CDA

Eindelijk is Nederland weer van ons allemaal

landbouw


Laop en Lederhosen van minister Geurts


Niemand had in 2016 kunnen bedenken dat Jacques Geurts, het Kamerlid landbouw, zeven jaar later hét gezicht van het CDA zou worden. En toch was het achteraf heel eenvoudig. Het begon destijds aan tafel in 'De Wereld Draait Door', waar Geurts als Kamerlid met Yvon Jaspers aan tafel zat. 'Boeren zijn zulke pure en eenvoudige mensen', zei ze. Het bruggetje was snel gelegd naar Geurts, die naast zijn Kamerwerk bijna elke dag nog op de tractor zat. De boodschap: ook Jacques Geurts is een pure en eenvoudige man.


'Geurts is geen boodschap, Geurts is een gevoel', zei een GroenLinks Kamerlid onlangs. Hij bedoelde het als een verwijt, maar Geurts vatte het op als compliment. Het is dus gelukt. Want inderdaad: vanaf dat moment in 2016 was hij aan het bouwen gegaan aan een gevoel. Een puur, eerlijk, betrokken gevoel. Vanuit het eenvoudige imago was het zó veel makkelijker de CDA-boodschap te verkopen dan vanuit dat van de CDA-bestuurder.


"Nederland heeft de modernste landbouw ter wereld", zei Geurts met een wat aangezet accent, zodat het leek alsof hij dat niet oplas uit het verkiezingsprogramma. "We moeten onze landbouw koesteren. Ik vind dat - sterker, we hebben de morele plicht dat te doen. De wereld heeft steeds meer monden die moeten gevoed. Zonder de Nederlandse kennis en technologie gaat dat niet."


Geurts vertelt het altijd net iets anders, maar in de essentie legt hij steeds weer de link tussen traditie, vaderlandsliefde, de hardwerkende boer en de moderne technologie. Pas na een paar jaar wees iemand hem erop dat de Beierse CSU met dezelfde mix furore maakte: 'Laptop und Lederhose', heette de strategie daar die de moderne mens koppelde aan de traditionele, de stad aan het platteland, de hoger opgeleiden aan de lagere.


Als minister houdt Geurts wekelijks spreekuur op zijn boerderij. Het is een oude CDA-traditie, die hij in ere heeft hersteld. Aan zijn keukentafel ontvangt de veehouder-minister mensen, soms zelfs in overall. "Ik ben minister voor de mensen" zegt hij, niet andersom. Dus kan iedereen met vragen en problemen langskomen. Na afloop van het gesprek slaat hij direct aan het telefoneren om ze op te lossen.


Jaren had hij zich laten voeden met CDA-opvattingen. Hij kon ze dromen: rentmeesterschap, gespreide verantwoordelijkheid, publieke gerechtigheid, maatschappelijk middenveld. Mooie woorden, maar nogal abstract. "Dat interesseert de mensen echt niet. We moeten ze laten zien wie we zijn", zei hij graag op partijbijeenkomsten. "Dat we naast de mensen staan, dat iedereen elkaar een beetje helpt."


In het Agrarisch Dagblad zei hij zelfs "Ik heb een hekel aan politieke ideologieën, aan politici die alles zeker weten." Ook bij het CDA had hij die te veel gezien. "Je leeft maar kort, je leeft met elkaar en dus moet je proberen het samen zo goed mogelijk te maken."


Hij was er op gevoel mee begonnen en ging er op gevoel mee door. Maar het gevoel van Jacques Geurts bleek het gevoel waar Nederland naar snakte.


Premier


Premier Van Toorenburg en de ranglijst


Ze zal nooit toegeven dat ze het liever nooit gezegd had. Dat het fout was om te zeggen dat Nederland in de topvijf terecht moest komen. Premier Madeleine van Toorenburg was nota bene nog gewaarschuwd: Marja van Bijsterveldt, Commissaris van de Koning in Zuid-Holland, had het ooit op een ansichtkaart geschreven: "Maak je ambities nooit te concreet." Van Toorenburg had het opgevat als valse vrouwenraad - totdat einde dit jaar weer de lijstjes kwamen. De rankings, zeggen haar ambtenaren.


Nederland staat meestal wel in de toptien, maar vrijwel altijd op de zesde of zevende plaats.


Basisonderwijs? Op 6.


Universitair? Ook op 6.


Zorg? Vooruit: op een gedeelde vijfde plaats.


Veiligheid: op 6.


Minste bureaucratie: op 5.


Werking belastingstelsel: op 6.


Sportinfrastructuur: ook op 4.


Ouderenzorg: op 5.


Privacybescherming: op 5.


Vrouwen in topfuncties blijft het ergst: daar staat Nederland nu op 15.


De oppositie had haar deze week opnieuw kletsnat bejegend. Onvoldoende ambities, was het verwijt, onvoldoende excellentie. "Ik woon in een land waar het gemiddelde de norm is", had VVD-Kamerlid Rutger de Ridder gezegd.


Van Toorenburg wist dat de kritiek zou komen, en had drie verdedigingslinies opgebouwd. Eerst natuurlijk even de rankings bagatelliseren - wat zeggen die nou helemaal? Neem Finland: altijd op 1 in de onderwijslijst, maar ook op 2 op de lijst van zelfmoorden. Dan haar mantra van de afgelopen jaren: de overheid is er voor iedereen. Háár overheid, háár CDA kiest voor een evenwichtige benadering. Ze wil niet uitblinken in het één ten koste van het ander. Ze wil goed onderwijs voor jonge mensen en goede ouderenzorg. Veiligheid én privacy.


De Ridder had geroepen dat dit de 'vlees noch vis'-benadering van Van Toorenburg was.


Dat ze altijd maar weer de 'kerk in het midden' wilde houden. Had gevraagd wanneer ze nu 'eindelijk eens strategische keuzes' ging maken. Van Toorenburg had haar ambtenaren een analyse laten maken van de twintig rankings van deze maand, zei ze. Maakte je daar één lijst van, dan kwam Nederland op 2, vlak achter Denemarken.


"Nederland is een van de beste landen in Europa", had ze De Ridder voorgehouden. "Dan lijkt het me dat we de goede strategische keuzes hebben gemaakt."


De kracht van de saaiheid


Partijleider en premier Van Toorenburgs toespraak voor het CDA-congres, 14 december 2023


"Laten we even terugkijken naar hoe Nederland er zes jaar geleden bij lag.


Het was een land waar de criminaliteitscijfers daalden - en waarin de mensen zich toch onveilig voelden.


Het was een land met een economie en met werkgelegenheid die groeiden - en waarin de mensen toch somber waren over de toekomst.


Het was een land met een van de beste zorgstelsels - en waarin velen, velen zich diepe zorgen maakten of zij, bij het ouder worden, goede zorg zouden krijgen.


Natuurlijk, wij hebben voor beleid gezorgd dat leidde tot meer veiligheid, meer werk en betere zorg. Maar in het Nederland van zes jaar geleden was veel meer nodig.


Die onveiligheid, en somberheid en onzekerheid kwamen ook voort uit het gevoel dat Nederland niet meer van ons allemaal was. Een versplinterd land, vol tegenstellingen. Tussen de groeiende stad en het krimpende platteland. Tussen Nederlanders die hier al vele generaties wonen en nieuwe Nederlanders. Tussen oud en jong, tussen kenniswerkers en wie met zijn handen werkt. Tussen de winnaars en de verliezers van de globalisering.


Wij hebben altijd gestaan voor een Nederland waarin niet de markt, niet de overheid, maar de samenleving centraal staat. Dat heeft zich ook vertaald in ons beleid. De overheid is er voor iedereen. En wij zijn een volkspartij, de enig overgebleven volkspartij in Nederland, wij zijn er voor iedereen.


Wij kiezen voor ondernemerschap, zijn altijd de partij voor ondernemers geweest. Maar dat betekent bij ons niet dat we lachen om milieuvraagstukken.


Wij dragen zorg voor de vluchteling, maar laten de bezorgde burger niet in de steek.


Wij kiezen voor de kenniseconomie, natuurlijk - wie zou dat niet doen. Maar wij maken het ook aantrekkelijk voor wie een ambacht uitoefent, wie met zijn handen werkt.


En ja, dus zijn wij misschien niet zo uitgesproken. Wat mij betreft noem je ons saai. Het is de kracht van onze partij. Als je het alleen maar voor ondernemers opneemt, ben je duidelijk. Als je alleen maar over milieu kunt spreken, ben je ook duidelijk. Wij durven de burger tegemoet te treden met die andere boodschap. Dat politiek nu eenmaal iets ingewikkelder is. Zoals het gewone leven van gewone mensen ook ingewikkelder is. Dat we het goede zoeken voor een Nederland dat van ons allemaal is. En dat dat betekent dat we samen iets moeten met milieu en economie. Samen iets moeten - vluchtelingen en bezorgde burgers. Samen iets moeten met de kennis-economie en de ambachten-economie.


We hebben de afgelopen jaren het vertrouwen in de overheid zien toenemen. En waarom? Precies vanwege dit verhaal. Wij verzetten ons tegen de politiek van het makkelijke en gemakzuchtige verhaal, of dat nu van populisten komt, of van de politici van de gevestigde partijen, die van hun communicatie-adviseurs hebben gehoord dat ze met twee of drie duidelijke kernboodschappen moeten komen. De mensen begrijpen dat dat te simpel is. Dat je hen niet serieus neemt met het gemakzuchtige verhaal. Dat het gemakzuchtige verhaal anderen uitsluit. Wel voor het milieu, geen respect voor ondernemers. Wel voor vluchtelingen, niet voor bezorgde burgers. Wel voor de kenniswerkers, niet voor wie een ambacht uitoefent.


Wij hebben de durf gehad om het verhaal van het midden te vertellen, waar je samen aan een betere samenleving bouwt. En de mensen herkennen dat verhaal - omdat het het fatsoenlijke verhaal is."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden