensen', zegt Den Heyer, maar dat slaat niet op de predikant die hij 'sympathiek' vindt. De Heer preekt over 'roeping'. Over de mens die 'vanaf de moederschoot' door God geroepen is (Jesaja, oude testament) en over de discipelen die door Jezus geroepen werden (Matteüs, nieuwe testament).

Den Heyer is, als bijbeluitlegger van beroep, 'gehandicapt'. ,,Als ik naar een preek luister, denk ik altijd: 'Hoe had ik dat stuk zelf uitgelegd?' Ik ben dus niet zo gauw door een preek geraakt. Of iemand moet een bijbelgedeelte heel overtuigend naar het heden weten te brengen.' Dat was in deze dienst niet het geval, vond hij. ,,Het bleef wat vaag. Wij zijn door God geroepen. Maar wat betekent dat dan? Dat had ik willen horen.'

Het moment van collecte is aangebroken. Den Heyer haalt uit zijn jaszak een handvol euro's waaronder een Albert Heijn-muntje. ,,Voor m'n wagentje', zegt hij verlegen. En: ,,Ik word altijd zenuwachtig van collectes. Ben bang dat ik iets laat vallen en dat ze dan zien dat het maar een cent is.' Hij veert op bij het laatste lied. Gezang 242: 'Komt ons deze dag met heilig vuur bezingen'. Triomfantelijk wijst hij in het liedboek op de naam van de componist: J.S. Bach. ,,Die muziek is zo prachtig... al had hij 'Poesje Mauw' op muziek gezet...'.

Den Heyer gaat bijna nooit meer naar de kerk, hij is daarvoor te gekneusd door de periode waarin hij door diezelfde kerk werd veroordeeld om zijn opvattingen. ,,Ik zit ook hier met een dubbel gevoel. Enerzijds is het vertrouwd, anderzijds... Achter een kerkdienst zie ik al gauw weer het instituut.' Hij kijkt bedroefd. Zijn conclusie over deze kerkdienst: ,,Klassiek, weliswaar modern klassiek, maar ik vond het niet zo verrassend.' Hij vervolgt: ,,Toch ga ik hier met een plezierig gevoel vandaan. Want er zijn niet zoveel plekken waar mensen oog hebben voor elkaar.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden