CDA-profiel / Solidariteit staat op plaats twee

Een 'solide' financieel beleid met ingrijpende bezuinigingen -óók op sociale zekerheid- kán sociaal zijn. Die stelling van Balkenende krijgt in het CDA een verdeelde ontvangst. De zorg om het sociale profiel van het CDA in een kabinet met de VVD is groot.

Het tafereel in de uitzending van 'Buitenhof' was veelbetekenend. Aan tafel met Paul Witteman praatten Rob Oudkerk (PvdA) en Sjaak van der Tak (CDA), de wethouders van sociale zaken in Amsterdam en Rotterdam, na over de mislukte kabinetsformatie.

Een onnodige breuk, vond Oudkerk: ,,Als ze Sjaak en mij apart zetten in een kamertje, zijn we er zo uit, hoor!'' Maar daar dacht Van der Tak toch anders over. Hij kon zich wel voorstellen dat Balkenende ten langen leste besloot met de PvdA te kappen en de steven naar de VVD te wenden.

Dat was uit zijn mond een opmerkelijke uitspraak. Gepokt en gemazeld in de christelijke vakbeweging, is Van der Tak een van de representanten van de linker vleugel van het CDA. Met GroenLinkser Herman Meijer nam hij aan de vooravond van de verkiezingen van 2002 het initiatief om CDA, PvdA en GroenLinks aan één tafel te krijgen voor besprekingen over een 'sociale coalitie'. In de opvattingen van PvdA en GroenLinks over sociale rechtvaardigheid zag Van der Tak veel overeenkomsten met het christelijk-sociale gedachtegoed.

Vanwaar dan nu opeens zijn steun voor de breuk met de PvdA en de wending naar de VVD? Volgens hem legt Balkenende in de economische recessie van dit moment, terecht de nadruk op de noodzaak van economisch herstel, óók als dat ingrepen in de sociale zekerheid vergt. Met een variant op het motto van de VVD -'beter de warmte van een baan dan de warmte van een uitkering'- betoogde Van der Tak dat bevordering van de werkgelegenheid ook een sociaal doel dient.

CDA-Tweede-Kamerlid Gerda Verburg, oud-CNV-bestuurder, is dezelfde mening toegedaan. ,,In een kabinet met de VVD moet het CDA ervoor zorgen dat mensen die werken, aan het werk blijven en werklozen aan werk worden geholpen. Belangrijk is dat het vertrouwen in de economie terugkomt, opdat een werkgever die voor de keuze staat een werknemer te ontslaan of niet, voor dat laatste kiest.''

Op het CDA-partijbureau is men er van doordrongen dat de ommezwaai naar de VVD bij een deel van de achterban op verzet kan stuiten. Partijvoorzitter Van Bijsterveldt licht dagelijks de provinciale voorzitters in over de formatie. Zij worden verondersteld op hun beurt de zienswijze van de partijtop door te geven aan de lokale vertegenwoordigers. Het overheersende beeld in de reacties uit het land is dat CDA'ers verdeeld zijn over de breuk en de hernieuwde samenwerking met de VVD. Op de CDA-site zegt Hugo van Thonen dat het CDA in de onderhandelingen met de PvdA is behandeld als schoothondje. Anderzijds meldt een woedende Eric van Vuren dat hij zich bedonderd voelt en spijt heeft van zijn stem op het CDA: ,,Waarom luistert het CDA nooit?''

Twintig leden keerden het CDA deze week teleurgesteld de rug toe. Zij vrezen een keihard beleid als het CDA weer met de VVD in zee gaat. Dertig nieuwe leden waren juist verheugd dat hun partij de draad met de liberalen weer oppakt. Zij voeren aan dat de christen-democraten ook door hun overwicht in deze coalitie, het sociale gezicht juist beter kunnen laten zien dan als ze over links gaan.

Met zijn opvattingen over economisch herstel bevindt Balkenende zich in een aantal opzichten in een vergelijkbare positie als zijn voorganger Lubbers in 1982. Ook Lubbers koos in die tijd van economische neergang voor samenwerking met de VVD, na een korte informatieronde waarin de PvdA'er Van Kemenade tevergeefs een coalitie met de PvdA verkende. Naast het probleem dat het CDA in de nadagen van de polarisatie had met de drammerige politieke stijl van de PvdA en haar leider, Joop den Uyl, speelden ook inhoudelijke motieven een rol. Het 'verzorgingsstaatsocialisme' van de PvdA maakte die partij volgens Lubbers ongeschikt voor de ingrepen die het CDA omwille van de economie nodig achtte.

Tot de meest radicale maatregelen behoorde het besluit de uitkeringstrekkers en ambtenaren op achterstand te zetten, door hun inkomen gedurende de volledige kabinetsperiode te bevriezen. Zou de CDA'er Stef Wijers de koppeling van lonen en uitkeringen later kenschetsen als een 'teken van beschaving', in deze tijd van economische crisis onderschreven verreweg de meeste CDA'ers de noodzaak van deze ontkoppeling.

Uiteraard zijn de politieke en economische omstandigheden waarin Lubbers aantrad, niet in alle opzichten vergelijkbaar. De PvdA was in 1982 nog wars van kritiek op het functioneren van de verzorgingsstaat. De sociaal-democraten zagen in Lubbers een Nederlandse geestverwant van de hardline-neoliberalen Thatcher en Reagan. In zijn 'Paradiso-rede' sprak Den Uyl nog over de 'dreiging van nieuw-rechts' die van Lubbers, Thatcher en Reagan uitging.

Pas onder zijn opvolger Kok kreeg de PvdA in bezinningsrapporten als Schuivende panelen oog voor de schaduwzijden van de verzorgingsstaat. De hoge uitgaven die gemoeid waren met het uitkeringsstelsel, gingen meer en meer ten koste van overheidsinvesteringen die werk opleveren. Nadat Kok zijn politieke lot had verbonden aan de ingrepen in de WAO, kreeg hij van de PvdA de ruimte voor een koers waarin het motto 'Werk boven inkomen' ook ingrepen in de verzorgingsstaat kon rechtvaardigen.

Ook de economische omstandigheden waren destijds anders. De recessie was dieper. Het schatkisttekort bedroeg elf procent, tegen nul nu. Ook de werkloosheid was veel hoger. Niettemin menen Balkenende en de CDA-fractie dat regeren met de VVD nu beter is voor de economie dan met de PvdA. De sociaal-democraten maken opnieuw de verkeerde keuzes en laten, zo heet het bij de christen-democraten, de sociale zekerheid van nú zwaarder wegen dan de sociale zekerheid van straks. ,,Met ons streven om met een financieel-economisch beleid van bezuinigingen, de zorg voor anderen ook in de toekomst betaalbaar te houden, zijn wij ook op de lange termijn een partij met een sociaal kloppend hart'', zei de directeur van het Wetenschappelijke Instituut voor het CDA, Ab Klink, na de breuk.

In het voorstel waarop de kabinetsformatie vastliep, suggereert het CDA een reeks ingrepen in de verzorgingsstaat ten koste van de overdrachtsuitgaven aan de zwakste groepen. CDA'ers beschreven het spoor waarin de formatie met de PvdA was beland naderhand als 'doormodderen'. Met hun voorstel 'testten' zij de bereidheid van de PvdA om de rol van de overheid in de sociale bescherming terug te dringen, en de burgers een grotere eigen verantwoordelijkheid te geven voor de verzekering tegen de risico's van ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. ,,Ja, de VVD staat met haar opvattingen over eigen verantwoordelijkheid dichter bij ons dan de PvdA'', beaamde Klink.

Maar ver weg van het Binnenhof, in het Gelderse Twello, klinkt een ander geluid. De voorzitter van de CDA-basisgroep sociale zekerheid, Arend Jansen, is doodsbenauwd dat het CDA in deze coalitie zijn sociale gezicht prijsgeeft. En dat dit stemmen kost. ,,Ik heb totaal geen vertrouwen in het sociale gehalte van de VVD.''

Balkenende zegt in besprekingen met de VVD steevast dat 'de pijn eerlijk verdeeld moet worden', met de zwaarste lasten op de sterkste schouders. Jansen tekent bezwaar aan tegen die opvatting. ,,De onderkant van de samenleving moet helemaal ontzien worden. Mensen met een uitkering, zoals ik, en mensen die het minimumloon verdienen kúnnen nu geen geld opzij zetten. Die hebben ook in de zeven vette jaren niks extra gekregen, ook niet van het CDA. De pijn eerlijk verdelen, dat houdt ergens op.'' Dat geldt volgens hem ook voor het argument dat we nu de broekriem moeten aanhalen opdat het sociale beleid in de toekomst gewaarborgd is. ,,Als de broekriem weer een paar gaatjes losser kan, merken diegenen die het al goed hebben daar doorgaans meer van dan de onderkant van de samenleving.''

Ook Doekle Terpstra, voorzitter van de christelijke vakcentrale CNV, vreest ingrepen in de sociale zekerheid. Terwijl, zegt hij, zúlke ingrijpende bezuinigingen niet nodig zijn. Hij sluit zich aan bij economen, ook van CDA-huize, die stellen dat het niet nodig is nu af te spreken dat de begroting in 2007 in evenwicht moet zijn.

Terpstra wordt doorgaans gerekend tot de sociale vleugel van het CDA. Zelf vindt hij dat een moeilijk begrip. ,,Wat is de sociale vleugel? Ik heb wel het gevoel dat CDA'ers die zich laten leiden door financiële soliditeit, nu de dominante stroming vormen. Die is groter dan die van de mensen die solidariteit voorrang geven. Bij mij is de volgorde: eerst solidariteit en dan soliditeit. Balkenende kiest, helaas, de omgekeerde volgorde.''

Ondanks zijn kritiek, blijft Doekle Terpstra lid van het CDA. Althans, in ieder geval zolang hij voorzitter is van het CDA. Arend Jansen peinst er al helemaal niet over zijn lidmaatschap op te zeggen. ,,Mij krijgen ze niet weg, met geen tien olifanten. Ik ga liever strijdend ten onder bij het CDA dan dat ik wegloop naar een andere partij. Daar zou ik me nooit thuisvoelen. Jansen en het CDA zijn niet los verkrijgbaar.''

Balkenende hoopt het kunstje van Lubbers te herhalen en, net als zijn voorganger, een langjarig sociaal akkoord met werkgevers en werknemers over loonmatiging af te sluiten. Ook het 'Akkoord van Wassenaar' waarin de sociale partners in 1982 de basis legden voor het latere economisch herstel, kwam tot stand terwijl een CDA/VVD-kabinet regeerde. Het CDA wil deze keer de koppeling tussen lonen en uitkeringen, dat 'teken van beschaving' handhaven, zij het op voorwaarde dat werkgevers en werknemers afspreken de lonen de komende jaren te matigen. Zonder sociaal akkoord geen koppeling.

De sleutel voor een akkoord ligt opnieuw, net als in 1982, bij de vraag of het kan fungeren als een wapen tegen de werkloosheid. Daar komt volgens kamerlid Gerda Verburg deze keer bij dat het perspectief moet bieden op een houdbaar pensioenstelsel in de toekomst. ,,Ook de mensen die nu werken moeten ervan op aankunnen dat zij straks, wanneer veel meer mensen dan nu zijn aangewezen op een pensioen, dat pensioen ook krijgen en dat het nog betaalbaar is.''

Voor beide doelen is herstel van economie en van vertrouwen in de economie geboden. Wat kan een kabinet met CDA en VVD daaraan bijdragen? Verburg: ,,In de eerste plaats de overbodige bureaucratie en administratieve lastendruk terugdringen. Verder investeren in onderwijs en de kenniseconomie. Een herziening van de WAO, op een wijze die vertrouwen wekt bij werkgevers en werknemers. Het verbeteren en behouden van een aantrekkelijk vestigingsklimaat, niet in de laatste plaats door de veiligheid te vergroten.''

Als voorbeeld van de aanpak die zij typerend noemt voor het sociale profiel van de christen-democraten, wijst Verburg op de CDA-voorstellen voor een herziening van de Melkertbanen. ,,De gemeenten krijgen wat ons betreft volledige zeggenschap over de gesubsidieerde arbeid. Geen regels, geef ze de ruimte. Als het doel maar is dat mensen met een Melkertbaan uiteindelijk, als het kan, een reguliere baan krijgen. De praktijk is nu dat wie een gesubsidieerde baan heeft, in een fuik belandt. Wij willen dat doorbreken door de gemeenten te belonen als zij die mensen uit die fuik halen.''

Een vergelijkbare systematiek van belonen wil Verburg in de nieuwe wet 'werk en bijstand', als stimulans voor bijstandstrekkers die naar de arbeidsmarkt overstappen. De werkwijze is nieuw, het sociale principe niet: 'Werk boven inkomen'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden