CDA-standpunt Navo in strijd met eigen Europese visie

Het CDA-standpunt over de uitbreiding van de Navo berust op een dubbele vergissing, oordeelt oud-ambassadeur Korthals Altes. Het is niet alleen in strijd met het politiek vernuft, maar ook met de brede Europese benadering van het CDA gedurende vele jaren. De auteur is oud-ambassadeur in Polen en Spanje, lid van het Comité van Christen-Democraten voor ontspanning en wapenbeheersing (CDOW).

EDY KORTHALS ALTES

Het merkwaardige van de gehele discussie is, dat de aandacht vooral op de Navo geconcentreerd wordt en niet op de kernvraag hoe de veiligheid van alle Europese staten te verzekeren. Daardoor ontstaat een scheef perspectief, waarbij door voorstanders van de uitbreiding doel en middel verwisseld worden. De Navo is immers geen doel op zichzelf, het is een instrument dat dateert uit de koude oorlog en dat als functie had de verzekering van de veiligheid van de westerse samenleving. Maar na de ineenstorting van het communisme zijn we in Europa in een totaal andere fase gekomen. Het komt er nu vooral op aan een gezamenlijke structuur te scheppen die de veiligheid van alle Europese landen verzekert. Dat een aangepaste Navo daarin een plaats van betekenis zou krijgen ligt voor de hand. Maar deze dient ondergeschikt te worden gemaakt aan het allesoverheersende doel, veiligheid voor alle Europese landen.

Dat verzet tegen uitbreiding het 'verkeerde signaal op het verkeerde moment voor de Navo' zou zijn, is tegen deze achtergrond moeilijk houdbaar. Het omgekeerde is eerder het geval. Ook de andere, met grote stelligheid door CDA'er J. de Hoop Scheffer geponeerde stelling, dat het verzet tegen de uitbreiding van de Navo een destabiliserende werking zou hebben op Midden- en Oost-Europa, snijdt geen hout. Wanneer het argument, dat er geen niemandsland in Midden-Europa mag ontstaan, wordt doorgedacht, zou dit juist leiden tot een afzien van de expansie. Het gaat immers volstrekt voorbij aan de delicate positie waarin de overige Oost-Europese staten, die niet worden toegelaten, komen te verkeren. Navo-uitbreiding met enkele landen voert tot een ongewenste driedeling: zij die 'binnen' zijn, de Russische Federatie 'erbuiten' en een groep daartussenin.

Mijn hoofdbezwaar tegen de argumentatie van de voorstanders van uitbreiding van de Navo ligt vooral in het hardnekkig vasthouden aan een volstrekt achterhaald veiligheidsconcept. Duurzame veiligheid kan bij de ongehoorde vernietigingskracht van de moderne wapens uitsluitend verzekerd worden in een breder kader, zoals dat onder andere tijdens de Conferentie voor veiligheid en samenwerking in Europa in 1990 in Parijs is geformuleerd. Uiteraard met inbegrip van Rusland. Een verzwakt Rusland, extra gevoelig voor prestigeverlies, moet niet geïsoleerd of op de tweede rij worden geplaatst. Het negeren van Russische gevoeligheden en het effect daarvan op de interne stabiliteit strookt niet met een zorgvuldig en wijs beleid, noch op de korte, noch op de lange termijn.

Het door Teun Lagas in Trouw van 18 februari geciteerde CDA-standpunt, spreekt van “een behoedzame uitbreiding van de Navo, waarbij tegelijk ook afspraken met de Russen worden gemaakt op het front van de veiligheid”. Dit geeft inderdaad precies aan waar de schoen wringt. Ook hier wordt uitbreiding van de Navo vooropgesteld, de 'gelijktijdige afspraken met de Russen', zijn in wezen van een andere orde. Maar moet de causaliteit niet worden omgedraaid? Conform letter en geest van het Parijse CVSE-Handvest dient allereerst de veiligheid van alle Europese staten te worden nagestreefd. Een totaal andere benadering derhalve dan die thans wordt gevolgd met de uitbreiding van de Navo.

Een veel gehanteerd argument is dat van het vetorecht. Uiteraard heeft geen enkel land, juridisch gesproken, het recht zich tegen toetreding te verzetten. Ook Rusland niet, maar daar gaat het toch niet om? Bij een politieke beslissing van zo'n groot gewicht voor onze gemeenschappelijke toekomst dient de politieke afweging de doorslag te geven. De kernvraag bij de uitbreiding is dan ook geen juridische maar een politieke. En daar gaat het om de vraag of het wel een wijze en verantwoorde beslissing is. Uit het bovenstaande is, hoop ik, duidelijk geworden dat mijn antwoord daarop een volmondig 'neen' is. Noch de veiligheid van de Centraal-Europese landen, noch die van de niet direct toegelaten staten, noch die van West-Europa wordt bevorderd door een stap die de grondslag voor een duurzame, harmonische relatie met Rusland aantast.

De besluitvorming is nog allerminst afgerond. In juli zou deze formeel tijdens de Navo-zitting moeten plaatsvinden. Luisterend naar het verbaal geweld dat door toonaangevende politici wordt aangewend, kan ik mij niet aan de indruk onttrekken, dat op een onaanvaardbare wijze Amerikaanse druk op de Europese bondgenoten wordt uitgeoefend. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, mevrouw Albright, doet het in haar toespraak voor de ministers van buitenlandse zaken van de Navo voorkomen alsof de beslissing van het opnemen van nieuwe leden reeds is gevallen. Natuurlijk, men “zal zijn uiterste best doen een strategisch partnerschap voor de lange termijn met de Russen te ontwikkelen”. De boodschap is echter duidelijk: mocht dat niet lukken, wij gaan door. Dat deze benadering niet alleen in Rusland, maar ook in West-Europese landen, die waarde hechten aan een democratische besluitvorming, weerstanden oproept, ligt voor de hand.

Moet Nederland zich nu zonder meer bij deze benadering neerleggen? Natuurlijk niet. Waarom zou het, als loyale Navo-partner, de grote bondgenoot niet deelgenoot kunnen maken van de zorgen die hier leven over een overhaast toetredingsbesluit? En dit - na consultatie met onder andere Frankrijk en de Bondsrepubliek - vergezeld doen gaan met het aangeven van een meer begaanbare weg naar een werkelijk Europese veiligheid? Zou op deze wijze ook niet tegemoet kunnen worden gekomen aan het legitieme verlangen naar veiligheid, zowel van de Centraal-Europese kandidaatleden, als aan die van Rusland en de tussenliggende staten?

Het thans door het CDA ingenomen standpunt is in strijd met de kern van de brede Europese visie die door de christen-democratie is uitgedragen, onder andere in de 'Uitgangspunten'. De minimale aandacht die in de CDA-nota 'Nieuwe wegen, Vaste waarden' aan de veiligheidsproblematiek werd besteed, deed reeds vermoeden dat een wat hardere lijn zich zou doorzetten. Dit valt in hoge mate te betreuren, omdat er juist nu behoefte bestaat aan een stevige oppositiepartij die zich daadwerkelijk geïnspireerd weet door haar grondslagen. Met de huidige opstelling van het CDA inzake de Navo-uitbreiding, kunnen heel wat leden zich niet verenigen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden